Belgische kroonjuwelen

De Groenen rukken op. Na Duitsland gaan ze nu ook in België meeregeren. Maar verrukt kan ik er nog niet van raken. De paars-groene coalitie is een ouderwetse optelsom geworden van de oude stokpaardjes van de drie partijen. De liberalen krijgen een forse lastenverlichting, de socialisten de belofte dat het sociale zekerheidsstelsel intact blijft en Agalev heeft gedaan gekregen dat kerncentrales ouder dan veertig jaar zullen worden gesloten vanaf 2015. Bij het winnen gaat ook veel verloren, dichtte Judith Herzberg al. Een groene tax en een vermogensbelasting zullen alleen worden ingevoerd als België als voorzitter van de EU in 2001 de rest van Europa meekrijgt. De belangrijkste aderlating is echter dat het door Agalev fel bepleite gemeentelijke stemrecht voor migranten niet doorgaat. Als compensatie wordt wel de naturalisatie van buitenlanders versoepeld.

De opwinding dat de christen-democraten na 41 jaar buitenspel staan is zo groot, dat de diverse partijen wel zullen instemmen met de plannen. Maar de grootse afrekening met het ancien régime, waarvoor de eeuwige regeringsdeelname van de CVP symbool stond, is het niet geworden. In België heeft de verzuiling zichzelf overleefd. Het netwerk van verzuilde organisaties, met de politieke partij als kern, is, veel meer dan in Nederland, overeind gebleven, met een daarbij horende cultuur van cliëntelisme. Het heeft geleid tot politieke benoemingen en een hopeloos ineffectieve ambtenarij. De paars-groene coalitie had dus een grootse missie kunnen hebben: de ontzuiling van België. In plaats daarvan hebben de partijen vooral geprobeerd om hun kroonjuwelen veilig te stellen. Voor Agalev is dat extra pijnlijk geweest omdat zo een hiërarchie moest worden aangebracht tussen de diverse politieke wensen. Met de keuze voor het sluiten van kerncentrales in een zeer verre toekomst heeft de ecologische vleugel meer zijn zin gekregen dan het deel van de partij dat vooral culturele openheid nastreeft. Het is natuurlijk van de zotte dat in een coalitie van liberalen, socialisten en Agalev zoiets als stemrecht voor migranten politiek onbespreekbaar is. In Nederland is het geruisloos ingevoerd in 1986, maar de heilzame effecten zijn onmiskenbaar. Het heeft migranten in de politiek zichtbaar gemaakt, met als gevolg dat zelfs als buitenlanders niet mogen stemmen, zoals bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, alle partijen migranten op verkiesbare plaatsen hebben staan. Het gemak waarmee de Belgische regeringspartijen in spe voor de retoriek van het Vlaams Blok gezwicht zijn, bewijst juist hoezeer de aanwezigheid van migrant-politici noodzakelijk is. De versoepelde naturalisatie is geen alternatief omdat er om tal van redenen altijd veel migranten willen vasthouden aan hun oude nationaliteit en omdat het, zelfs als het beleid succes heeft, migranten niet zichtbaar maakt in het publieke en politieke debat. Mocht het de CVP net zo vergaan als het CDA, dan zal het Vlaams Blok straks de belangrijkste oppositiepartij zijn van België. Zonder een radicale hervorming van de Belgische staat en met economische tegenslagen als gevolg van de dioxinecrisis, is de kans groot dat de onvrede onder de bevolking niet onmiddellijk wegebt. Het Blok kan dan bij de komende gemeentelijke verkiezingen van de voortlevende weerzin tegen alles wat politiek is de vruchten plukken. De lankmoedigheid van Agalev met betrekking tot het stemrecht van migranten kan ze zo nog flink opbreken, want wat heb je eraan dat in 2015 de kerncentrales dicht gaan als Vlaams Blok-voorman Filip Dewinter straks burgemeester is van Antwerpen?