Serie: Extreme gemeenten

Bennebroek: de kleinste gemeente van Nederland

Een extremiteit komt nooit al leen. Bennebroek is niet alleen de in oppervlakte kleinste gemeente van Nederland, maar ook de kindvriendelijkste. In het minidorp staat de grootste speeltuin van Europa. Twee van iedere honderd Bennebroekse vierkante meters zijn van De Linnaeushof. Deze uitgestrekte speeltuin met ouderwetse speeltoestellen en het Bennie Broek Theater is de grote publiekstrekker van het dorpje in Zuid-Kennemerland. Bovendien is Bennebroek de meest gestoorde gemeente van Nederland: tien procent van de oppervlakte van het dorp behoort tot psychiatrische instelling De Geestgronden.

«Voor een kleine gemeente als Bennebroek is het lastig om de bedrijfsvoering rond te krijgen», schetst burgemeester Annelies Koningsveld het grootste probleem van haar ruim vijfduizend inwoners tellende gemeente. «Wij moeten met 38 arbeidsplaatsen alle gemeentelijke taken verrichten. Als bijvoorbeeld het vreemdelingbeleid wordt veranderd, dan moeten ook mijn medewerkers van burgerzaken alle details kennen. Doordat het werk van gemeenten steeds veelomvattender wordt, is het moeilijk als kleine gemeente te blijven bestaan.»

Kleine gemeenten passen niet meer in deze tijd van efficiënt, rendabel bestuur. De afgelopen jaren zijn er veel ten onder gegaan aan gemeentelijke fusiedrift: van de tien kleinste uit 1995 zijn er nog maar drie over. En ook toen al was Bennebroek de allerkleinste. Toch geeft de gemeente niet op. Ze heeft een Commissie Toekomst ingesteld die moet uitzoeken hoe de zelfstandigheid van Bennebroek kan worden veiliggesteld. VVD-raadslid Frans Schuring is een van de drie commissieleden: «Als we niets doen worden we op de schop genomen, maar alle politieke partijen vinden de zelfstandigheid van Bennebroek een belangrijk punt.»

Voor die zelfstandigheid moet de gemeente veel inleveren, blijkt uit het eerste proefwerk van de Commissie Toekomst, Kleine gemeente, grote toekomst. In 2010 zal het gemeentehuis niet méér zijn dan een gevel aan de straatkant met één loket voor de burger. Achter de voorgevel zal het angstig stil zijn. Bijna alle gemeentelijke taken zijn dan namelijk uitbesteed of geprivatiseerd. Schuring benadrukt dat het eindrapport pas in oktober af is, maar wil wel al een korte uitleg geven: «De gedachte is een front office waar de burger met alles terechtkomt. We willen alle gemeentelijke taken uitbesteden die we niet verplicht zelf hoeven doen. De burgers merken daar niet zo veel van. Het maakt ze niet uit of de vuilniswagen wordt be stuurd door een gemeenteambtenaar of iemand van een bedrijf. En waarom zou de gemeente ambtenaren in dienst moeten houden voor groenvoorziening, riolering of milieuwerkzaamheden?»

Maar waarom zo’n façade gemeente overeind houden? Als Bennebroek straks niet meer is dan een loket van het bedrijfs leven, kun je het dan niet beter opheffen?

«Het is allemaal emotie», zegt Gerard Brand, voorzitter van de Vereniging Oud-Heemstede en Bennebroek. «Iedere gemeente moet zijn eigen gemeentehuisje hebben. Bennebroek is echt Peyton Place. Iedereen kent elkaar.» Brand heeft — als voorzitter van zijn vereniging in elk geval — begrip voor Bennebroeks hang naar zelfstandigheid: «Ruimtelijke ordening, hoe je je gemeente inricht, is voor een gemeente het belangrijkste onderwerp. De raad gaat daarover. Ik begrijp de angst heel goed om na een fusie de controle daarover kwijt te raken.» Persoonlijk, als inwoner van buurgemeente Heemstede een betrekkelijke buitenstaander, gelooft hij minder in de toekomst van een zelfstandig Bennebroek: «Als voorzitter van de vereniging mag ik dat natuurlijk niet zeggen, maar als burger die de krant leest weet ik zeker dat kleine gemeenten zich niet zullen handhaven. Die zelfstandige positie is onhoudbaar. Ik zou dolgraag Heemstede, Bloemendaal en Bennebroek bij elkaar vegen. Dan kun je ook een vuist maken tegen een grote buur als Haarlem.» Brand schrikt van zijn eigen woorden: «Nogmaals, dit vind ik als burger, niet als voorzitter van de vereniging.»

Vereniging Oud-Heemstede en Bennebroek is dus geen bedreiging voor het voortbestaan van zelfstandig Bennebroek. Ook de provincie hoeft de gemeente niet te vrezen, denkt burgemeester Koningsveld: «We liggen gelukkig net aan de goede kant van de provinciegrens. De commissaris van de koningin van Zuid-Holland heeft ooit gezegd dat hij het aantal gemeenten daar wil halveren. Noord-Holland zet ons gelukkig niet onder druk. Ze dringt wel sterk aan op bestuurlijke samenwerking met andere gemeenten en stimuleert fusies, maar de provincie vindt dat gemeenten hun fusieprocedures zelf moeten beginnen.»

Of Bennebroek zelfstandig blijft bepaalt de gemeente dus zelf. De Commissie Toekomst zal het leren. De burgemeester zou zich ook in de toekomst in elk geval niet schamen voor haar kleinste gemeente: «Het aardige van Bennebroek is: we hebben hier alles. We hebben de grootste speeltuin van Europa, een psychiatrisch ziekenhuis. We hebben zelfs een woonwagenparkje met twee wagens.» Waarmee Bennebroek alweer een topnotering scoort. In de kleinste gemeente staat het kleinste zelfstandige woonwagenkampje van Nederland.