Ben ik te oud voor internet?

Ik hoorde laatst iemand zeggen: ‘Wat voor jullie de popmuziek is, is voor ons Internet.’

Ik dacht meteen: O God. Eerst komen de Internet-Beatles. Jongens uit het niets die handig met het systeem kunnen omgaan. Wij, de ouderen, vinden ze eerst niets, maar de jeugd is er gek op. Niet alle jeugd. De subcultuur houdt van de ‘wildere’ internetters: de Internet-Stones. Er zal ook een Internet-Dylan komen, die een vorm van Internet-poezie maakt die wij niet kunnen begrijpen, maar de jongeren wel. Daar leven ze mee, daar gaan ze mee naar bed en daar staan ze mee op.
Het zal een jaar of drie duren. Internet wordt dan overgenomen door de generatie die dan al dertig is. Het wordt salonfahig; er komen belangrijke Internet-congressen. De Rudi Fuchsen gaan zich over Internet ontfermen; er komt een commerciele Internet-mode. Niet lang daarna zal je Internet- Abba krijgen. Meteen gevolgd door Interzak in de grote winkelcentra en in de restaurants. (De enigen die echt aan Internet grof geld zullen verdienen zullen de pornofabrikanten zijn.)
Tegelijkertijd zal de New Age-beweging zich over Internet ontfermen - wat ze nu al doen. Het 'collectieve bewustzijn’ zal weer opduiken; Jung beleeft op Internet een renaissance. Experimenten zullen er volgen tussen XTC en Internet. Er komt een Internet-Timothy Leary die zal verwijzen naar Timothy Leary. Nederland zal zijn eigen Internet-Vinkenoog krijgen.
De Generatie I zal uitgelachen worden: 'Jullie hebben het begin niet meegemaakt. Jullie doen precies wat wij tien jaar geleden ook al deden.’
'Wij doen hele andere dingen met Internet.’
Vrij Nederland komt met een gesprek tussen de oudjes van de computergeneratie:
'Ik zie niets gebeuren dat wezenlijk anders is dan wij vroeger deden’, zegt de Internet-Hofland. De Internet-Mulisch trekt eens aan zijn hasjpijp en zegt: 'Ik heb met mijn Internet niets anders willen doen dan een monument voor mezelf maken; elk onderdeel is een bouwsteen aan dat monument. Maar dan steeds een octaaf hoger.
'Men is niet cynisch meer’, zegt de Internet- Blokker.
Er komt vervolgens een Internet-punk. De leden bestaan niet lang. De een pleegt zelfmoord nadat hij een vrouw heeft verkracht, de ander wordt directeur van een grote Internet-maatschappij.
De Inter-rap doet zijn intrede. Men weet niet precies wat dit met Internet te maken heeft, maar een jaar later zien we het toch al in de Interzak terechtkomen.
'Er wordt maar wat gerotzooid op die computers’, luidt de algemene kritiek.
Er komen Internet- beurzen; er blijken namelijk al die tijd Internet- verzamelaars te zijn. Het telefoonnummer van de Digitale Stad kost al gauw driehonderd gulden. Oude nummers van Hack-Tic doen een paar duizend gulden - het is voorpaginanieuws.
Ondertussen staat de kerk niet stil. Inter-reli blijkt een zeer invloedrijke machtsfactor te zijn, vooral in derde-wereldlanden. Wat ze doen is duidelijk: ze kopieren alle vondsten van het gewone Internet, maar plakken er God tussen of onder.
Oude Internetters zien ook opeens God of 'Het Licht’ in hun scherm.
Er wordt in Amsterdam een hoogleraar Internet benoemd. Hij of zij bestudeert oude Internet-technieken. Op enkele scholen wordt al aan kleuters Internet geleerd.
Ik geef met Sinterklaas aan mijn kleindochter een computertje waarmee ze zelf al een beetje kan Internetten.
De Internet-mix-show wordt zeer populair.
'Kijk eens opa, ik heb contact’, zegt mijn kleindochter.
'Erg mooi, kind’, zeg ik diep ontroerd. Ik wist bij mijn dochter al niet waarmee ze bezig was, met mijn kleindochter al helemaal niet.
Maar het is heel knap.
Mijn kleindochter wordt derde bij een Internet-wedstrijd in haar klas. Maar haar vader is dan ook een bekende Internetter; en haar grootvader, een schrijver - dat is iemand die zelf verhalen bedenkt en die nog met een tekstverwerker zelf intikte! - heeft heel vroeger ook al eens over Internet geschreven. Alleen weet niemand dat meer.