Belga nostra

BRUSSEL - ‘De geest van 1789, 1848, 1870 en 1968 is weer ontwaakt’, orakelt een Leuvense professor op de radio. ‘Het volk neemt het heft in handen.’ Het is zondagochtend en Brussel stroomt geleidelijk aan vol met demonstranten voor de Witte Mars, ook wel ‘de Belgische Anjerrevolutie’ genoemd, naar de witte bloemen die het gros der deelnemers op verzoek van de organisatie in het knoopsgat draagt.

Ze zijn er allemaal: een delegatie van de Vlaamse Weight Watchers, de vereniging van Belgische country-liefhebbers, de Kempener motorrijdersbond. Zelfs het verenigde front van eigenaren van witte pitbullterriers heeft gehoor gegeven aan de oproep. Het is kortom een dwarsdoorsnede van de bevolking van Europa’s meest surrealistische natie die hier aanzwelt tot een massa van zo'n driehonderdduizend koppen.
Brussel is de meest politiedichte stad ter wereld en dat is te merken. Boven de demonstranten cirkelen de helikopters. Het hele wegennet rondom de binnenstad is hermetisch afgezet. Alle relevante overheidsgebouwen zijn met prikkeldraad en pelotons agenten beschermd. Maar de verwachte revolte blijft uit. De voorafgaande dagen sneuvelden overal in het land de ruiten bij de paleizen van justitie en leefde de uitgelaten school- en universiteitsjeugd zich uit met een bombardement van spaghetti en bakstenen richting de gehate Rijkswacht. Nu blijft de stemming vooral ‘sereen’, precies zoals Paul Marchal - de Mechelse onderwijzer die als vader van de vermoorde An in korte tijd is uitgegroeid tot het boegbeeld van het verzet - het heeft gewenst. De enige noemenswaardige schermutselingen doen zich voor bij station Noord, waar leden van de maoïstische splinterpartij PvdA aan het folderen zijn. Hen treft het verwijt dat zij de slachtoffers van de bende-Dutroux voor hun politieke karretje proberen te spannen. De politie neemt ze in 'preventieve hechtenis’, net voordat de volkswoede kan toeslaan.
ZO BLIJFT BRUSSEL de 'spaghettirevolutie’ vooralsnog bespaard. Het is het resultaat van een aanhoudende campagne vanuit politiek en monarchie om de getergde volksgeest tot bedaren te brengen. De opmerkelijke actie van koning Albert II, die verleden week vrijdag zijn afkeuring uitsprak over het besluit van het Hof van Cassatie om onderzoeksrechter Jean-Marie Connerotte uit Neufchâteau van de zaak-Dutroux af te halen, was het hoogtepunt van dat tegenoffensief. Met de constitutionele monarchie had Alberts 'vlucht naar voren’ helemaal niets meer uitstaande, maar het voldeed tenminste aan de eerste behoefte van heel Brussel en omstreken: pacificatie van de massa. De zaak-Dutroux fungeerde als een dieptebom in het politieke onderbewustzijn van heel België: met terugwerkende kracht zijn hierdoor alle politieke schandalen die reeds lang in de archieven van de diverse onderzoekscommissies en magistraturen lagen begraven, weer komen bovendrijven.
'Het drama van Julie, Mélissa, An en Eefje, Sabine en Laetitia is niet enkel de zaak van een groot misdadiger, maar rust op een maatschappelijk kwaad met mondiale afmetingen’, zoals kardinaal Danneels het al uitdrukte hij vergat daarbij voor het gemak de naam van het Marokkaanse meisje Loubna Ben-Aïssa, ook een mogelijk slachtoffer van Dutroux - een trekje dat er in heel België diep ingebakken zit). De zaak-Dutroux reactiveerde het idee dat België gevangen zit in de tentakels van een bizar, diabolisch conglomeraat van misdaad, politiek en de rechterlijke macht. Het probleem is dat dat beeld niet eens kan worden verwezen naar de vuilnisbelt van de paranoïde fantasieën die nu eenmaal ontwaken als een natie wordt geconfronteerd met een dergelijke sadistische aanslag op de onschuldige kinderziel.
Het valt niet te ontkennen dat er personele banden zijn tussen affaires als Gladio, de Roze Balletten, de Bende van Nijvel, de moord op André Cools en de zaak-Dutroux. Connerotte, de man uit het gat Neufchâteau, was de man die die structuren blootlegde. De rode motorfiets die de twee Tunesische huurmoordenaars na de aanslag op Cools gebruikten, werd teruggevonden in de tuin van een van de woningen van Marc Dutroux. De grootscheepse aandelenzwendel waarbij oud-minister van Pensioenen Alain Van der Biest was betrokken, blijkt moeiteloos over te vloeien in tal van andere maffiapraktijken. Er zijn sterke aanwijzingen dat Dutroux en zijn handlanger Michel Nihoul, politiek lobbyist ten behoeve van de Socialistische Partij van Wallonië, worden beschermd door het circuit dat bij de affaire rond de Bende van Nijvel ook al van zich deed spreken.
En de aanwijzingen voor al deze vertakkingen stapelen zich almaar verder op. Verleden week gooide Jacques Depret, ex-hoofdinspecteur van het Hoog Comité van Toezicht het hoogste controleorgaan van het politieapparaat) meer olie op het vuur door op de Franse televisie te stellen dat hij beschikte 'over een kluis onopgeloste Belgische schandalen’. Depret is ervan overtuigd dat een verkeersongeluk dat hem vijf jaar geleden overkwam, in feite een aanslag was. Hij verblijft sindsdien in vrijwillige ballingschap in Narbonne. 'Als er iets met mij gebeurt, worden de stukken onmiddellijk openbaar gemaakt’, dreigde hij.
Sinds de uitbarsting van de zaak-Dutroux regent het dergelijke beschuldigingen in de Belgische media. Iedereen beschuldigt elkaar. Connerotte bracht enig overzicht in dit moeras. Vandaar dat hij door rancuneuze, wellicht ook angstige collega’s werd aangeduid als 'een cowboy die zot van hoogmoed is’. Het Hof van Cassatie, symbool voor het autocratische cliëntelisme waarmee de Belgische samenleving is ingericht, deed vervolgens het beulswerk. Sindsdien zijn de 'karkassen van kassatie’ (Geert van Istendael) de risee van het ganse land.
Hugo Coveliers, senator namens de Vlaams Liberale Democraten (VLD), ’s lands grootste oppositiepartij, is een van de weinige politici die afgelopen zondag durfde mee te demonstreren. Coveliers verkeert al sinds enige jaren op voet van oorlog met het Belgische establishment. Hij beet zich vast in het onderzoek naar de ware achtergronden van de Bende van Nijvel, hij pleit voortdurend voor de afschaffing van de Rijkswacht 'een staat in een staat’) en hij maakt zich momenteel sterk voor 'de grote kuis’ van het Belgische justitiële apparaat. Zo lanceerde hij het voorstel om de leden van het Hof van Cassatie op hun vijfenzestigste naar huis te sturen en hen telkens slechts voor vijf jaar te benoemen. De helft van de huidige leden zou met pensioen worden gestuurd als dit voorstel werd aangenomen.
Op deze manier zou vervolgens het hele justitiële apparaat kunnen worden gerenoveerd. En dat moet snel gebeuren, zo bezweert Coveliers daags voor de mars in zijn kamer in de Brusselse senaat. Coveliers: 'Er zijn nu al sterke aanwijzingen dat justitie probeert het aantal verdachten in de zaak-Dutroux drastisch in te perken. Het ontslag van Connerotte was evident een poging in die richting. Ik merk aan alles dat er wordt gewerkt aan een campagne in de media die de bevolking voorbereidt op het besluit om Michel Nihoul te laten gaan. Nihoul is de man om wie het hele netwerk draait. Om dat te voorkomen moet justitie zo snel mogelijk worden gezuiverd. In België is de rechtspraak in handen van een uitverkoren kaste, een paar families die elkaar generatie na generatie opvolgen.’
Coveliers wijst erop dat de kamercommissie die de hervorming moet doorvoeren inclusief die van het Luikse parket, waar procureur Véronique Ancia verantwoordelijk is voor de marathon van blunders in de zaak-Dutroux en de zaak-Cools) wordt bemand door maar liefst drie eerstegraads familieleden van Luikse magistraten. Voorts is de Luikse onderzoeksrechter Martine Doutrewé, nu alom gehoond vanwege haar totale desinteresse in het onderzoek naar Dutroux, getrouwd met een van de hoofdverdachten in een aandelenzwendel die in verband wordt gebracht met de moord op Cools. Dit familiestelsel zal van bovenaf gesloopt moeten worden.
COVELIERS: 'ALS het gerechtelijk apparaat niet snel wordt gezuiverd, voorzie ik een totale radicalisering van de Belgische politiek. Als het al niet te laat is. De mensen hier hebben nu eenmaal stemplicht. Eigenlijk zouden ze helemaal niet meer willen stemmen, maar omdat ze nu eenmaal moeten, zullen ze kiezen voor extreem links of extreem rechts. Het Vlaams Blok zit al de hele tijd te hengelen om vader Marchal aan zich te binden. Als er nu niet ingegrepen wordt, zit België binnen de kortste keren in een politiek vacuüm waarbij alleen de extreemste partijen garen zullen spinnen.’
Over de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen, maakt Coveliers zich geen illusies. 'We hebben hier in de jaren zeventig te maken gehad met een stille staatsgreep. Veel vitale functies in het landsbestuur zijn toen in handen gevallen van een conglomeraat met connecties in de maffia, extreem-rechts en buitenlandse inlichtingendiensten. Paul Vanden Boeynants was de spil van dat hele netwerk. De verhalen dat er enorme partijen drugs werden aangevoerd in het bevroren vlees van zijn slachtbedrijf, komen nu niet voor niets weer bovendrijven.
Ik moet telkens vechten tegen de aandrang om te emigreren. Het is moeilijk om niet te gaan geloven in een machtig conglomeraat van misdaad, justitie en politiek. Dat heeft weer alles te maken met het kastensysteem dat onbelemmerd zijn gang heeft kunnen gaan. Eigenlijk zou er een vermogensonderzoek moeten komen naar de driehonderd rijkste families van België. Puissant rijk kun je in België niet worden, met onze forse belastingtarieven. Dus als je dat toch wordt zonder de lotto te winnen, dan zit er iets fout.’
De Belgische ziekte is al wekenlang voer voor psychologen en moralisten. Schouwers van de volksziel wijzen op allerhande factoren: de Bourgondische mentaliteit, de rooms-katholieke moraal, de federale versnippering of het materialisme van de vrije markt. De meeste van die verklaringen blijven echter steken op het verkeerde niveau. 'Achter de talloze en zeer uiteenlopende uitingen van protest schuilt immense ontgoocheling, omdat deze democratie niet is wat ze beweert te zijn’, schrijft hoofdredacteur Yves Desmet van De Morgen: 'Omdat de wetten politieke en gerechtelijke gelijkheid garanderen, waarvan iedereen in de praktijk merkt dat ze niet bestaat.’
De vraag hoe de Belgische rechtspraak en publieke moraal zo totaal konden ontsporen, is in wezen politiek. Het is de vraag naar de functie van de zuilen, naar de handel en wandel van toonaangevende elites en uiteindelijk naar de moraal van de macht. Want de corruptie is begonnen aan de top.
NA DE OORLOG werd België tientallen jaren bestuurd door rooms-katholieke meerderheidsregeringen, steunend op twee machtige pijlers. De eerste was de koepel van christelijke werkgevers- en werknemersverbonden, de trots van het Belgische corporatisme. Het Algemeen Christelijk Werkersverbond (ACW) bijvoorbeeld verenigde zowel de vakbond als de christelijke ziekenfondsen, de vrouwenbond, de katholieke arbeidersjeugd en de katholieke cooperatieve spaarbank, de BAC. Het ACW is weer nauw gelieerd aan de Christelijke Volkspartij (CVP) en leverde door de jaren heen talloze Vlaams-christelijke kamerleden en ministers, onder wie premier Jean-Luc Dehaene. Daar staat tegenover dat het ACW reusachtige subsidiebedragen opslorpt, waarvan een deel weer verdwijnt in de kluizen van 'den Bak’. Aan Waalse kant bestaat een vergelijkbare zuil, die onder andere het fenomeen 'VdB’ voortbracht. Ook de socialisten en liberalen hebben hun eigen zuilen, elk verdeeld in een Waalse en een Vlaamse afdeling.
De andere pijler is de nationale houdstermaatschappij Société Générale, in 1822 opgericht door koning Willem I en na de afscheiding omgesmeed tot de bankier, financier en fiscale waakhond van de jonge Belgische staat. De Société verenigde de oude adel en de nieuwe industriebaronnen in een oppermachtig verbond. Tot eind jaren tachtig bleef het hoofdkwartier aan de Brusselse Koningsstraat een onneembaar bastion van Franstalige grootindustriëlen, grotendeels onttrokken aan fiscale controle en bij voorbaat verzekerd van koninklijke goedkeuring voor elke ondoorzichtige transactie. De Société Générale ís België, was een veelgehoorde uitspraak. Volgens Geert van Istendael in zijn haat-liefdeverklaring aan België, Het Belgisch labyrint (1987), was zelfs dat een understatement: 'De Société Générale is ouder dan het koninkrijk en zal het vermoedelijk overleven in onvoorspelbare vormen wanneer het landje oplost in een weids Europees verband.’ Het waren profetische woorden. De Société is inmiddels overgegaan in Franse handen en de adel in het bestuur maakt plaats voor nouveaux riches als de staalbaron Albert Frère, die beter in staat worden geacht om België binnen te voeren in het tijdperk van Europese richtlijnen en mondiale concurrentie.
De extreem-rechtse neigingen van de Belgische elite bleven onaangetast door de naoorlogse zuivering. Veel kleine collaborateurs werden hard aangepakt, de grote gingen vrijuit of werden veroordeeld tot lichte straffen. Het bruine gedachtengoed leefde voort in al zijn elitaire, volkse en kerkelijke gedaanten en kwam enkele jaren later alweer van pas. Na de koningskwestie van 1949 het oproer dat de reactionaire Leopold III tot aftreden dwong en het uitbreken van de Koude Oorlog werd repressie de tweede natuur van alle Belgische veiligheidsorganen. Een faux pas in '40-'45 was geen schande voor een lid van de veiligheidsdiensten. Zelfs niet voor prominente politici, zoals de Vlaamse nationalist en collaborateur Victor Leemans, die tijdens de oorlog de Belgische financiële elite vertegenwoordigde bij het Duitse gezag. Na de bevrijding werd hij kortstondig opgesloten, maar in 1949 was hij alweer senator voor de Christelijke Volkspartij (CVP) en in 1965, ondanks protesten van oud-verzetslieden, voorzitter van het Europees parlement. Hij eindigde zijn carrière als directeur bij de Société Générale.
VOLGENS RAF Sauviller, onderzoeksjournalist, is het anticommunisme debet aan veel van de huidige justitiële missers. Achter zijn tekstverwerker op de Humo-redactie licht hij gaarne toe welke 'lullekoppen’ zijn dierbaar België hebben genekt. Sauviller: 'De Franstalige adel in Brussel is altijd een zeer gesloten en machtige kaste geweest. Dezelfde namen keren steeds terug op hoge posities en in alle affaires. Al die kopstukken zijn wel eens gearresteerd of veroordeeld wegens fraude, omkoping of andere delicten. Tegelijk draaien ze volop mee in internationale rechtse en extreem-rechtse netwerken, ze werken samen met de Belgische staatsveiligheid, met de militaire inlichtingendiensten, met de CIA. Precies dàt reactionaire milieu heeft veertig jaar lang België geregeerd, met het anticommunisme als bindmiddel. Hun politieke kanaal is vanouds de christen-democratie. Maar in de jaren zeventig zijn ze ook gaan samenwerken met de socialisten bij het uitbesteden van grote bouwopdrachten, defensieorders en werkgelegenheidsprojecten. Zo werd links opgenomen in hun systeem.’
Er is ook een minder ideologische verklaring. Deze benadrukt de vermenging van de privé-sector en de openbare diensten, waarbij het zuivere winstbejag als bindmiddel fungeert; vandaar dat de corruptie alle partijgrenzen overschrijdt. Volgens de Groep Coudenberg, een denktank van Waalse en Vlaamse intellectuelen, is dit voortwoekerend cliëntelisme de kern van het probleem. Ook in hun optiek dragen de hoogste bestuursniveaus een zware verantwoordelijkheid. Het Rapport Coudenberg (1987) bevat een lange opsomming van gevallen van omkoping, verkwisting en coöptatie waarbij ons RSV-schandaal in het niet valt: 'De voorbeelden waarbij de gemeenschap zonder na te tellen en zonder strategie enorme bedragen heeft verspeeld, zijn niet te tellen. Fabelta, Motte, Gregg, Jemappes, Athus, Cockerill Yards en zovele andere dossiers gaven bijna steeds aanleiding tot gerechtelijke procedures, waarbij de Belgische staat en de beheerders vaak tot zware schadeloosstellingen werden veroordeeld. Cockerill-Sambre (het doodgebloede Waalse staalcombinaat - ab) is op zichzelf al een casestudy van de Belgische ziekte.’
HET CLIþNTE`LE-SYSTEEM verklaart dan weer de politisering van de rechterlijke macht, de doorn in het vlees van de Belgische rechtsstaat die een geschrokken premier Dehaene nu belooft te verwijderen. Maar de voorgestelde wijziging van artikel 151 van de grondwet, dat de benoemingen van het Hof van Cassatie regelt, is slechts het begin. De meeste benoemingen en bevorderingen bij het gerecht berusten nu juist op stilzwijgende politieke afspraken en in een professionele toetsing voorziet de wet niet. Omdat veel benoemingen ook nog eens voor het leven zijn, vormen de Belgische magistraten een wereldvreemde kaste die slechts met grote moeite kan worden hervormd. De taalscheiding, het territoriumgevecht tussen de autonome parketten en de veelheid van politieorganen waarvan een gerecht zich kan bedienen, maken de chaos compleet: de guerre des flics richt bijna evenveel schade aan als de georganiseerde misdaad.
Wat de oorzaak ervan ook moge zijn, het cliëntelisme heeft de democratie, de openbare instellingen en de publieke moraal uitgehold. Als een plan in België op wettelijke bezwaren stuit, is de typische reactie van hoog tot laag: 'Dat regelen we wel even.’ Niet voor niets pochte de autozwendelaar Nihoul, het brein van de bende-Dutroux, dat hij voor anderhalf miljoen frank elke willekeurige arrestant in België kon vrijkopen.
Een internationaal corruptieonderzoek van enkele jaren geleden bevestigde dat België het ideale werkterrein is voor criminelen. Figuren als Nihoul zijn de makelaars die de onder- en bovenwereld met elkaar in contact brengen. Sommigen specialiseren zich in geldzaken. Onbetwiste kampioen is de vadsige hippie Jean-Pierre van Rossem, die in de jaren tachtig tientallen Westvlaamse miljonairs alsmede koning Boudewijn, minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens en enige Saoedische sjeiks wist over te halen om te investeren in zijn 'onfeilbare’ beursprogramma Moneytron.
Anderen specialiseren zich in seks. Zo'n type is Michel F., de man die in mei van dit jaar openlijk pochte dat hij de verblijfplaats van de ontvoerde Julie en Mélissa kende. De politie trok het spoor niet na, want F. had contacten met seksclub Gotha, waar Luikse politici zich 'ontspannen’, met een exclusief Brussels escortbureau en met de fine fleur van het Luikse gerecht. Via zijn firma Maison Michaël regelde hij schijnhuwelijken en 'speciale adopties’. Dank zij zijn vriendschap met de advocaat van wijlen André Cools had hij inzage in politiek gevoelige dossiers en door zijn zakelijke banden met de seksclub Le Diplomat, waar de Luikse inspecteurs van politie geziene gasten waren, was hij tegen juridische verrassingen ingedekt. Dat dacht hij althans. Nadat kennissen van de man hadden verklaard dat hij beschikte over foto’s en een T-shirt van Mélissa, deden de ouders in hun wanhoop zelf maar een inval.
Geen wonder dat de woede over de laksheid van justitie nog lang niet is geblust. Met name in Antwerpen heeft de zaak-Dutroux een bres in het traditionele klassenfront geslagen. In de voorbije week is hier elke dag betoogd en gevochten tussen demonstranten en rijkswachters, waarbij de laatsten met grof geweld het Justitiepaleis trachtten heel te houden. Scholieren, gemeentewerkers, madammen in mantelpak en zelfs bejaarden trotseerden de matrak, namen deel aan verkeersblokkades en scholden op de flikken. De Witte Zondag is geen dag van bezinning, hoogstens van wapenstilstand. Terwijl de regen op de verlaten kasseien kletst, hangen tussen de pizzeria’s en biertenten op de Keizerlei de woedende posters van het Aktiecomité Kim & Ken: 'Hof van Castratie’ en 'Dehaene kinderlokker’.
Tiny Mast, de moeder van de ontvoerde Antwerpse kinderen Kim en Ken Heyman, is gelieerd aan de PvdA. Deze opvolger van de splintergroepering Alle Macht Aan De Arbeiders (Amada) doet nauwelijks verhulde pogingen om zich meester te maken van de protestbeweging. Punkers en krakers jutten op hun beurt de scholieren op. Ook extreem rechts doet hier zijn best om de volkswoede uit te buiten. Kopstukken als Filip DeWinter blijven angstvallig buiten de publiciteit, maar in de zijstraten verspreiden Vlaamsblokkers wel degelijk hun virulente pamfletten tegen 'de politiekers’. Een poging van het Vlaams Blok om de demonstraties voor het Justitiepaleis te infiltreren, wordt echter hardhandig afgeweerd door de scholieren. Voorlopig accepteert de Antwerpse bevolking geen andere spreekbuis dan de ouders, inclusief de familie Ben-Aïssa.
'Morgen weer!’ roepen de eerste demonstranten die per trein uit de hoofdstad terugkeren: 'Het is nog niet gedaan!’
DAT VINDT OOK de Antwerpse senator, vermoeid maar voldaan na zijn deelname aan de mars. Coveliers: 'Laten we hopen dat de boodschap overkomt en dat de mentaliteit bij de regeringspartijen verandert. Tot nog toe luisteren ze niet eens. De arrogantie is hemeltergend. Als de Leuvense expert Fijnaut in de commissie van Justitie het woord voert, zetten de Franstalige christendemocraten hun kopteloon af omdat ze vinden dat “die Hollander” hier niks verloren heeft. Maar de totale corruptie valt niet meer te ontkennen. Alleen al bij het Hoog Comité van Toezicht liggen zestig politieke corruptiedossiers en de voorzitter blokkeert ze allemaal, dat heeft een functionaris van het Comité verklaard.’
In de woonkamer van zijn negentiende-eeuwse herenhuis achter de Amerikalei schopt Coveliers tevreden zijn schoenen uit. 'En vertel nu eens, hoe zit dat bij jullie met Sorgdrager?’ Een korte uiteenzetting over het Nederlandse circuit van procureurs-generaal, de juristenpartij D66, de sabotage van de IRT-enquête, de politiecarrousel, de rol van ex-BVD-chef Docters van Leeuwen en de chantage van prominente OM-leden met compromitterende foto’s brengt een vergenoegde glimlach op zijn gezicht: 'Ik wil binnenkort toch eens gaan spreken met Van Traa.’
Inmiddels ligt er een stapel aanwijzingen dat de zaak-Dutroux en alle aanpalende schandalen wel degelijk vertakkingen naar Nederland hebben. De Nederlandse connectie begint al in de privé-kring van Dutroux en Nihoul. Nihoul’s ex-vrouw Annie Bouty, momenteel ook verblijvend in een Belgisch cachot, onderhield warme relaties met de Nederlander Casper Flier, een vroegere zakenpartner van Michel Nihoul die momenteel als een van de belangrijkste getuigen in de zaak-Dutroux wordt beschouwd.
Aanvankelijk was Flier een verdachte. In augustus werd hij, tegen de zin van Connerotte, wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. Sindsdien geldt hij nog wel als getuige. Zijn aandeel in de zaak begon toen de politie in zijn caravan in Hastière bij Dinant videocassettes aantrof die volgens justitie belangrijke bewijzen tegen Dutroux en Nihoul leverden.
SOMMIGE BRONNEN doen geloven dat Flier de afgelopen jaren ook als informant optrad van het geliquideerde IRT Noord-Holland/Utrecht. Deze link is helemaal interessant als men bedenkt dat het inmiddels legendarische IRT-duo Joost van Vondel en Klaas Langendoen hun befaamde 'gecontroleerde doorvoer’ van drugs in belangrijke mate regisseerden vanuit de Antwerpse haven. Deze doorvoer werd namens hen in België gecoördineerd door Willy van Mechelen, ooit hoofd van de Sectie Zwaar Banditisme en sinds 1990 hoofd van de Sectie Info van de Belgische Bewakings- en Opsporingsbrigade te Antwerpen. Van Mechelen is nu hoofdverdachte in een grootscheepse drugssmokkelzaak, nadat hij door een jonge Belg genaamd Martin Swennen was 'getipt’ aan de Belgische justitie. Swennen verklaarde dat Van Mechelen op eigen houtje drugscontainers voor de Nederlandse markt bestelde en daar zelf zeer goed aan verdiende. Op 15 maart jongstleden werd Swennen in een Amsterdamse café koelbloedig doodgeschoten.
Nog voor deze aanslag legde Swennen een verband tussen Van Mechelen en de Pakistaanse zakenman Faoed Abbas, diamanthandelaar te Antwerpen en door een afvallige assistent omschreven als 'de grootste hasjhandelaar van Europa’. Abbas geniet in Nederland grote bekendheid als kroongetuige in de nu lopende zaak tegen drugsbaas Johan de Hakkelaar, de opvolger van wijlen Klaas Bruinsma. In ruil voor zijn bekentenissen geniet Abbas in Nederland immuniteit van rechtsvervolging, plus alle bescherming tegen wraakacties vanuit de onderwereld. Voor de Utrechtse strafpleiter Piet Doedens, raadsheer van de clan van De Hakkelaar, is de zaak-Swennen aanleiding om Van Mechelen te willen horen voor de Nederlandse rechtbank. Als Abbas achter de moord op Swennen zit, dan moet zijn status als kroongetuige komen te vervallen, meent Doedens.
Zo sijpelt beerput België langzaam aan door tot in de gevoeligste regionen van de Nederlandse rechtsspraak. Misschien moet Van Traa ook maar eens een bord spaghetti eten met Connerotte.