Belast me!

Rijke westerlingen die meer belasting willen betalen: in Nederland hoor je ze niet. Jammer, ook voor de gevers - die zouden langer leven.

DE AMERIKAANSE miljardair Warren Buffett begon ermee en inmiddels lijkt het een voorzichtige trend: rijke westerlingen die smeken om meer belasting te mogen betalen om zo hun bijdrage te leveren aan het oplossen van de financiële en economische crisis. In Nederland blijft het nog opvallend stil in Bloemendaal, Wassenaar en Blaricum. Dat voedt waarschijnlijk de cynici die zeggen dat de Amerikaanse, Franse en Engelse rijken van de Tax Me-beweging alleen maar hogere belastingen willen uit angst voor een opstand van de horden. Want ook die houden zich in ons land rustig. Waarom zouden de families Brenninkmeijer, De Bruin en De Mol dan meedoen? Het lijkt allemaal aan te sluiten bij de uitspraak van de Amerikaanse evolutiebioloog Michael Ghiselin: ‘Krab een altruïst en zie een huichelaar bloeden.’
Velen zullen belasting betalen geen altruïsme vinden, maar je kunt het wel degelijk zien als vanuit de overheid geregeld altruïsme. Mogelijk is dat juist het probleem, dat we dat besef zijn kwijtgeraakt en belasting en premie betalen niet meer ervaren als geld geven aan minderbedeelden zodat ook zij naar de universiteit kunnen of verzekerd zijn tegen ziektekosten.
Volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten hebben we daar vooral onszelf mee. Met geven zijn we beter af dan met nemen. We voelen ons er gelukkiger door. We leven er zelfs langer van, zoals Spaanse en Amerikaanse onderzoekers hebben aangetoond. Bovendien blijken we er als gemeenschap ook welvarender van te worden, omdat onbaatzuchtigheid vertrouwen schenkt en dat laatste tot succes leidt dat beklijft, terwijl kortetermijn-winstbejag slechts van korte duur is.
Natuurlijk kun je met die kennis altruïsme toch weer afdoen als egoïsme, maar dan toch van een ander soort dan het egoïsme van hen die menen dat de mens alleen een calculerend wezen is dat bij elke handeling exact wil weten wat hij ermee verdient.
Met het cynisme waarmee naar Buffett en zijn collega-miljonairs wordt gekeken, kun je ook reageren op de oproep van de Amsterdamse PVDA-wethouder Lodewijk Asscher aan het VVD/CDA-kabinet om oog te hebben voor de stapeling van de vele bezuinigingsmaatregelen. Volgens Amsterdams onderzoek worden daardoor vooral de toch al zwakke groepen getroffen. 'Asscher misbruikt zijn functie voor een politieke boodschap’, reageerde een VVD-wethouder uit een andere gemeente. Dat zou nóg cynischer kunnen: Asscher probeert zich alleen maar in de kijker te spelen binnen de fut- en richtingloze PVDA.
Maar waarom zou Asscher - overigens formeel namens het hele college van burgemeester en wethouders, dus ook de VVD'ers onder hen - niet oprecht begaan kunnen zijn met de jonggehandicapten en de jongeren zonder veel opleiding die dreigen af te glijden naar het criminele circuit? Door de vele bezuinigingsmaatregelen die zij op hun bordje krijgen, dreigen deze groepen aan de kant te komen staan en niet aan een baan te kunnen komen. Met op den duur als gevolg armoede en sociale uitsluiting voor betrokkenen en hoge kosten voor de gemeenschap. Natuurlijk is proberen dat te voorkomen uiteindelijk ook welbegrepen eigenbelang, maar toch wederom van een ander soort dan het directe, individuele gewin.
Waar Amsterdam het kabinet bovendien op wijst, is dat de uitkomst van de aangekondigde bezuinigingsmaatregelen haaks staat op wat het kabinet zegt ermee te willen bereiken: dat iedereen aan de slag gaat en minder afhankelijk wordt van de overheid. Het gaat niet alleen om de jongeren van nu die de aansluiting dreigen te missen, maar ook om hun toekomstige kinderen. Dat lijkt in tegenspraak met een uitkomst van het vorige week gepubliceerde onderzoek Voorbestemd tot achterstand? van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Daaruit blijkt dat wie in zijn jonge jaren armoede heeft meegemaakt niet noodzakelijk op latere leeftijd ook arm is: zeven procent van hen die in 1985 arm waren, trof dat lot, terwijl die kans voor alle andere kinderen vier procent was. Dat armoede aan een kind blijft kleven, blijkt dus, gelukkig, mee te vallen.
Daar zitten echter wel een paar mitsen en maren aan. Voor heel jonge, in armoede opgroeiende kinderen én voor kinderen die jaar in, jaar uit armoede meemaken is de kans om later zelf ook arm te worden groter dan voor de andere arme kinderen. Voor hen die in hun jeugd langdurig in armoede leven is dat percentage zelfs meer dan twee keer zo hoog dan voor de gehele groep gemiddeld. Bovendien blijkt materiële armoede ook de kans op sociale uitsluiting te vergroten. De beste armoedebestrijdingsmiddelen zijn - nog steeds - onderwijs, werk, een goede gezondheid en sociale participatie. Daarom ook schrijft Asscher dat hij het met het doel van het kabinetsbeleid - een economisch sterk Nederland - eens is. Hij vreest echter de uitkomst van de concrete maatregelen.
Wie in het SCP-onderzoek leest dat een dubbeltje door hard werken op eigen kracht een kwartje kan worden en het voor de rest wel eigen schuld, dikke bult zal zijn, is kortzichtig. Ten eerste is er al jarenlang allerlei overheidsbeleid dat aan bovenstaande uitkomst heeft bijgedragen. Bovendien is het littekeneffect, zoals het SCP dat noemt, van een arme jeugd dan misschien gering voor de betrokkenen zelf, de uitstraling op de samenleving als geheel is volgens de onderzoekers groter: omdat ons gezamenlijk productief vermogen daardoor niet optimaal is.
Jammer dat het dan toch weer met een verwijzing naar geld moet zijn om te pleiten voor een samenleving waarin de rijkeren bereid zijn te geven aan de minderbedeelden. Waarom niet met: omdat de gevers gelukkiger mensen worden en langer leven bovendien? Dat Buffett en de zijnen er zelf om vragen is ook nog eens positief: samenlevingen waaruit dit 'altruïsme’ zelf naar boven komt, blijken de welvarendste. Des te belangrijker nu die welvaart slinkt.