Beloofde land

Volgens het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn we met zijn allen een stuk betrokkener geraakt. We zijn linkser georiënteerd, maken ons zorgen over de maatschappij en zijn veel vaker dan vroeger lid van goedwillende organisaties als Greenpeace en Amnesty International.

Daarnaast bemoeien we ons ijverig met wijkaangelegenheden, schrijven we regelmatig ingezonden brieven naar de krant en staan we helemaal niet onverschilliger of cynischer tegenover de politiek. Mannen besteden gemiddeld meer zorg dan vroeger aan kinderen en huishouden.
Het kon niet op vorige week. De ene na de andere krant kwam met positieve berichten over het zojuist verschenen boekwerk, al legde men uiteenlopende accenten, want zo'n rapport is net een bijbel: je kunt er uithalen wat je wilt en de uitkomsten zijn multi-interpretabel.
Bij lezing van het onderzoek blijkt dan ook dat het allemaal wel meevalt. Het is waar dat we ons zorgen maken over de samenleving en dat vele mensen lid geworden zijn van maatschappelijk betrokken organisaties, maar in de praktijk betalen we alleen de contributie; daadwerkelijk iets doen voor zo'n vereniging is er niet meer bij. We voelen ons weliswaar betrokken bij de politiek, maar we zijn niet bereid actief te worden in de partij van onze voorkeur. Mannen steken meer tijd in huishoudelijke aangelegenheden, maar dat komt doordat ze vaker alleen wonen en dus meer gedwongen zijn zelf boodschappen te doen. Van een gelijkere verdeling van taken tussen mannen en vrouwen is nog geen sprake. Werkende vrouwen met opgroeiende kinderen doen relatief veel vrijwilligerswerk, maar dat is geen wonder omdat crèches en scholen door de bezuinigingen steeds meer de nadruk leggen op ouderparticipatie, waardoor men bijkans gedwongen wordt onbetaald de kinderen voor te lezen, het schoolgebouw op te knappen, het toneeldecor te vervaardigen of schoolreisjes te begeleiden.
Als er één ding uit het rapport naar voren komt, dan is het wel dat we het veel te druk hebben om ons nog bezig te houden met iets anders dan de uiterlijke schijn van maatschappelijke betrokkenheid. Het lidmaatschap van Amnesty, de schenking aan het Aidsfonds, het verantwoord scheiden van het huisvuil of de gezamenlijke acties voor gezonde bomen in de buurt zijn niet meer dan een façade waarmee we er blijk van geven dat we weten hoe het hoort.
Ik geloof helemaal niet dat we socialer zijn geworden. Ik geloof helemaal niet dat we ons individueel plotseling verantwoordelijker zijn gaan voelen voor andere individuen. Het is eerder zo, denk ik, dat er een soort collectief gedrag is ontstaan dat doorgaat voor betrokkenheid. Het zijn acties die beschaving tonen, je denkt na over de dingen en geeft daar zo zichtbaar mogelijk uiting aan. Men kan zien dat de wereld je niet onverschillig laat en het geeft een aangenaam gevoel van verantwoordelijkheid.
Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn we in tegenstelling tot vroeger bezorgd over de toekomst. In plaats van de rechtvaardiger samenleving, welvarend, vrijer en met gelijke kansen voor iedereen, de samenleving die men in de naoorlogse periode voor ogen had, is de wereld niet zozeer gelukkiger als wel een stuk chaotischer geworden. Het rapport spreekt over een toenemende angst voor normverval, gevoelens van onveiligheid en de dreiging van armoede en werkloosheid.
Stuk voor stuk betreft het hier bezorgdheden die te maken hebben met het eigen welbevinden. Men is niet langer bang voor algemene dreigingen als oorlog, racisme, hongersnood in India of aids in Afrika; men voelt zich eerder geraakt in zijn persoonlijke belangen. Het idee bijvoorbeeld dat je rustig op straat kunt lopen, je kinderen onder veilige omstandigheden kunt laten opgroeien en zeker bent van je inkomsten.
We zijn wel bezorgd, maar dan toch in de eerste plaats over ons zelf.