Opheffer

Ben ik…, wil ik…, denk ik…?

Wie voelt zich nog thuis bij een zuil?

Ik.

Maar ik weet niet welke zuil.

Geloof ik in God? Nee. Ben ik links? Nee. Rechts dan? Ook niet. Midden? O, verschrikkelijk. Voor de oorlog in Irak? Ja. Heb ik me daarin vergist? Een beetje. Geloof ik in Allah? Doe niet zo raar. Vind ik de multiculturele samenleving mislukt? Inderdaad. Ben ik voor strenge normen en waarden? Nee. Ben ik voor de democratie? Ja. Ben ik voor de rechtsstaat? Zeker. Vind ik het juist dat uitgeprocedeerde asielzoekers het land uit worden gezet? Ja. Ben ik voor Israël? Ja. Ben ik voor Sharon? Nee. Ben ik voor de Palestijnen? Ja. Ben ik voor Hamas? Nee. Vind ik dat je de leiders van Hamas mag neerschieten? Nee. Denk ik dat het neerschieten van de Hamas-leiders de vrede dichterbij brengt? Ja, dat denk ik echt. Begrijp ik de Palestijnse zelfmoordenaars? Nee. Geloof ik in de uitzichtloosheid van de Palestijnen? Ja. Nog een keer: begrijp ik de Palestijnse zelfmoordenaars? Ja, maar ik wil ze niet begrijpen. Ben ik voor moslimscholen? Nee. Wil ik artikel 23 afschaffen? Ja, graag. Ben ik voor revolutie? In mijn hart wel… nee. Geloof ik in een vrijemarkteconomie? Ja. Denk ik dat het kapitalisme perverse trekken heeft? Zeker. Wil ik een sterke overheid? Nee. Ben ik voor het zuilensysteem bij de omroepen? Nee, onmiddellijk opheffen die handel. Vind ik dat de regering te weinig aan kunst doet? Ja, veel te weinig. Moeten dus de kunstsubsidies hoger? Ja, maar het moet helemaal anders. Ben ik voor de vaste boekenprijs? Nee. Laat die los, dat is juist in het belang van de kleine dichters en de minder goed verkopende schrijvers. Ben ik eigenlijk links? Die vraag beantwoordde ik daarnet met «nee», nu zeg ik: ik wil het wel graag zijn. Geloof je in een districtenstelsel? Nee. Wil je eigenlijk wel meer democratie? Nee, eigenlijk niet. Ben je bang voor moslims? Ja. Heb je een vooroordeel wat betreft moslims? Nee, dat geloof ik niet. Ben je bang voor de toekomst? Ja. Ben je aangepast? Ik ben bang van niet. Ik vraag het nog een keer: ben je aangepast? Ik ben bang van wel. Zie je zelf de inconsequenties van je opvattingen? Ja. Kun je daar iets aan doen? Nee. Vind je dat je een bijdrage levert aan onze maatschappij? Ja. Mag ik vragen wat? Nee. Doe je aan liefdadigheid? Weiger ik te vertellen. Vind je niet dat je je beter zou moeten informeren? Ja. Kun je dat? Nee. Reden? Geen tijd. Ben je voor Amerika? Ja. Ben je voor Bush? Nee, absoluut niet. Vind je Bush gevaarlijk? Ik vind het goedkoop om «ja» te zeggen, maar ik denk het wel. Geloof je dat Bush oprecht voor vrede en democratie is? Ja, hij is meer gevaarlijk gelovig dan we denken. Zou je zomaar voor een godsdienstige omroep werken? Nee. Waarom heb je dat wel gedaan? Omdat ik geloofde in het concept en de mensen en ik televisie maken een voor mij zinvolle bezigheid vind. Heb je je daarin vergist? Ten dele. Snap je jezelf eigenlijk wel? Nee, helemaal niet. Kun je een slechte eigenschap van jezelf noemen? Ik heb geen ruggengraat. Kun je een goede eigenschap van jezelf noemen? Eigenlijk niet. Ik probeer lief te zijn voor dieren. Ik zie hiervan de schrijnende huisvrouwen-naïveteit. Kun je nog een slechte eigenschap van jezelf noemen, want dat scoort goed? Ik heb geloof ik geen gevoel. Of anders: ik geloof niet in gevoel. Als iemand vraagt: hoe voel je je, weet ik niet wat ik moet antwoorden. Of, zoals nu, als ik depressief ben, weet ik niet hoe ik dat moet uitleggen. Ik weet dan niet wat ik voel.

Ben je schuldig?

Zeker, maar ik weet niet waaraan.

Dat voel ik overigens weer wel.