De nieuwe moslims

Bekeerlingen mogen best nog dineren

Godsdienst neemt de kleur aan van de bodem waarover ze stroomt. Ook de islam. Autochtone Nederlanders die zich bekeerden hebben wellicht een gematigder benadering. ‘Misschien moeten wij het aanbod van een meer progressief islamgeluid vergroten.’

‘ZO'N CERTIFICAAT is natuurlijk onzin. Iedereen met een Arabische naam mag Mekka binnen. Maar alleen omdat ik Sandra Doevendans heet, moet ik aantonen dat ik moslim ben. En dat terwijl God de enige is die mag oordelen.’
Op de bovenverdieping van een klein huisje in het rustieke Oud-Sloten, waar antropologiestudente Sandra Doevendans (26) woont met haar driejarige zoontje, komt het gesprek op de verschillen tussen moslims-van-geboorte en 'nieuwe moslims’: bekeerlingen die de islam niet met de paplepel ingegoten hebben gekregen, maar zich de religie vanuit een niet-islamitische achtergrond stukje bij beetje proberen eigen te maken. Zeker in het begin vond ze het niet altijd even makkelijk haar weg te vinden in de islam, met zijn on-Nederlandse wetten en het klassieke Arabisch als voertaal: 'Ik dacht dat ik sommige klanken van het Arabisch nooit zou kunnen beheersen. Het bidden ging ook veel te snel.’
En dan Mekka, de heilige stad die verboden is voor niet-moslims. Iedere volwassen moslim die gezond is en over voldoende geld beschikt, dient minimaal één maal in zijn leven een pelgrimstocht naar de stad te maken. Sandra is bestuurslid van moslimvrouwenorganisatie Al-Nisa. Wie daar de shahada, de islamitische geloofsgetuigenis, ten overstaan van minimaal twee moslims uitspreekt - dat is alles wat nodig is om moslim te worden - kan om een certificaat vragen waarin de bekering tot de islam is vastgelegd. Al-Nisa heeft daarvoor toestemming gekregen vanuit Saoedi-Arabië, de bakermat van het geloof.
Het valt Sandra op dat cultuur en islam vaak worden verward: 'Dat gebeurt bijvoorbeeld bij eerwraak en vrouwenbesnijdenis. Ik zag in een documentaire een man die volhield dat vrouwenbesnijdenis voorgeschreven was door de islam, terwijl dat nergens geschreven staat. Mensen ga lezen, alsjeblieft! De islam is heel compatible met de Nederlandse samenleving. Als je alles weghaalt wat cultuur is en geen religie, dan blijft een geloof over dat hier prima werkt.’

AL SINDS de zestiende eeuw bekeren Nederlanders zich tot de islam. Destijds betrof het zeerovende kapiteins, die na bekering tegen een gulle beloning in dienst traden van de machtige Turkse sultan. Jan Janszoon en Ivan de Veenboer schopten het als respectievelijk Moerad Raïs en Sulaiman Raïs beiden tot Turks admiraal. Hoeveel bekeerlingen Nederland momenteel kent is onduidelijk: geloofsovertuiging wordt niet officieel geregistreerd. De schattingen lopen uiteen van vijfhonderd tot duizend per jaar.
Maar hoe onbetrouwbaar dit soort gegevens zijn, toont de slordige manier waarop een becijfering door het Centraal Bureau voor de Statistiek op internet en zelfs in tv-reportages wordt gebruikt. In 2007 stelde het CBS dat er twaalfduizend autochtone islamieten waren. Dat aantal wordt makkelijk verward met het aantal bekeerlingen, terwijl het CBS erop wees dat zij ook de kinderen van de tweede generatie allochtonen - vrijwel altijd geboren moslims - meerekende. Maar toch: dat de islam wortel heeft geschoten in Nederland, en dat de groep nieuwe moslims groeit, staat vast.
Volgens het Landelijk Platform Nieuwe Moslims bestaan er twee opvattingen over bekeerlingen die ver uiteenlopen. Mensen denken vaak dat de bekering niet gemeend is, en slechts dient om te kunnen trouwen met een moslimpartner. Tegelijkertijd wordt gedacht dat bekeerlingen heel extreem zijn in hun geloof. De Groene Amsterdammer onderzocht het spectrum daartussenin en ging te rade bij vier nieuwe moslims. Bij alle vier was de bekering het uitvloeisel van een zoektocht naar zingeving. Alle vier huwden ze een islamitische partner, zonder dat het de doorslag gaf voor hun bekering. Welke problemen ondervinden zij? En kunnen ze, opgegroeid in de Nederlandse compromiscultuur, een moderniserende invloed op de islamitische praktijk uitoefenen?
Ronald Kroon, docent aan de Hogeschool van Amsterdam, met een klein sikje, bekeerde zich kort voor de aanslagen van 11 september 2001 en ontmoette zijn islamitische vrouw pas daarna. Hij verdiepte zich in de islamitische wet- en regelgeving: 'Bij veel bekeerlingen slaat de pendule eerst uit naar de ene kant. Ze willen alles doen zoals het hoort. Dan nemen ze vaak een identiteit aan en die is niet per definitie alleen maar islamitisch. Als je per se de letterlijke regelgeving wil volgen, word je “Midden-Oosters”. Maar de pendule zwaait terug. Je kunt niet een rol blijven acteren. Uiteindelijk vindt vrijwel iedereen een middenweg.’
Het leven in een westerse samenleving lijkt op het eerste gezicht voor praktiserende moslims talloze problemen op te leveren. Maar, zegt Kroon, wie de islam goed kent, weet dat het geloof vrijwel altijd een uitweg biedt. 'Stel, je bent bekeerd en je ouders drinken altijd wijn bij het eten. Nu is er een hadith die stelt dat je geen alcohol mag drinken, kopen, verkopen of erbij zijn als het genuttigd wordt. Veel bekeerlingen denken dat ze nooit meer kunnen dineren met hun ouders, ook al drinken ze zelf niet. Maar in het islamitische recht is het onderhouden van je familierelaties belangrijker dan het alcoholverhaal.’
Op de vraag of er voor een nieuwe moslim veel verleidingen zijn in deze verdorven maatschappij moet hij lachen: 'Verleiding is iets persoonlijks. Bekeerde moslims zijn gewoon Nederlanders die het vaak allemaal niet zo zwart-wit zien. Ze nemen hun geloof heel serieus, en vinden die paar keer dat het nodig is een legitieme uitweg.
Over verleidingen gesproken: ik heb om me heen gezien dat jongens die zich branden als bekeerling populair zijn bij de allochtone islamitische dames. Je bent een soort statussymbool. Andersom zie je ook dat bekeerde Nederlandse meiden het interessant vinden om verder te gaan met bijvoorbeeld een Marokkaanse jongen. Daar komt frictie van, zou je denken. Maar dat valt mee. De enige frictie komt doorgaans van de vader’, grinnikt Kroon, zelf vader van twee dochtertjes. 'Die denkt: wat moet die Nederlander met mijn dochter?’
Ook Ceylan Weber (48) ziet de verwevenheid van cultuur en islam als een lastig gegeven. Sinds 2008 is ze zelfstandig adviseur en publicist op het gebied van emancipatie en islam en sinds deze zomer ook hoofdredacteur van nieuwemoskee.nl. Ze bekeerde zich al in 1989 en nam als enige van de nieuwe moslims met wie De Groene Amsterdammer sprak een andere naam. 'Ik heb dat gedaan omdat mij destijds werd verteld dat het moest. Maar mijn familie noemt mij nog gewoon Joyce. Dat betekent vreugde. Ik zou het een belediging vinden om hen te vragen me anders te noemen. Mijn ouders zochten bewust zo'n mooie naam.’
Onlangs zei een imam in een Turkse moskee waar ze soms tolkt uit zichzelf dat de scheiding tussen de gebedsruimtes voor mannen en vrouwen niet wordt voorgeschreven door het geloof. 'Hij zei: “Wij zijn Turken en in onze cultuur zijn wij het zo gewend.” Dat is de invloed van leven in een omgeving waarin culturele zaken niet vanzelfsprekend “islamitisch” meer zijn. Daar dragen wij nieuwe moslims natuurlijk toe bij. Maar vergis je niet: cultuur is hardnekkiger dan religie. Van eerwraak is nu wel duidelijk dat het echt verboden is in de islam, maar we zijn er nog lang niet vanaf.’
Wat haar in de islam meteen aansprak waren de directe band met God en de verwevenheid van religie met het dagelijks leven. 'De tuin sproeien is een vorm van liefdadigheid, net zoals een vriendelijke glimlach naar mensen op straat een manier is om je geloof te beleven. Zelfs seksualiteit, binnen het huwelijk, is in de islam een vorm van aanbidding.’ In de eerste zes jaar van haar moslim-zijn zag ze de islam vooral als een stelsel van regeltjes en verboden. 'Ik was in die periode bezig om de praktijk van het geloof te leren. Hoe je moest bidden, hoe ik me staande moest houden binnen dat stelsel van regels en geboden. Een goed glas wijn bij het eten mis ik nog steeds wel eens.’
Aanvankelijk werd ze roomser dan de paus, maar inmiddels is ze een toonbeeld van de Nederlandse, emancipatoire islam. Mét hoofddoek. 'Toen ik zoekende was ging ik ervan uit dat het bedekken van je schoonheden erbij hoorde. Maar nu vind ik het vreselijk dat vrouwen verantwoordelijk worden gemaakt voor het morele gedrag van mannen. Ik denk niet dat de wereld vergaat als mannen mijn haar zien. Dat gebeurt regelmatig, want in huis draag ik geen hoofddoek, ook niet als ik de deur opendoe. Voor mij is de hoofddoek een vorm van gebed, niet meer en niet minder. Ik draag hem vanuit een behoefte me extra bewust te zijn van de aanwezigheid van God.’
Sandra Doevendans wil graag permanent een hoofddoek dragen, maar wacht daar nog even mee. Ze woont boven haar moeder en haar stiefvader, en die vinden het niet zo prettig als ze in huis rondloopt met een hoofddoek op: 'Ik heb een tijdje geprobeerd hem op te doen als ik naar buiten ging. Maar ik ben daar nog niet zo bedreven in, dus moest ik in autospiegeltjes kijken of hij goed zat. En dan vergat ik hem weer af te doen als ik thuiskwam. Ik wacht tot ik mijn eigen huis heb. Dat is makkelijker wennen voor mijn ouders.’
Als ze haar hoofddoek draagt, merkt ze soms dat haar huidskleur - ze is geadopteerd en afkomstig uit Sri Lanka - een rol gaat spelen, terwijl ze er zonder hoofddoek zelden iets van merkt: 'Zeker als ik mijn hoofddoek strak om heb, zie ik er blijkbaar uit alsof ik uit Afrika kom. “O, wat praat u goed Nederlands”, zei een mevrouw in de moskee een keer tegen me, elk woord langzaam en duidelijk uitsprekend. “Dank u wel mevrouw, u ook.” Ik merk ook bij blanke zusters dat in de ogen van de mensen hun IQ een paar punten daalt als ze een hoofddoek dragen.’
Ze vindt niet dat de hoofddoek symbool staat voor onderdrukking. 'Ik heb niemand die me zou kunnen onderdrukken’, zegt ze. 'Voor mij voelt het heel logisch om een hoofddoek te dragen. Ik vind het ook mooi. Veel zusters doen het niet en dat maakt hen geen slechtere moslima’s. Het gaat in de islam om de intentie van je hart en de daden die je verricht. Trouwens, sinds ik besloten heb dat ik een hoofddoek ga dragen wil mijn haar niet meer zitten.’
Haar naam laat ze niet officieel veranderen: 'Ik ben al bruin en ik heet Sandra, en dan ben ik ook nog moslima. Dat lijkt me apart genoeg.’ Wel kleedt ze zich bedekter sinds ze moslima is. 'Ik draag geen mouwloze truitjes en rokjes meer. Ik draag trouwens ook geen jassen tot aan de enkels. Maar als ik een leuke zie, koop ik hem. Waarom niet? Het is het woord van God, en ik voel me er prettig bij. Als ik ’s middags zit te zappen om een goede zender te vinden voor mijn zoontje van drie zie ik dingen waarvan ik denk: too much, weet je. Overal waar je kijkt is seks. Misschien is het mijn moederschap. Kijk, dat bedoel ik als ik zeg dat voor mij de islam heel compatible is. Wat ik zie met mijn moederoog klopt precies met de leefwijze van de islam. Zie je nou wel dat ik eigenlijk altijd al moslima was.’

NIETS AAN het uiterlijk van adviseur Bastiaan Verberne toont dat hij moslim is. Hij is baardloos, heeft blond krulhaar, draagt een klein brilletje en een pak. Hij wist al veel van de islam omdat hij religiewetenschap studeerde. Toen hij zijn huidige vrouw ontmoette - net als hij een Tukker, maar dan met Marokkaans-islamitische wortels - besloot hij een jaar lang de islamitische praktijk te verkennen. Hij werd warm onthaald in de moskee en besloot uiteindelijk zich te bekeren. 'Ik stelde mezelf de vraag: doe ik het vooral voor haar of ook voor mezelf? Ik zag mezelf wel in m'n eentje in het bejaardentehuis, terwijl ik nog steeds mijn gebedjes deed. Toen wist ik dat het goed was. Ik ben ervan overtuigd dat als je het puur voor de ander doet het risico groot is dat je het niet volhoudt. Ik merk bij mensen die niet vooraf studie hebben gedaan dat ze zich vaak erg laten beïnvloeden. Ze veranderen hun naam en hun kleding, breken met hun oude vriendenkring en gooien het roer flink om. Ik zie de islam als een aanvulling op wie ik al was. Ik ga mezelf niet compleet herdefiniëren en me de hele tijd zo-moslim-mogelijk gedragen.’
Het valt hem op dat de orthodoxere islamstromingen erg actief zijn op internet, ook in het Nederlands: 'Ik vraag me af of daar Saoedisch geld achter zit. Dan stelt iemand op een website een oprechte vraag maar wordt hij meteen afgestraft omdat hij niet achter de naam van de profeet “vrede zij met hem” heeft geschreven, of geen “salaam aleikum” zegt, maar gewoon “hallo”.’
Toch is er volgens hem een gematigder Nederlandse islam in ontwikkeling, al zullen veel moslims dat niet zo zien: 'Ze zullen zeggen: “Er is maar één islam.” Maar religie is net als water, het neemt de kleur aan van de bodem waarover het stroomt. De Afghaanse islam is heel anders dan de Marokkaanse of de Amerikaanse. Mensen die in een Nederlandse cultuur zijn opgegroeid zullen er bijvoorbeeld toe neigen het in de islam zo heikele homovraagstuk te benaderen vanuit de persoonlijke relatie van de gelovige tot God. Je bent nu eenmaal homo, daar word je mee geboren. Dat betekent niet dat je geen moslim kunt zijn. Door goede daden te doen kun je uiteindelijk beloond worden in het hiernamaals.’
Juist die Nederlandse benadering raakt echter ondergesneeuwd in het huidige vijandige islamklimaat. 'Het is irritant dat media klakkeloos Wilders’ beperkte interpretatie van de islam overnemen. Hij trekt allerlei begrippen uit hun context en doet alsof elke moslim zich in het geniep zit voor te bereiden op het invoeren van de sharia in Nederland.’
Bastiaan Verberne levert bijdragen voor wijblijvenhier.nl en nieuwemoskee.nl, platforms die tegengas proberen te geven tegen zowel Wilders als de orthodoxe islamopvatting. Ze worden met name bevolkt door moslimstudenten, voor het overgrote deel met ouders uit islamitische landen. 'Ik verwacht veel van de huidige generatie moslimstudenten. Laten we hopen dat ze op goede plekken terechtkomen. Misschien zouden ook wij, de nieuwe moslims, de handen ineen moeten slaan om het aanbod van een meer progressief islamgeluid te vergroten.’

(met medewerking van Karel Smouter)