KUNST

Beladen geschiedenis

Spectres

Hoe hard is de geschiedwetenschap? Boterzacht, als we Sven Augustijnen mogen geloven in zijn recente documentaire Spectres, die nog tot 12 februari is te zien als onderdeel van een solotentoonstelling in De Appel, Amsterdam. Augustijnen gaat in Spectres te werk als een detective. Hij is niet geïnteresseerd in gestileerde plaatjes, maar probeert met zijn zoekende camera aanwijzingen te vinden die de ware motieven van de Belg Jacques Brassinne de La Buisière blootleggen. En zo kan het gebeuren dat de camera die Brassinne met een ijzeren consequentie volgt plots een Belgische vlag in het vizier krijgt, als was het een bewijsstuk. Brassinne is een man met een obsessie. Dertig jaar en tweeduizend pagina’s deed hij erover om in een proefschrift aan te tonen dat de Belgische overheid niet betrokken was bij de moord op Patrice Lumumba, de eerste democratisch gekozen premier van de voormalige Belgische kolonie Congo. Brassinne kan echter allerminst worden beschouwd als de wetenschapper met de benodigde professionele distantie: ten tijde van de moord in 1961 stond hij als vertegenwoordiger van de Belgische regering in Congo aan de kant van Moïse Tshombe, een van de politieke tegenstanders van Lumumba.
Op de dramatische klanken van Bachs Johannes Passie zien we hoe Brassinne als een hedendaagse missionaris zijn woord verkondigt. Nog één keer gaat Brassinne met de filmmaker langs de belangrijkste nabestaanden en bezoekt hij beladen historische plekken. Net als in Kurosawa’s klassieker Rashomon verhouden de verschillende verhalen over de ware toedracht van de moord zich maar moeizaam tot elkaar. En net als in Rashomon is de postmoderne conclusie van Augustijnen dat dé waarheid niet bestaat. Daardoor staat de film voortdurend onder hoogspanning. Als Brassinne vraagt of hij de opdracht in zijn boek voor haar of voor haar moeder moet schrijven, antwoordt de dochter van Lumumba geïrriteerd dat hij wel beleefd moet blijven. Daarin ligt veel meer besloten dan slechts wat ergernis over omgangsvormen. Met de stuitende schaamteloosheid van iemand die al te zeer overtuigd is van zijn eigen gelijk reist Brassinne door België en Congo. De bizarre nachtelijke slotscène doet echter vermoeden dat hij daarvan vooral zichzelf probeert te overtuigen.
Wie heeft welk belang bij welke loop van de geschiedenis? Dat is de prikkelende vraag die Augustijnen stelt. Maar hoe zit het met de filmmaker zelf? Zijn verklarende tussentitels die bij tijd en wijle door het beeld lopen, suggereren dat Augustijnen als regisseur de waarheid in pacht heeft. Maar lopend door De Appel blijkt dat de rol van documentairemaker er slechts één van vele is die Augustijnen aanneemt als geschiedschrijver en kunstenaar. Zo toont hij de spoken uit het verleden ook in een indringende fotoserie van Congolese prostituees in Brussel. En in vitrines heeft Augustijnen zaken uit het persoonlijke archief van Brassinne uitgestald, alsof het stukken zijn van grote archeologische waarde. En wat te denken van het katern dat de kunstenaar samenstelde voor het Belgische financieel dagblad De Tijd, waarin het Belgische koloniale verleden in Congo wordt verbonden aan de ontstaansgeschiedenis van Europa? De filmmaker, de fotograaf, de journalist, de historicus en schrijver Augustijnen vertellen samen een verhaal over een man met een obsessie. Maar vooral over een land dat nog altijd niet heeft afgerekend met zijn koloniale verleden.

Op 12 februari wordt de tentoonstelling afgesloten met een presentatie van David van Reybrouck, auteur van het boek Congo.
www.deappel.nl