Theater: Over het Ij Festival

Beloofd land & lege vlaktes

De eerste keer dat een toneelmaker mij in een staatsterroristische kneveling nam als opening van een voorstelling was in 1968. De maker heette Lodewijk de Boer, de voorstelling Zelfs de bloemen werden geboeid, op een tekst van Arrabal. In het pikkeduister werden we in de houdgreep genomen, gescheiden van partners en gevankelijk naar een stoel gevoerd, waar we onze dierbaren aan de overkant zagen zitten.

De toeschouwer van The Promised Land, een voorstelling die Orkater maakt voor de twintigste verjaardag van het Over het IJ Festival in Amsterdam, ondergaat vernederingen van een vergelijkbare milde soort. We worden op een winderige kade in het Engels bij elkaar gesnauwd, moeten een formulier invullen waarop wordt gevraagd of we ooit actief communist, fascist, anarchist, atheïst dan wel polygamist zijn geweest. Daarna worden we een veerboot op gedreven (waar het er vrolijk aan toe gaat), we zien Amsterdam voor ons wegglijden en worden na de oversteek op barse toon naar de verzamelhal op het New Yorkse Ellis Island gedirigeerd. Want we zijn bewoners uit het duistere Avondland van de vorige Grote Crisis, die de continentale ellende willen verruilen voor het Land van de Grote Beloftes.

De voorstelling met een internationale cast heet beeldend te zijn en muzikaal en ze ís dat ook allemaal wel, maar er wordt ook veel gepraat en dat vervormt in die mooie hal tot schreeuwen en is dus onverstaanbaar. De performers trekken erg veel containers menselijk leed open, waar de focus van de vertoning precies ligt is verwarrend, wat het geduld van de kijker wel erg zwaar op de proef stelt. Tegen mijn zin liep ik op de première rond en daar heeft althans déze toneelverslaggever nu eenmaal niks te zoeken, dus wie weet valt het muntje later deze week voor u toch nog in de juiste gleuf. Imposant is het allemaal zeker.

Een voorstelling die al wél af was, Termanitor trilogie door de Antwerpse ‘wonderboys’ van FC Bergman, staat ook op het festival, en dat is toneelpoëzie uit een ander vat, tekstloos, beeldend ook, die beelden beschrijven is even riskant als het verklappen van comediangrappen. Laat ik het zo proberen: zelden meegemaakt dat een menigte zwijgende performers even imposant en stil de kolossale speelvlakte verlaat als het toneelmeubilair. Daarna is de centrale figuur, de door goden bezeten performer Stef Aerts, alleen. Hij doet wat de middeleeuwse, Europese toneel­figuur Elckerlyck (Jedermann, Everyman) ooit deed: vechten met zijn lot en zijn ondeugden en uiteindelijk met de dood, die hij tuchtigt maar die zich niet dwingen laat omdat hij het zelf is, in de vermomming van een ontwapenend jochie van negen. Pas op, dit is wat ík heb gezien. Het kan ook zijn dat FC Bergman uit Antwerpen eigenlijk liever films wil maken met water, lege vlaktes, limousines en sneeuw, dat ze daar de middelen niet voor hebben en dus kiezen voor al die ingrediënten met veel volk eromheen, in spektakels die woordloos zijn en waar de scenarioschrijvers derhalve zijn wegbezuinigd. Waardoor de dramaturgie van de vertelling – en een vertelling ís het – wat magertjes leegloopt als een lekke band met violen eronder, voor deze gelegenheid vervangen door Lou Reeds Vanishing Act. Ik heb me overigens geen seconde verveeld en die Stef Aerts doet vlak vóór het melodramatische einde een minuut of acht lang een bewegingsnummer op fascinerende spelonkgeluiden dat ik voor geen goud had willen missen.


Voorstellingen t/m 15 juli, resp. 19.30 en 21.30 uur, niet op één avond te zien. www.overhetij.nl