‘behoorlijk regeren’

Volgende week behandelt de Kamer de begroting van Sociale Zaken. Na zijn eerste beleidsdaad in anderhalf jaar kreeg minister Klaas de Vries, de grote onbekende van het kabinet, deze week onverwacht ruzie met de sociale partners. ‘Ik heb geen zin in misverstanden.’

EEN MENINGSVERSCHIL in polderland! De Volkskrant van vrijdagochtend viel op de deurmat en wist: ‘FNV stopt overleg sociale zekerheid.’ Voorzitter Lodewijk de Waal voelde zich door het kabinet 'belazerd’ en vreesde voor het eind van het poldermodel. Want de vakbeweging zou buitenspel gezet worden in de nieuwe plannen voor uitvoering van de werknemersverzekeringen. CNV-voorzitter Doekle Terpstra deed daar nog een schepje bovenop en vond het voorstel van Sociale Zaken 'een poging tot zelfmoord’ van het kabinet. Het kon toch niet zo zijn dat in de nieuwe Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, in Sociale Zaken-jargon kortweg 'Suwi’, de sociale partners slechts een functie in een adviesraad krijgen, die mogelijk niet meer behelst dan 'een wassen neus’ - aldus De Waal. En het feit dat werkgevers een grotere inbreng in het nieuwe stelsel zouden krijgen, vonden de vakbonden al helemaal te zot. De toelichting die minister Klaas de Vries en staatssecretaris Hans Hoogervorst voor afgelopen dinsdagavond gepland hadden, hoefde voor De Waal en Terpstra niet eens meer. Zin in een 'stroperige’ presentatie hadden zij niet.
Dat was vrijdagochtend.
De lucht klaarde wat toen Sociale Zaken ’s-middags het conceptplan wél op papier bleek te hebben en bereid was het De Waal en Terpstra toe te faxen. Hoewel nog altijd verontrust (Terpstra: 'Het is van de zotte dat de vakbeweging na honderd jaar opnieuw voor een plaats moet vechten’), schoven de heren dinsdagavond maar gewoon aan en hoorden de toelichting van Klaas de Vries en Hans Hoogervorst.
Daags voor het beraad, maandag, is minister Klaas de Vries er onbewogen onder. Anderhalf jaar is hij nu minister en anderhalf jaar lang bleef het op zijn ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stil, erg stil zelfs. Nu alles in rep en roer? Een vragende blik. Onenigheid? Welnee. Poldermodel overhoop? Waar hébben we het over. De Vries: 'Ik heb geen zin in misverstanden.’
FLUISTERZACHT reageert Klaas de Vries (56) vanachter de grote vergadertafel in zijn kamer op het departement in Den Haag op de gebeurtenissen. Hij is oud-hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, oud-defensiespecialist van de PvdA-Tweede Kamerfractie, oud-voorzitter van de parlementaire-enquêtecommissie Bouwsubsidies. En hij is oud-voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER), de belangrijkste vergadertafel van polderend Nederland. Op die plaats was hij toch andere taal van de vakbeweging gewend. De Vries, erkend grossier in understatements: 'Het zijn stevige woorden. Voor dit soort organisaties is dat denk ik een soort authentieke vertolking van wat ze voelen. Zelf ben ik eerlijk gezegd meer geneigd te overleggen. De SER was voor mij altijd een uitermate rationele omgeving, waar heel zorgvuldig geargumenteerd werd.’
Diezelfde SER kwam vorig jaar onder voorzitterschap van De Vries in een door zijn voorganger op Sociale Zaken (Ad Melkert) gevraagd advies tot de conclusie dat de uitvoering van de werknemersverzekeringen maar het best bijna geheel geprivatiseerd kon worden. Melkert en zijn staatssecratris De Grave zagen aanvankelijk meer in een mengvorm van privaat en publiek, maar de SER en eerder de Stichting van de Arbeid adviseerden anders. Alleen de zogeheten claimbeoordelingen (de keuringen) zouden min of meer publiek blijven. Zelfs de FNV - van nature altijd minder in zijn sas met het uit handen geven van overheidstaken - stond daar achter. Privatisering was een middel, zo luidde het argument, om het uiteindelijke doel te bereiken: concurrentie tussen de uitkeringsinstanties ('UVI’s’: de uitvoeringsinstellingen GAK, GUO/Cadans, USZO en SFB).
In het nieuwe regeerakkoord werd de mengvorm (het 'hybride model’) van Melkert en De Grave weer overgenomen. In maart van dit jaar resulteerde dat in de nota Structuur uitvoering werk en inkomen. Een meerderheid van de fracties in de Tweede Kamer bleek weinig te voelen voor de in dit voorstel geopperde privatisering van de uitvoering van de werknemersverzekeringen. ABN/Amro en verzekeraar Aegon, die ongevraagd hadden aangegeven zeer wel beschikbaar te zijn om de overheidsbedrijven over te nemen, hadden het nakijken.
In de afgelopen vrijdag verstuurde brief aan de Tweede Kamer wordt duidelijk dat Sociale Zaken de wensen van de Kamer ter harte heeft genomen: de uitkeringsinstellingen GAK, GUO/Cadans, USZO en SFB worden samengevoegd tot één grote Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV), die direct zal ressorteren onder de minister van Sociale Zaken. De uitvoering van WW en WAO (voor keuren en uitkeren) zal kortom niet geprivatiseerd worden. Verder komt er, zoals wel al eerder bekend, één loket voor werk en inkomen waar uitkeringsgerechtigden terecht kunnen voor de aanvraag van een WAO-, WW- of bijstandsuitkering. 230 Centra voor Werk en Inkomen worden hiertoe her en der in het land ingericht.
Op één punt laat De Vries het werk wel aan de markt over. Er komen commerciële bemiddelingsbureaus ('reïntegratiebedrijven’) die in opdracht van de werkgever nieuw werk gaan zoeken voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en in opdracht van de nieuwe publieke organisatie en de gemeenten werklozen aan een baan gaan helpen. De arbeidsbureaus verdwijnen en moeten concurreren met uitzendbureaus. De formele inspraak op bestuursniveau van de sociale partners komt hiermee, zoals de parlementaire-enquêtecommissie-Buurmeijer dat in 1993 wenste, geheel te vervallen. Nu nog wordt behalve in de arbeidsbureaus, ook in het Landelijk Instituut voor Sociale Verzekeringen via een 'tripartite’ weg (werkgevers, werknemers en overheid) bestuurd.
MINISTER DE VRIES is 'de vleesgeworden consensus’, schreef HP/De Tijd onlangs nog. Om daar met citaten van kamerleden aan toe te voegen dat 'Klaas de wie?’ maar niet tot sprankelende initiatieven wil komen, volstrekt geen bevlogenheid toont en wel nooit uit de schaduw van dossiervreter Melkert zou kunnen treden. Hij is bestuurder en vindt dat regeren 'nog best wat saaier worden’ kan, zei hij eens. Hij lijkt inderdaad minder op de voorgrond te treden dan zijn voorganger. Des te wranger is het dat de minister bij zijn 'eerste beleidsdaad’ (Lodewijk de Waal vrijdag in de Volkskrant) op deze wijze de wind van voren krijgt. De Vries heeft een keuze gemaakt. Maar er werd finaal mee afgerekend.
'Nou, nou. Zo zou ik het nu ook weer niet willen zeggen’, zegt minister De Vries. 'Ik begreep dat sommige mensen wat bezwaren hadden tegen de keuzen die wij maken. Op grond van geruchten, want de tekst hadden ze nog niet eens gezien. Op elke bladzij van het stuk staat dat werkgevers en werknemers kunnen participeren. Als ze willen, dan kúnnen ze dat ook. Maar een van de belangrijkste conclusies van Buurmeijer was dat sociale partners met keuringen niets meer te maken mogen hebben. In ons voorstel kunnen sociale partners dus niet meer in het bestuur van een uitkeringsorganisatie zitten.’
Niettemin lijken de relaties met de vakbonden wat verstoord. Hoe worden ze weer vrienden? De Vries: 'Het is niet de ambitie van de regering om vrienden te zijn met wie dan ook. Voor mij in ieder geval niet. Mijn ambitie is slechts dat er een beetje behoorlijk geregeerd wordt in dit land. Het liefst op basis van een zo goed mogelijke gedachtenwisseling met alle betrokkenen en liefst met zo veel mogelijk steun van betrokkenen. Maar lastig is dat wel, want dit proces van modernisering van de sociale zekerheid is zo'n tien jaar geleden ingezet en sindsdien voortdurend in ontwikkeling. De eindvraag is natuurlijk niet of je vriendjes bent met de vakbonden maar of de wetgever het met je voorstel eens is. Dat neemt niet weg dat mij er veel aan gelegen is het zo goed mogelijk te regelen en ook met zo breed mogelijk steun. De uitkeringsorganisaties wezen erop dat het aanvankelijke plan zou leiden tot enorme problemen. Toen hebben we in juni in de Kamer gezegd dat we juist dit stuk van het Suwi-traject, de uitvoering van die werknemersverzekeringen, opnieuw wilden bekijken. Pas de laatste maanden is echt duidelijk geworden dat een hybride systeem gewoon problematisch is.
We hebben een aantal modellen van privaat tot publiek op een rijtje gezet en geanalyseerd. Het bleek dat je bij alle private modellen toch publieke elementen moet losweken, bijvoorbeeld de beoordeling van de uitkeringsaanvraag: die hoort absoluut thuis in het publieke domein. Je kunt dat gewoon niet door een bank of verzekeraar laten doen. Mensen hebben recht op de grootst mogelijke objectieve bejegening. Bovendien moet je de mogelijkheid hebben sancties te nemen. Werkgevers die zich ergens niet aan houden en uitkeringsgerechtigden die niet presteren moet je daarop kunnen aanspreken. Opsporing van fraude ook - allemaal typisch dingen die je niet graag aan een privaat bedrijf overlaat. Dat betekent dat je de hele tijd blijft zitten met knips in de uitvoering.
Je kunt de dingen natuurlijk niet in het luchtledige bekijken. Je moet altijd kijken wat het alternatief is. Wat is beter? Het SER-voorstel vind ik dus gewoon veel minder goed.’
HET VINDEN VAN nieuw werk voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten zal wél geprivatiseerd worden. Werkgevers kunnen in het voorstel van Sociale Zaken volstaan met de instemming van de ondernemingsraad bij het afsluiten van een contract met zo'n bemiddelingsbureau. De vakbonden staan altijd al wat sceptisch tegenover ondernemingsraden, maar praktischer: niet ieder bedrijf heeft zo'n orgaan.
Hebben de vakbonden hier dan toch niet een punt, wanneer ze concluderen dat werkgevers meer invloed krijgen?
'Niet echt. Juist in die reïntegratiemarkt geloven wij dat sociale partners een enorme rol kunnen gaan spelen. Wij gaan ervan uit dat veel bedrijven zeggen: dit is allemaal veel te ingewikkeld, laat dat maar op CAO-niveau geregeld worden. Als werkgever en werknemer het daarover eens zijn, dan is er ets wat ze let om dat zo met elkaar te regelen.’
De uitvoering van de ziektewet is in 1996 geprivatiseerd. Een doorslaand succes zijn de Arbodiensten die hier verantwoordelijk voor zijn - en eveneens rechtstreeks een opdracht krijgen van de werkgever - nog niet bepaald geworden.
'Een doorslaand succes lijkt me ook wat veel gevraagd. Het is gewoon nieuw. Wat voor mij echter vaststaat is dat door die introductie van de verplichte inschakeling van Arbodiensten indertijd, de aandacht voor mensen die ziek zijn geworden is toegenomen. Het gaat in het nieuwe voorstel echter niet meer alleen om het eerste ziektejaar, maar ook over het verlengde traject: reïntegratie van mensen die al in een uitkeringssituatie terecht zijn gekomen. Kortom, het gaat nu ook over de arbeidsomstandigheden binnen het bedrijf. Door de samenwerking van het bedrijf met de Arbodienst en het reïntegratiebedrijf ben je in staat veel effectiever en vollediger de cliënten te bedienen. Dat heeft belangrijke voordelen bij het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en het herstellen ervan.’
DE SUWI-NOTA en de nadere uitwerking van de uitvoering van de werknemersverzekeringen mogen dan volgens Lodewijk de Waal De Vries’ eerste beleidsdaden zijn, in het nieuws kwam hij al eerder. Bijvoorbeeld als tevreden minister die zag dat het armoedebeleid van voorganger Melkert effect lijkt te sorteren. Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde in haar twee weken geleden verschenen Armoedemonitor dat met name ouderen profiteren van de maatregelen. Minister De Vries, die volgens het eerder geciteerde lelijke stuk uit HP/De Tijd geen feeling zou hebben met de problematiek, is vooral content dat armoede überhaupt een thema is geworden. 'Het allerbeste is dat het een aantal jaren geleden nadrukkelijk op de agenda is gezet en een hoofdissue werd. Er worden grondige analysen gemaakt en er is bijna geen gemeente meer die niet een eigen armoedebeleid heeft’, zegt hij.
Heerlen is ook zo'n gemeente. Toch vond de Partij van de Arbeid aldaar het nodig een 'minima-winkel’ in het leven te roepen. Op vertoon van een pasje kunnen 'arme mensen’ dan tegen een lager bedrag producten kopen die krap tegen de houdbaarheidsdatum aanlopen. De Vries: 'De helft van mijn boeken komt bij De Slegte vandaan en ik koop al mijn kleren in de uitverkoop. In Heerlen heeft men gewoon geprobeerd een oplossing te vinden om mensen iets goedkoper hun boodschappen te kunnen laten doen. Wat mij ontzettend tegenstaat is dat in deze samenleving veel spullen die nog goed zijn, zomaar worden weggegooid. De hele wereld zit vol winkels waarbij de een duurder is dan de ander. Je moet misschien geen winkels maken voor minima alleen. Maar als mensen met een laag inkomen zo wat meer geld kunnen overhouden, dan zie ik geen probleem.’
NA BIJNA EEN UUR praten lijkt het gespreksonderwerp even verschoond van afkortingen. Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een unicum. Overigens al sinds jaar en dag. En al die afkortingen, al die details moet de minister kennen. De Vries zou zoveel liever in grotere lijnen denken. Zoals hij dat met die andere denker uit Kok(II, Bram Peper, al eens aangaf in een dubbelinterview in Vrij Nederland. Hij herhaalde daar zijn oude pleidooi voor meer staatssecretarissen die op de kleintjes zouden kunnen blijven letten. Zodat de minister zich op de grote lijnen kan richten. In de pers werd hij erom uitgelachen. Die indruk heeft hij tenminste. De Vries: 'De discussie wil men om de een of andere reden niet begrijpen. Ik vind dat aan de manier waarop het land geregeerd wordt, best wat kan worden veranderd. Dát heb ik toen geprobeerd aan de orde te stellen. Met meer staatssecretarissen hebben ministers meer tijd om te werken aan de breedte van hun dossier en om de kabinetsdossiers in de gaten te houden. Als je mensen opzadelt met werkweken van tachtig, negentig uur en ze hebben dán nog het gevoel dat ze een hele hoop belangrijke dingen niet kunnen gaan doen, dan is er iets mis met de inrichting van het staatsbestuur. Aangezien ik een gezond mens ben, doe ik het allemaal graag, maar het zou zoveel beter zijn als we in Nederland naar een systeem gingen met een bredere ondersteuning, waarin ministers meer tijd hebben om zich met het totale kabinetsbeleid bezig te houden. En meer tijd hebben om het land in te gaan, om meer te praten. Als je kijkt naar de hoeveelheid dossiers die er op dit departement spelen, dan kun je er zo een of twee staatssecretarissen bij hebben. Hans Hoogervorst, voortreffelijke man, kan zich de hele dag met sociale verzekeringen bezighouden, Annelies Verstand, fantastisch mens, kan zich de hele dag bezighouden met die buitengewoon complexe wereld van arbeid en zorg. Dan zijn er nog tientallen andere onderwerpen die hier spelen en vrijwel automatisch op mijn bureau terechtkomen. En dan moet ik nog leiding geven aan het departement ook. En de stukken voor de ministerraad lezen. Dat noem ik geen efficiënt staatsbestuur. Dat is dus niet klagen over mijn werk. Maar het is gewoon niet goed als ministers te weinig tijd hebben voor reflectie.’