Sport

Bemoeizucht

Dankzij Rita Verdonk en Duitse parlementariërs is de relatie sport en politiek weer eens actueel. Als zij actueel is, spelen politici zelden een glorieuze rol.

Bij zwaar misbruik ten koste van de sport denken we aan de Olympische Spelen van Berlijn en aan het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië in 1978. Tegen Berlijn, waar naast de Olympische Spelen ook de Spelen van Hitler werden gehouden, klonken nauwelijks hoorbare protesten. De Nederlandse topbokser Bennie Bril weigerde te gaan uit solidariteit met zijn joodse lotgenoten uit Duitsland die niet mochten deelnemen. Hij was een eenling.

Politiek was de maatregel tegen Zuid-Afrikaanse sporters die jaren niet mochten deelnemen aan de Olympische Spelen. Het lijkt lang geleden, maar de Spelen van 1980 in Moskou en van 1984 in Los Angeles moesten het nog doen zonder respectievelijk Amerikanen en Nederlandse hockeyers, en Russen.

Sport en politiek kunnen niet zonder elkaar, positief en negatief. Bush, Balkenende en Beatrix ontvangen niet voor niets Olympische winnaars en de winnaars vinden het prachtig. En nu is er weer Rita Verdonk. Zij vindt de naturalisatie van voetballer Salomon Kalou niet van nationaal belang. Ze praat hier als een ouderwetse geitenwollensokkendrager die gek wordt van dat hysterische gedoe rond een partijtje voetbal. Gelul, want niets maakt zoveel los als straks de wedstrijden van het Nederlands elftal in Duitsland. Bovendien overtreedt Verdonk de wet die uitzonderingsgevallen kent voor bijzondere gevallen op cultureel of sportgebied bij de aanvraag van versnelde naturalisatie. Dan wordt helemaal geen inburgeringstoets geëist. Verdonk marchandeert met de wet ten koste van de sport.

Hoe anders is het in Duitsland. Bondsdagleden van de cdu en de spd eisen dat de Duitse bondscoach Jürgen Klinsmann in het parlement uitleg komt geven over zijn beleid en zijn concept. Het Duitse elftal beschouwen zij als een nationale zaak. Die opvatting toont aan dat het goed zou zijn als politici zich helemaal nergens mee bemoeien. Neem minister Agnes van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking die zich mengt in de discussie over de vrijheid van meningsuiting. In de theocratische schijndemocratie Jemen zijn ze heel blij met het artikel dat onze minister van Ontwikkelingssamenwerking in hun nationale krant heeft geschreven. Ze schrijft dat atheïsten de cartoonkwestie gebruiken om vijandigheid tegen andere religies en culturen tentoon te spreiden. En met die opvatting zijn ze heel blij in Jemen, want publicisten in de Yemen Times denken er net zo over als de Nederlandse minister, met een klein verschil. De atheïsten van Van Ardenne zijn voor Jemen de joden en Israël.

Wordt het niet eens tijd dat we ministers (tijdelijk) de grens over zetten?