Beiroet of sarajevo

Afgelopen zondag stond Sarajevo centraal in de tv-documentaire die in Televizier werd uitgezonden. De stad waarin zoveel verschillende mensen tot voor kort als een volk samenwoonden. De stad die ineens opgedeeld is in afzonderlijke wijken, ieder voor een eigen bevolkingsgroep. Waarin de Servische jongen Bosko en het moslimmeisje Admira elkaar overal hadden kunnen komen, op ieder plein en op ieder terrasje. Maar waar het deze geliefden ineens onmogelijk werd gemaakt om samen te zijn. De ‘Romeo en Julia van Sarajevo’ werden ze genoemd, toen ze samen bij hun poging de stad te ontvluchten werden doodgeschoten. Tien dagen lang lagen ze levenloos in elkaars armen op een stukje niemandsland waar niemand de lijken durfde weg te halen.

Over hen had de voorstelling A ceux qui tombent (‘Aan hen die vallen’) van Boris Gerrets en Desiree Delauney kunnen gaan. Maar ze kozen voor een stad die net als Sarajevo is verworden tot een 'irrationele metafoor voor de menselijke waanzin’, zoals Gerrets schrijft in het programmaboekje van het Triple X-festival. Op uitnodiging van Triple X reisde Gerrets naar Beiroet. De stad waar sinds 1984 veertien jaar lang is gevochten, en waar bombardementen het grootste deel van de huizen hebben verwoest. Gerrets maakte video-opnames van de stad, die tijdens de voorstelling te zien zijn. Choquerend zijn de beelden die vanaf een rijdende motor zijn gemaakt, waarbij de ene ruine de andere opvolgt. 'Ik probeer me op de natuur te concentreren’, is het commentaar van Gerrets bij de beelden. 'Om te kijken naar de bloemen en de bomen, en niet naar de verwoestingen.’ Maar het is bijna onmogelijk om dat bij die rauwe videobeelden te doen. 'Terwijl het onkruid over de ruines begint te woekeren, wordt er gebouwd aan een nieuw Beiroet’, schrijft Gerrets. 'Maar in de talloze gaten in het weefsel van de stad opent zich keer op keer de donkere ruimte van de herinnering.’
Triple X, het nieuwe zomerfestival dat zich de afgelopen weken afspeelde op het terrein van de Westergasfabriek, bood Gerrets en Delauney een perfecte lokatie voor deze voorstelling. Bij de zolderverdieping van het vervallen Transformatorgebouw is de grens tussen buiten en binnen doorbroken door tochtige gaten in de muren en in het dak. In de nok van de grote kale ruimte, bovenop de balken, had Gerrets zich gevestigd, als een schrijver achter een tafeltje. Beneden dwaalde Delauney rond, tussen rusteloos knipperende looplampen. Gedurende de voorstelling probeerden Gerrets en Delauney elkaar te bereiken. Maar hun verhaal was veel abstracter en complexer dan dat van de twee geliefden uit Sarajevo. Allebei probeerden ze uiting te geven aan hun gedachten en gevoelens over de verwoeste stad. Gerrets met woorden, in een ingewikkelde Engelse tekst, die soms slecht te verstaan was, en waarin hij telkens van perspectief leek te veranderen. Delauney reageerde fysiek, met heftige bewegingsflarden, waarbij ze de ene keer het beeld van vallende lichamen opriep en zich de volgende keer 'verwarmde’ bij het licht van een eenzaam peertje. Een keer lokte Delauney Gerrets achter zijn bureau vandaan, voor een verstilde dans waarbij de man en de vrouw, de spreker en de danser, het hoofd en het lichaam, elkaar niet aanraakten. Symbolisch voor de verscheurdheid van de stad en van haar bewoners. Toch slaagden Gerrets en Delauney er niet in om die verscheurdheid werkelijk over te brengen. De teksten van Gerrets waren niet echt tot iemand gericht en galmden nogal prekerig door de ruimte. En Delauney, die prachtig kan dansen, was te ver weg en te veel in het donker om de toeschouwers mee te slepen.
Eigenlijk waren de videobeelden van Beiroet nog het meest overtuigend. Vooral de laatste beelden die vanuit een kapotgeschoten reuzenrad waren gefilmd, met de stampende house-muziek van de plaatselijke radio. Samen met het publiek bekeken Gerrets en Delauney vanaf de tribune deze laatste tv-beelden. Alsof ze zich uiteindelijk neerlegden bij de afstand tussen ons en oorlog op tv.