500 jaar Reformatie

Ben ik wel uitverkoren?

De gewone gelovige maakt niet veel kans om te worden uitverkoren door God. Die staat er helemaal alleen voor. Maar ook in de wereld zonder God, bij de seculiere mens, is voortdurend sprake van verkiezing en verwerping. Wie zijn de ware gelovigen?

De website benikweluitverkoren.nl is opgezet voor iedereen die zich afvraagt: ik wil een kind van God zijn, maar kan dat ook voor mij? Op de homepage lees ik: ‘U denkt misschien dat het geen zin heeft om erom te bidden als u toch niet uitverkoren bent. Of u wilt graag geloofszekerheid, maar u blijft zo twijfelen en u bent bang dat u zichzelf bedriegt voor de eeuwigheid. U bent misschien bang dat u voor eeuwig verloren gaat omdat u niet tot de uitverkorenen behoort.’

Deze website wordt gerund door een groepje mensen dat voorheen zelf ook kampte met uitverkiezing en geloofszekerheid. Uit genade zijn ze later ‘de waarheid van het Evangelie gaan zien’. Ze hebben over dit onderwerp brochures geschreven ‘uit bewogenheid en liefde voor de mensen die hier nog mee worstelen’.

De tekst op deze recent opgezette site wijst op een eigentijdse serieuze behandeling van het onderwerp, waaruit blijkt dat de idee van de uitverkiezing nog steeds springlevend is. Niet dat ik daar bewijs voor nodig had. Ik ben zelf opgegroeid in een kerk waar de predestinatie een voornaam onderdeel was van het geloof en ook ik heb met precies deze vragen geworsteld. Het is een van de grotere thema’s van mijn nieuwe roman Hoor nu mijn stem. Het is een van de grotere thema’s van de moderne mens.

Small gettyimages 548808923
Maarten Luther in zijn kamer op Wartburg © Ullstein bild / Getty Images

In de bijbel zelf wordt predestinatie niet bepaald breedvoerig behandeld. Het was kerkvader Augustinus die rond 400 stelde dat de mens zo diep is gevallen dat hij zichzelf niet meer kan helpen. Hij kan alleen nog hopen op Gods reddende uitverkiezing die aan sommigen wordt gegeven en anderen wordt onthouden. Zelf kan hij niets doen om die uitverkiezing te verdienen. Hiermee ageerde hij tegen een in zijn tijd populaire groep volgelingen van Pelagius, die van mening was dat je de hemel kon verdienen met ascese en meditatie. Augustinus vond dat een veel te elitaire gedachte, alleen rijke mensen konden zich zo’n verheven leven veroorloven, de gewone man had zijn handen vol aan de dagelijkse strijd om het bestaan. Ook zelf had hij bovendien ervaren dat hij niet op eigen kracht, maar enkel door de liefde van God van zijn zonden was verlost.

Zijn bemoediging had een keerzijde. Het ontbreken van elke garantie van een gelukkig leven maakte alle latere christenen nerveus. In de Middeleeuwen werd zodoende onophoudelijk gezocht naar manieren om Gods eeuwige besluit alsnog te beïnvloeden: het kopen van aflaten, het maken van bedevaarten en het doen van goede werken. Degenen die daarbij bemiddelden waren de paus, de bisschop en de priester. Zij bepaalden of het voldoende was voor God om iemand in genade aan te nemen. Al in de vroege Middeleeuwen werkte men met een standaardlijst met zonden, in oervorm overgeleverd uit de hellenistische tijd en door Gregorius de Grote verchristelijkt en verspreid in het Westen. Hoofdzonden, en daarvan afgeleide zonden. Gelovigen gebruikten ze voor het gewetensonderzoek voorafgaand aan de biecht. Ze waren beschikbaar met plaatjes voor de leken. En toen er ook in de volkstalen werd gepreekt, sloegen juist de preken over de hoofdzonden enorm aan. De middeleeuwers wilden heel graag horen hoe slecht het met hen gesteld was. Ik ken dat ook wel vanuit mijn jeugd. Zulke preken voelen aan als diepe waarheden. Ze leggen iets bloot dat men normaal gesproken liever bedekt.

De middeleeuwer wist aan de hand van zulke preken weer precies hoe hij ervoor stond, wat hij te biechten had en hoeveel hij aan de kerk moest afstaan om zich door een geestelijke te laten vergeven.

***

Maarten Luther ageerde tegen deze geldhandel rond aflaten. Wat hem betrof hadden de paus en de bisschop veel te veel macht naar zich toe getrokken, en deden ze alsof ze God zelf waren, die over de zaligheid van zondaren ging. De zaligmaking hoorde volgens Luther een zaak te zijn tussen God en de gelovige zelf, en niemand anders. Tussen de mens en God stond alleen nog zijn geweten. De geëmancipeerde gelovige hoefde niet langer onderdanig te zijn. Hij zou zelfs hoogmoedig kunnen worden. Hoogmoed gold al sinds Augustinus’ tijd als de hoofdwortel van alle andere zonden. Door hovaardij kwam Lucifer immers ten val en zo is de zonde in de wereld gekomen. Op Gregorius’ lijst van de zeven hoofdzonden staat Superbia bovenaan. Maar hoogmoed kreeg geen schijn van kans. De reformatoren lieten geen gelegenheid onbenut om de kleinheid en de verdorvenheid van de mens te benadrukken. Ieder schepsel verdient de eeuwige dood. Een mens die zich als zondaar voor God leert zien gaat als door een hel van schuld- en angstervaringen, voordat hij daaruit door Christus bevrijd kan worden. Zo raakte de mens meteen weer van zijn eigen waardevolle vermogens vervreemd.

Het grootste wapen tegen hoogmoed werd de predestinatieleer. Tijdens de Reformatie, die we dit jaar herdenken, werd de predestinatie ongeveer het belangrijkste fundament van het nieuwe protestantse geloof.

Nu er niet meer bemiddeld hoefde te worden tussen God en de gewone gelovigen vervaagden de traditionele gezagsverhoudingen. Dat had als consequentie dat het niet meer zo duidelijk was wie nu ware gelovigen waren. Er waren mensen die erop los leefden en er waren mensen die oppasten en braaf en netjes naar de kerk gingen. Sommigen van die losbollen werden later ineens braaf. En anderen raakten juist weer van God los, terwijl ze zeiden dat het wel goed zat. Hoe kon dat allemaal gebeuren? En had iemand nog het overzicht?

God, zei Calvijn. Die heeft het overzicht. Hij wist al van voor de grondlegging der wereld wie Hij had uitverkoren en wie niet. Zowel Calvijn als Luther leerde de dubbele predestinatie: God heeft niet alleen al bepaald wie van de mensen Hij zou redden, maar ook wie van hen Hij zou verdoemen. Dit is, zo heette het toen, de manier waarop de Schepper Zijn soevereiniteit de glorie geeft die ze verdient. God had in een verschrikkelijk en onveranderlijk decreet precies vastgelegd welke zielen gered worden en welke verloren gaan. Hiermee kregen de nieuwe protestanten wel een vorm van zekerheid, maar die kwam met een sombere machteloosheid over hun eigen lot, aangewakkerd door een idee dat ermee samenhangt, namelijk dat er relatief maar heel weinig mensen uitverkoren zijn.

In de loop der eeuwen is dat ‘geringe getal’ verschillend geïnterpreteerd. Sinds de massale leegloop van de Nederlandse kerken in de jaren zestig mag de kleine groep achterblijvers er van hun dominee meestal wel op vertrouwen bij dat geringe getal uitverkorenen te horen. Maar oorspronkelijk ging het om een klein groepje binnen een kerkelijke gemeenschap. Want velen zijn geroepen, zegt de Schrift, en weinigen uitverkoren.

In de huidige bevindelijk-gereformeerde kerken geldt deze interpretatie nog steeds als de enige juiste. Slechts vijf tot tien procent van de gemeenteleden is zeker van zijn heil. Dat betekent voor de gewone gelovige dat hij, hoewel hij trouw ter kerke gaat, niet veel kans maakt om daarbij te horen. Hem rest niets anders dan zich te verootmoedigen en zichzelf zijn diepe verlorenheid te verwijten. Want al is het Gods onafhankelijke besluit geweest, de mens verdient (door de erfzonde) niets anders dan de dood. Iedere baby die geboren wordt, is ‘een brandhoutje voor de hel’, zoals ik in mijn vroegere kerk een keer hoorde zeggen.

God had in een verschrikkelijk en onveranderlijk decreet precies vastgelegd welke zielen gered worden en welke verloren gaan
***

Dus de moderne gelovige is net bevrijd van de macht van paus, bisschop en priester. Hij is nu zelf degene geworden die over zijn eigen geestelijke zaken gaat, en vervolgens wordt zijn nieuw verworven vrijheid al weer onderhevig aan een blinde willekeur – die voor de modern geworden mens bijna nog blinder is dan het antieke heidense noodlot.

Wat is daarvan het resultaat? Het resultaat is vergelijkbaar met de ontwikkeling van de verzorgingsstaat. Die bevrijdt het individu van zijn directe omgeving. Hij hoeft niet langer iedereen in zijn wijk te vriend te houden voor het geval hij in de toekomst misschien hulpbehoevend wordt. De staat zal hem een uitkering geven. Van zijn buren hoeft hij niks aan te trekken, maar Vadertje Staat is omnipresent. Dat maakt hem niet onafhankelijker, maar zijn afhankelijkheid wordt anoniemer en dat stelt hem in staat zich als een onafhankelijk individu te gedragen.

Zoals ook de markt afhankelijkheidsrelaties anonimiseert. Producenten brengen hun waar naar de markt, zodat ze niet langer hun best hoeven te doen voor de goodwill van de buurt.

Zoals het anonieme beurzensysteem op universiteiten wetenschappers in staat stelt carrière te maken, ook wanneer ze op hun eigen afdeling niet zo goed liggen.

Zoals Facebook mensen zonder vrienden de gelegenheid biedt om online een interessanter leven te presenteren.

Mensen blijven even afhankelijk, maar niet meer noodzakelijk van de mensen met wie ze gedwongen zijn te leven. En dat geeft de mogelijkheid om zich minder te bekommeren om die naaste, om God of om de priester. De protestantse gelovige bekommert zich om zichzelf.

De keerzijde daarvan is dat ook niemand jou kan helpen. Je staat er helemaal alleen voor. Geen wonder dat mensen die in predestinatie geloven op zoek gaan naar tekenen van Gods welbehagen in hen. Is maatschappelijk succes het gevolg van Zijn zegenende hand? Of voor de bevindelijken: betekent het iets dat ik dit visioen heb gehad? Was dat God?

Zoals dat ook geldt voor het moderne, seculiere leven waarin we onze afhankelijkheid hebben geanonimiseerd. We maken steeds minder deel uit van traditionele gemeenschappen waarin iedereen zijn plaats heeft en iedereen elkaar helpt in geval van nood. We hebben geen idee of iets succesvol zal worden op de markt of op het internet. Het publiek, the crowd is onvoorspelbaar. En dus is ook de moderne mens op zoek naar bevestiging. Zit ik op de goede weg? Ben ik nog in de race? Wordt me dit gegund? Krijg ik wel likes op mijn Instagram- of Facebook-pagina? En wat betekenen die likes precies?

De hoofdpersoon van mijn nieuwe roman, Ina, leeft tamelijk geïsoleerd bij haar conservatieve gelovige familie. Ze is een heel gewoon meisje dat niet opvalt in haar klas. Haar kleren zijn gewoontjes. Ze zit niet op muziekles, op sport, of iets anders waarmee ze zich kan onderscheiden. Ze kan niets wat anderen niet ook kunnen. De enige manier om zich te onderscheiden is God. Misschien heeft Hij iets bijzonders met haar voor. Woont ze niet meer bij haar ouders (die omgekomen zijn) omdat ze dan dichter bij haar bekeerde oudtante is. Het noodlot kan een manier zijn om je speciaal te voelen.

Gods gunst is wat Ina najaagt maar niet najagen kan. Ze kan alleen maar hopen. Als zij – veel later – daarin niet meer gelooft, kan ze langzaam een persoon worden. Zich onderscheiden, eerst van haar klasgenoten, later van het gelovige milieu in Zeeland. Maar dan blijkt er ook in de wereld zonder God voortdurend sprake van verkiezing en verwerping. Juist mensen die aan zelfontplooiing doen, die bezig zijn van hun leven een geslaagd project te maken, hebben behoefte aan applaus. En aan meer applaus dan een ander. Succes is geen succes als iederéén het heeft. Zoals een bepaalde religieuze ervaring die bij talloos veel gelovigen wordt gevonden geen teken meer kan zijn van uitverkorenschap. Een compliment werkt alleen als een ander dat compliment níet krijgt. Een prijs voor iets wat je kunt, is alleen iets waard als maar weinigen hem krijgen. Ik hou van je, betekent alleen iets als je geliefde dat niet ook tegen iemand anders zegt.

Zonder verkiezing en verwerping kunnen we ons van anderen niet onderscheiden. De vraag ‘ben ik wel uitverkoren?’ op benikweluitverkoren.nl staat daarom minder ver van de seculiere mens als misschien op het eerste gezicht lijkt. Vinden mensen mijn foto wel leuk? Lezen en delen mensen mijn artikelen? Kopen ze mijn boeken?

Aan de ene kant is de seculiere mens onzeker, aan de andere kant gelooft hij toch ook dat inspanningen beloond zullen worden. Wie zaait zal oogsten. De idee van maakbaarheid zit diep. Dat is misschien wel het grote verschil met de bezoeker van benikweluitverkoren.nl die zich afvraagt of zijn ondoorgrondelijke God hem wel ziet staan. De laatste weet dat hij niets in eigen hand heeft.


Franca Treur is schrijfster. Deze maand verscheen haar roman Hoor nu mijn stem