Ben ik new age?

Zo heel af en toe hoor je het nog wel eens: dat de samenleving maakbaar zou zijn. Wat dan meestal bedoeld wordt is: denkbaar. ‘De denkbare samenleving.’ Men gaat dan van de foutieve gedachte uit dat alles wat denkbaar is, ook ‘maakbaar’ zou zijn.

Ook ik heb destijds in de maakbaarheid van de samenleving geloofd, maar mijn idealisme stond haaks op andere idealismen waarvan men wilde dat ze net zo maakbaar zouden zijn.
Ik geloof dat de term ‘maakbaarheid van de samenleving’ in de jaren zestig en zeventig op zijn plaats was; er viel toen nog iets van die samenleving te maken, iets wat anders was dan daarvoor. De doorbraakgedachte van na de oorlog - het samengaan van christenen en socialen - was min of meer mislukt; juist dat samengaan luidde de deconfiture van de confessionele politiek in. Maakbaarheid was een troostende term: je kon er nog iets van maken. Op de puinhopen van de oorlog kon iets worden geschapen als we maar solidair waren.
De samenleving is dan misschien niet maakbaar, ikzelf heb steeds meer het gevoel dat wij onszelf kunnen uitvinden. Met andere woorden: ik heb de overtuiging dat je in grote mate kunt kiezen wie of wat je bent. Een gevaarlijke gedachte - bijna nauw aansluitend bij de New Age-mode van het ogenblik waar ik weinig mee te maken wil hebben. Daarom zal ik het iets nuanceren.
Ik ben humanistisch opgevoed. God kwam niet over de vloer in mijn ouderlijk huis. Hij zou welkom zijn geweest, als Hij had bestaan - hoewel, mijn moeder en mijn vader zouden Hem dan wel een aantal pittige vragen hebben gesteld.
God bestond niet voor ons; ik kreeg als kind te horen dat ik verantwoordelijk was voor mijn eigen daden. Ik moest uiteindelijk 'rekenschap’ afleggen aan mezelf. (Het blad van de humanisten heette dan ook Rekenschap.)
Als God niet bestond en Hij niet verantwoordelijk gesteld kon worden voor mijn daden, maar ikzelf, dan was het voor mij ook zaak bepaalde dingen te dóen!
'Je bent wat je van jezelf maakt’, zei de humanistische filosoof Sartre, 'want de paradox van de mens is, dat hij is wat hij is, maar hij is ook niet, wat hij is. Hij is tevens zijn plannen voor de toekomst alsook wat hij in het verleden heeft geleerd. Hij is niet een stuk steen, dat altijd maar is; hij is voortdurend in beweging.’
Ik dacht daar als kind over na: je bent wat je van jezelf maakt… Hmm, wat zal ik eens van mezelf maken?
Ik wilde schrijver zijn. En ik werd schrijver. Ik koos daarvoor met alle consequenties van dien. Ik meen dat iedereen deze keuze zou kunnen maken; iedereen kan alles zijn. Als je er maar voor kiest.
'Maar als je zwak bent of dom, kun je dan ook alles zijn wat je wilt?’
Ik geef toe dat ik daar thans nog niet over ben uitgedacht. Ziekte of ongeluk heb je niet in de hand - daarin wijk ik af van de New Agers - maar dan nog kun je de kwaliteit van je bestaan beïnvloeden wanneer je daarbinnen steeds blijft kiezen wat je wilt.
En domheid? Ach, wat is domheid. Er bestaat alleen dom gedrag. Domoren zijn mensen die juist doen wat ze willen; zij onderschrijven mijn theorie. Of het zijn mensen die juist niet doen wat ze willen; zij zouden geholpen worden als ze mijn theorie zouden onderschrijven.
Waartoe ben ik op aarde? Ik ben onder meer op aarde om mijn 'ik’ vorm te geven.