Beleidsrijk

Sinds op het Binnenhof wordt ingezet op een door de Kamer gesteunde begroting vol herstelplannen, lijkt formeren ineens veel minder urgent.

Terugkijken kan je doen relativeren. Dus zocht ik op hoe de kabinetsformatie er vier jaar geleden bij stond. Nou, ook toen was er een dikke twee maanden na de verkiezingen nog geen nieuw kabinet in zicht. Na mislukte gesprekken tussen vvd, cda, d66 en GroenLinks, waarbij die laatste afhaakte, was Herman Tjeenk Willink – ja, ook toen al – nog maar net aan de slag gegaan als ‘procesbegeleider’, om te kijken hoe het verder moest, welke belangrijke onderwerpen er op tafel lagen en wie er met wie op die onderwerpen door één deur zouden kunnen.

Tegen deze relativerende terugblik valt in te brengen dat Nederland toen niet al bijna anderhalf jaar in een coronacrisis zat die behoorlijk wat op z’n kop had gezet in de samenleving, sociaal én economisch. Daarom zeggen politieke partijen bij de huidige formatie zelf ook dat er haast is geboden. Omdat met herstelbeleid niet kan worden gewacht tot er pas ergens in het najaar een nieuw kabinet is, waardoor 2022 als het ware een verloren jaar zou worden, omdat de begroting voor het nieuwe jaar al op de derde dinsdag van september moet worden aangeboden aan het parlement.

Helemaal waar. Maar nu ziet het ernaar uit dat juist de opdracht aan informateur Mariëtte Hamer om – ook – in te zoomen op het herstelbeleid na de coronacrisis de politieke partijen de ruimte geeft om te talmen en weer te gaan armpje drukken bij de onderhandelingen over een nieuw kabinet en een nieuw regeerakkoord. Daarin speelt het woord ‘beleidsrijk’ een belangrijke rol.

Ik hoorde het woord onlangs voor het eerst op de wandelgang zo nadrukkelijk in combinatie met begroting, een beleidsrijke begroting dus, dat het een alarmbelletje deed rinkelen. Het grappige is namelijk dat het tegenovergestelde, een beleidsarme begroting, zo gebruikelijk is voor een begroting die wordt ingediend door een demissionair kabinet dat die woordcombinatie in het verleden niet vaak werd gebruikt.

Op het Binnenhof wordt nu dus gekoerst op een begroting voor 2022 rijk aan herstelplannen, ingediend door het huidige demissionaire kabinet dat daarvoor steun denkt te kunnen krijgen van een grote meerderheid in de Tweede Kamer. Dan is het herstelbeleid in het komende jaar afgedekt en kan er meer tijd worden genomen voor de ‘echte’ kabinetsformatie.

Inmiddels heb je een cursus bijbelexegese nodig om te weten wat de ChristenUnie wil

Prompt merkte je dat. Van urgentie lijkt ineens geen sprake meer. Het cda dat bij monde van partijleider Wopke Hoekstra eerder nog had gezegd dat de christen-democraten na zetelverlies niet als eerste aan zet waren, maar dat de geit nu wel vooruit moest, trekt toch weer een grote broek aan. Nee, de christen-democraten willen niet met twee linkse partijen, pvda en GroenLinks, gaan onderhandelen, zoals d66 wel wil. Ze weten immers dat de vvd vooral met het cda wil regeren, wat de christen-democraten de kans geeft eisen te stellen.

Is er dan een alternatief voor samenwerking met pvda én GroenLinks? Ja en nee. En dan komt de ChristenUnie in beeld. Inmiddels heb je een cursus bijbelexegese nodig om te weten wat deze huidige coalitiepartij wil. Ik vat het even zo samen: nee, de ChristenUnie wil écht niet, tenzij de partij later een keer aan de beurt komt. Wat je ermee moet? Blijkbaar is het voor het cda voldoende om zich niet direct neer te leggen bij formatieonderhandelingen met links.

Ik weet dat sommige lezers steigeren als ik het woord ‘spel’ gebruik wanneer het over politiek gaat. Maar dat woord betekent niet dat het ‘maar een spelletje’ is. Wat onverlet laat dat politieke partijen dit soort manoeuvres zien als onderdeel van het onderhandelingsspel, om zoveel mogelijk eisen te kunnen stellen én om de eigen achterban te bedienen. Die moet de tijd krijgen om te wennen aan regeren met, bij cda en vvd, een links blok. En andersom bij pvda en GroenLinks met een rechts blok. Die achterbannen moeten zien dat het echt niet anders kan, dat er geen alternatieven zijn. Vandaar de ergernis over de opstelling van de ChristenUnie én het cda. Om bij de geiten van cda-leider Hoekstra te blijven, vooruit met de geit kan niet zolang het erop lijkt dat er nog een geitenpaadje is voor een coalitie met de ChristenUnie.

Bij d66 wekt vooral de opstelling van Hoekstra wrevel. Fijntjes wordt daar verwezen naar de verkiezingscampagne. Toen Hoekstra kort voor de verkiezingen bij Nieuwsuur partijen mocht kiezen met wie hij wilde gaan regeren, zaten daar behalve vvd, d66 en de ChristenUnie óók pvda en GroenLinks bij. Zo breed mogelijk zei hij toen nog. En toen Hoekstra afgelopen week na een bezoek aan de informateur zei dat waar het de inhoud betreft voor hem toekomstige generaties, middeninkomens en gelijkheid belangrijk zijn, werd niet alleen bij d66, maar ook bij pvda en GroenLinks verzucht: ja, bij ons ook.

d66-partijleider Sigrid Kaag heeft steeds gezegd voor de zomer een nieuw kabinet te willen hebben. Inmiddels rekent niemand daar nog op. Er wordt al rekening mee gehouden dat pas ver in het najaar een nieuw kabinet aantreedt. Want er komen vast nog strubbelingen, bovendien hoor je over een dun regeerakkoord, met alleen afspraken op hoofdlijnen, ook minder en minder.

Er is één voordeel aan een beleidsrijke begroting die de gelegenheid biedt om de kabinetsformatie over het zomerreces heen te tillen. Het geeft alle betrokkenen, politici en medewerkers, de kans om na een zwaar verkiezings- en coronajaar even vakantie te nemen. Dat verkleint de kans op nieuwe ziekmeldingen vanwege een burn-out.