Opheffer

Ben ik eigenlijk wel beschaafd?

Maak ik me druk om onze beschaving?

Ja, eigenlijk wel. Maar welke beschaving? Ik hoor een Imam zeggen dat homo’s ziek zijn. Die uitspraak is natuurlijk belachelijk, en ik voeg hem gewoon bij de denkbeelden van moslimleiders dat de staat Israël vernietigd moet worden, dat je hand er afgehakt moet worden als je hebt gestolen, dat vrouwen gesluierd door het leven moeten, dat het gezond zou zijn als bij vrouwen de clitoris werd weggesneden en dat ze meer subsidie willen. Als iemand mij vraagt na die uitspraak over die homo’s: «Zullen we dat moslimtuig uit Nederland gooien?», dan ben ik toch heel erg geneigd deze vraag met «ja» te beantwoorden. Maar ik zal altijd «nee» blijven zeggen. En als dat moslimtuig inderdaad Nederland uitgegooid zal worden op grond van dit soort uitspraken, zal ik me daar tot op het laatst tegen blijven verzetten.

Ben ik beschaafd?

Het moge duidelijk zijn dat ik homo’s niet ziek vind, niet abnormaal, et cetera. Toch hebben homo’s — ze zijn anoniem gebleven, helaas — mij ooit willen vervolgen, omdat ik in een krant had geschreven dat ik de anale penetratie van man in man «vies» vond, zelfs «smerig». Ik zei: «Je hol heb je om te poepen.» Ik mocht dat van die homo’s niet vies vinden, want het was normaal. Ik discrimineerde. De zaak is geseponeerd. In een artikel schreef ik toen dat ik sommige sadomasochistische spelen tussen mensen eveneens smerig vond, zo ook het over elkaar heen pissen, elkaars stront vreten en elkaars bloed drinken. Het mag allemaal, maar ik vind het goor. Ik kreeg daarop brieven uit zekere kring dat ik de denkbeelden van A. Hitler omarmde. Het waren de jaren tachtig.

Ben ik eigenlijk wel beschaafd?

Het tonen en teweegbrengen van heftige emoties vind ik onbeschaafd. Toen ik dat onlangs ergens zei, kreeg ik het advies maar op te houden met schrijven en het maken van kunst. Kunst moest heftige emoties opwekken, vond men. (Ik geloof dat de hele zaal dat vond.) Ik zei dat kunst nooit heftige emoties kan opwekken. Kitsch wel. Kunst moet zelfs heftige emoties relativeren, vond ik. Mijn collega-schrijvers waren het ook niet met mij eens. In de pauze verkochten zij zo'n dertig boekjes de man. Ik nul. Men vond mij kinderachtig, flauw en onbeschaafd. Steeds kwamen er mensen naar mij toe die zeiden: «Dat meent u toch niet?» Ik meende het wel. Ook mijn collega-auteurs zeiden: «Hij meent het niet.»

Ben ik eigenlijk wel beschaafd?

Wordt onze beschaving ondermijnd door het marktdenken? Op sommige gebieden wel, maar kunst en literatuur is marktdenken pur sang. Karel Glastra van Loon maakt met zijn boek iets unieks waar nog geen markt voor is, en hij wil daarmee een nieuwe markt veroveren. Hoe meer boeken hij verkoopt, hoe prettiger hij het vindt. Hij hoeft misschien niet het geld van al die verkochte boeken — zou ik wel willen hebben, trouwens — maar hij wil wel gelezen worden! Ook politiek kun je alleen maar effectief bedrijven als je een markt verovert. Democratie zou je kunnen definiëren als de ultieme vorm van vrijemarktdenken; het denkbeeldproduct (met excuses voor het woord) dat het populairst is, dus het beste verkoopt, krijgt de meeste macht.

Nee, ik geloof niet zo dat onze beschaving in de uitverkoop ligt door het marktdenken. De beschaving lijdt meer onder denkbeelden van imams, foute homo’s, christenhonden, fascisten en ander hypocriet tuig dat straks op democratische wijze een meerderheid kan krijgen.