Op de G1000 in Brussel praat iedereen mee

Belgische democratie

In Brussel bespraken zevenhonderd Belgen de toekomst van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid, de bezuinigingen en het immigratiebeleid. Kunnen burgers slagen waar politici zo opzichtig falen?

DE ZON moet nog door het Brusselse wolkendek breken als ruim zevenhonderd Belgen plaatsnemen aan ronde tafels, opgesteld in een provisorisch opgelapte fabriekshal. Het is negen uur in de ochtend, de G1000 kan beginnen. Een getrouwe dwarsdoorsnede van de Belgische populatie komt hier - op zijn vrije dag en op eigen kosten - discussiëren over de grote vraagstukken van de Belgische politiek. Studenten uit Antwerpen, werklozen uit Luik, huismoeders uit een dorp bij Kortrijk. Ze zijn gekomen om deel te nemen aan een burgerinitiatief ‘van industriële omvang’, zoals de Ierse politicoloog David Farrell het omschrijft. Dat trekt ruime internationale aandacht. Kunnen burgers slagen waar politici zo opzichtig falen? Dat wil iedereen wel eens met eigen ogen zien, en zo lopen journalisten en waarnemers af en aan.
Die ochtend nog heeft de Belgische politiek haar zoveelste brevet van onvermogen afgegeven; de kabinetsformatie staat opnieuw stil. België zit nu bijna anderhalf jaar zonder regering. Boos en beschaamd schreef David van Reybrouck, gelauwerd auteur van Congo, er dit voorjaar een scherp opiniestuk over in Le Soir. Er zijn nieuwe democratische vormen nodig, schreef hij, want de partijen lopen leeg, maar ze houden hun particratie gewoon in stand. Daarop daagde de Franstalige columnist Paul Hermant hem uit: klaag niet alleen, doe er ook iets aan!
Het was, na enige aarzeling, het begin van de G1000: een initiatief dat burgers in staat moet stellen op democratische wijze tot oplossingen te komen voor de kwesties die hun het meest dwarszitten. Als gemotiveerde amateurs gingen Van Reybrouck en de zijnen op zoek naar een goede methode; wat is waarlijk democratisch en hoe geef je dat vorm? Ze raadpleegden deskundigen in binnen- en buitenland, van wie enkele vandaag als waarnemer naar Brussel zijn gekomen. Onder hen is de Amsterdamse hoogleraar politieke wetenschappen Jean Tillie. Hij zegt: 'Het is een beeld dat je overal herkent: mensen willen meepraten, ze willen het initiatief terug.’
Burgerinitiatieven steken overal in de westerse wereld de kop op. Klein, bescheiden, maar toch. Dat er het nodige schort aan de representatie in de politiek is geen exclusief Belgisch probleem - bij de Kamerverkiezingen vorig jaar in Nederland vormden de niet-stemmers de grootste groep. En veertiger Peter uit Gent, gezeten aan een van de ronde tafels, spreekt niet alleen voor zichzelf als hij zegt: 'Ik wil vaker mijn stem laten horen dan één keer in de vier jaar.’ Het contrast tussen een vierjaarlijkse stemplicht en de vrijheid om ieder moment van de dag op Facebook, krantenfora of Twitter te laten weten wat je ervan vindt, is erg groot.
Dat blijkt ook uit de voorbereiding voor deze dag. Vijfduizend burgers zonden hun voornaamste politieke probleem in op een onafhankelijke website, niet gehinderd door deskundigen of anderszins. Iedere schijn van beïnvloeding van buiten moest daarbij vermeden worden, vond de initiatiefgroep, te meer gezien het gepolitiseerde karakter van de Belgische samenleving. Want toen Vlaming David van Reybrouck veel in de media verscheen vanwege de G1000 haakten terstond talloze Walen af die al hadden toegestemd naar Brussel te komen, en kreeg de organisatie ze enkel met moeite nog aan tafel. De begeleidingsgroep beperkte zich daarom tot het clusteren van de gemailde problemen, en bracht ze terug tot een top-25, waarop vervolgens ruim vijfduizend Belgen hun stem uitbrachten. Het resultaat is vandaag ter bespreking: de toekomst van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid, de bezuinigingen vanwege de financiële crisis en het immigratiebeleid.

ELK WEST-EUROPEES land kampt met deze thema’s. Wie betaalt voor de sociale zekerheid en wie profiteert ervan? Met een stijgende werkloosheid en een recessie in aantocht is die vraag relevant genoeg. Maar het antwoord is ingewikkeld. Als Bea Cantillon van de Universiteit Antwerpen een korte inleiding houdt over het complexe sociale systeem dat een mengeling is van eigenbelang en solidariteit stijgt geroezemoes op uit de zaal. Het is al moeilijk je hoofd erbij te houden, laat staan samen goede oplossingen te bedenken.
'Klopt, dit is precies ons probleem’, zegt Peter uit Gent. Aan zijn tafel zijn ze tot de slotsom gekomen dat het sociale system simpeler moet. Het staat als prominente oplossing genoteerd: transparantie. Peter: 'Als iedereen het systeem begrijpt, voelt men zich betrokken. Nu denken we vaak: ach, wat zal het? We raken onverschillig. Fraude zit de Belgen in de genen, dus hoe minder regels, hoe minder ze kunnen worden ontdoken.’ Tafelgenoten knikken van harte. 'Weet je, er is ook een verschil in tempo tussen Wallonië en Vlaanderen, de Walen voeren de ingrepen die verandering moeten brengen vaak jaren later uit.’ Dan helpen minder regeltjes en minder uitzonderingen het rechtsgevoel versterken.
Het blijkt een rode draad gedurende de dag. Want als de ruim zevenhonderd Belgen moeten stemmen over de beste oplossingen die in hun midden naar voren zijn gebracht, blijkt men ingrijpende versimpelingen niet te schuwen. Verkorting van de duur van de WW blijkt het op één na populairste voorstel. Gelijktrekking van de pensioenrechten van werknemers en zelfstandigen scoort ook hoog. En om de oudedagsvoorziening betaalbaar te houden moet de pensioenleeftijd worden geflexibiliseerd.
Charlotte Bonduel, assistent van Van Reybrouck en een van de vrijwilligers vandaag, spreekt haar verbazing uit. 'Ik weet dat de mensen aan deze tafels flink van mening met elkaar verschillen. We hebben de tafels bewust zo divers mogelijk samengesteld. Toch worden ze het eens over allerlei oplossingen. Hoe komt dat dan?’
Misschien maakt het feit dat de burgers daadwerkelijk met elkaar moeten communiceren het verschil. Die ochtend waren de spelregels aan tafel nog uitgedragen: geef aandacht en neem tijd om te luisteren, breng de groep verder, maar ook: meningsverschil mag, consensus hoeft niet.
Het leek wel een basisles in democratie. Maar dat gedachtewisseling een matigend effect heeft, blijkt als de resultaten binnenkomen van de twaalfduizend suggesties die op internet zijn gedaan door online deelnemers thuis. Hun oplossingen zijn radicaler en ademen vaker een groepsbelang, zoals de stelling dat de pensioenen eenvoudigweg te laag zijn. Dat neemt niet weg dat de zevenhonderd burgers vandaag niet hoeven te kiezen tussen geld voor onderwijs of geld voor zorg, dat ze niets hoeven te besluiten over steun aan Afghanistan-missies en dat ze zich over de uitvoerbaarheid niet hoeven te bekommeren. Dat is gemakkelijker kiezen dan wanneer je een echte afruil moet maken, zoals beroepspolitici doen.
Peter Vermeersch, hoogleraar politieke wetenschappen in Leuven en lid van de initiatiefgroep, beklemtoont de 'democratische ervaring’. Hij zegt: 'De pers heeft erg de neiging te focussen op de uitkomst en de haalbaarheid, maar voor mij gaat het eigenlijk om iets anders. Kijk eens hoe geciviliseerd de mensen zich hier gedragen. Ze zijn kennelijk niet enkel die egoïstische burgers die alleen met zichzelf bezig zijn. Ze hoeven hun mening niet te veranderen, maar ze hebben in elk geval naar elkaar geluisterd. In hun oplossingen gaan ze minder ver dan sommige inleiders. Ze leggen de prioriteiten neer, en dan is het aan politici om daar een vertaling voor te vinden. Ik hoop dat die daaruit opmaken dat ze ook best eens iets impopulairs durven neer te leggen bij de kiezers, want je kunt burgers wel degelijk serieus behandelen, dat blijkt vandaag.’

DAT BURGERS bereid zijn om verdergaande maatregelen te accepteren dan politici veronderstellen, is een ervaring die de Deense Ida-Elisabeth Andersen van harte onderschrijft. Andersen is projectleider bij Teknologi-radet, een bureau dat in opdracht van het Deense parlement het maatschappelijke debat over technologie stimuleert. Vorig jaar hielden zij vijf bijeenkomsten zoals de G1000 vandaag, met tweehonderd burgers per keer, en beperkt tot het onderwerp gezondheidszorg. 'Een opmerkelijke uitkomst was dat burgers bereid waren om meer zelf te betalen voor gezondheidszorg dan politici dachten. Burgers begrijpen best dat het gezondheidssysteem in de knel raakt nu de leeftijdsverwachting stijgt en de medische vondsten alleen maar toenemen.’ Dat blijkt ook vandaag in Brussel. Als oplossing stellen ze voor de overconsumptie van medicijnen en therapieën te bestrijden door de huisarts een centrale rol te geven. Maar, zo klinkt het tegelijkertijd ook, de gezondheidszorg moet wel voor iedereen even toegankelijk zijn - en kennelijk zijn de Belgen daar nu niet zeker van.
Andersen looft de open methode die de G1000 hanteert. 'Alle voorstellen worden door de deelnemers zelf geformuleerd, en niet door de organisatoren. Wie weet komen er oplossingen naar voren waar niemand nog aan heeft gedacht.’ Maar haar collega-waarnemer David Farrell van de universiteit van Dublin vindt dat juist een nadeel. Hij zegt: 'Deze bijeenkomst slaagt er natuurlijk niet in vandaag met doorbraken te komen voor oplossingen. Het gaat hier om de sfeer en om het gevoel.’ Farrell is ervan overtuigd dat burgerraadplegingen de democratie sterker maken. Burgers die deelnemen aan burgerparlementen zijn beter op de hoogte en voelen meer betrokkenheid bij de samenleving. Dat is de uitkomst, zegt hij, van een grootscheeps onderzoek in Ierland waaraan hij nu de laatste hand legt. 'Politici kunnen daar hun voordeel mee doen. Bij ons in Ierland ervaren ze dat ook zo. Scepsis en wantrouwen leven vooral bij de journalisten. Zij zijn de grootste vijanden van projecten als deze.’

OP DEZE elfde november in Brussel is daar weinig van te merken. Er zijn veel journalisten op de been, van de Duitse televisie en het Nederlandse Nieuwsuur tot de Britse Financial Times. De ontvangst van de G1000 is welwillend. Of dat in Belgische politieke kringen ook zo zal zijn, moet blijken. In Denemarken, zo vertelt Andersen, zijn parlementariërs soms helemaal niet zo blij met burgerinitiatieven, want die maaien het gras maar voor hun voeten weg. Op lager bestuurlijk niveau, bij de provincies, heerst meer enthousiasme, volgens Andersen omdat die dichter staan bij de praktijk.
Aan de Oost-Vlaamse Kathleen Kerckvoorde af te meten staat het Belgische politiek-bestuurlijke complex nog niet te juichen, al zullen ze dat hardop misschien niet erkennen. Kerckvoorde is voorzitter van een belangenorganisatie voor lage inkomens. Ze is op eigen gezag naar Brussel gekomen, want ze was nu juist niet uitgenodigd om mee te doen, net zo min als andere beroepsbestuurders. Hardop bekritiseert ze de voorstellen die in de zaal worden gedaan om de bezuinigingen vanwege de financiële crisis eerlijk te verdelen. De ene maatregel pakt slecht uit voor die groep, de andere heeft uitvoeringsnadelen. Ze zegt: 'Het is waar, nu leven we in een particratie; de partijen houden hun vertegenwoordigers aan het partijstandpunt, op straffe van verlies van functie. Maar als we naar de G1000 moeten luisteren dreigt de dictatuur van de burger.’ Ze kijkt er bedenkelijk bij.
De zaal heeft zich inmiddels uitgesproken over het vraagstuk van de immigratie. Boven aan de lijst met oplossingen prijkt een plicht tot integratie van minderheden, bepaald geen politiek correct standpunt. Maar ook moeten procedures voor asiel sneller verlopen. Aan het einde klinkt een groot applaus voor de organisatie, voor zichzelf en voor elkaar. De deelnemers hebben de smaak te pakken gekregen, ze geven zich massaal op voor het vervolg, dat in detail op zoek gaat naar werkbare oplossingen. Peter is een van hen: 'Als deze bijeenkomst maar een enkele verandering teweegbrengt, hebben wel al laten zien dat wij het verschil maken. Dan is er vandaag een revolutie begonnen die zich volgens mij over heel Europa zal verspreiden.’
Nu de politici nog die deze trend herkennen en die de roep om versimpeling en betrokkenheid daadwerkelijk verstaan.