Beng!

‘Veelbeg. m. (beg. 40) zkt iem. (m/v) die niet van h. zal houden’, luidde mijn contactadvertentie. Het heeft niets opgeleverd. Ondanks de stortvloed aan reacties.

Lang niet iedere reflectant gaf ik de kans mij te ontmoeten, want het merendeel van hen bleek diep onder de indruk van mijn eis dat er niet van mij gehouden mocht worden. Hun schrijfsels dropen van gecamoufleerde genegenheid. Vandaar dat ik tot strenge selectie gedwongen was. Alleen uitgesproken sadisten en mensenhaters stond ik een afspraak toe.
Al beperkte ik mij tot de duizend wreedsten, wat een teleurstelling! Zelfs de meest verstokten onder hen vielen binnen luttele seconden als een baksteen voor mijn charmes. Geconfronteerd met hun trouwe honde-ogen dacht ik aan mijn kinderjaren. Ik zag weer hoe mijn broertjes en zusjes tevergeefs bij mijn ouders om aandacht hengelden. Helaas, hun genegenheid was exclusief voor mij, hun oudste. Denk maar niet dat mij dat kwalijk werd genomen. Ik was en bleef ook het idool van dat grut.
Eenmaal volwassen maakte ik pas echt slachtoffers. Voor mijn geestesoog passeren talloze mannen en vrouwen, die uit louter liefde uit het raam sprongen, een plastic zak om hun hoofd bonden, en meer van dat fraais. Zelfs een solitaire persoonlijkheid als mij werd dit teveel. Ik bezweek voor m'n schuldgevoelens en greep naar mijn revolver. Maar alvorens ik die kogel door m'n kop jaag wil ik toch nog iets kwijt. Stelletje romantische lafbekken, als jullie niet je hele leven bezig waren je bij de medemens geliefd te maken, dan hoefde ik, op deze mooie herfstdag, niet te sterven zonder te weten wat het betekent gehaat te zijn.