Commentaar: Abu Jahjah

Berbers contra «Malcolm X»

Vorige week demonstreerden in Utrecht zo’n tachtig Nederlandse Berbers tegen de komst van de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Abu Jahjah naar Nederland. De Imazighen, zoals de Berbers van Noord-Afrika zichzelf noemen, zien niets in de «Arab pride»-boodschap van de Belgisch-Libanese Malcolm X. Zij wijzen erop dat het Berberse bevolkingsdeel in Marokko en Algerije al eeuwenlang zucht onder Arabische onderdrukking. Zij staan derhalve niet te springen om voortaan ook in Nederland en België op school les in het Arabisch te krijgen, zoals Jahjah graag ingevoerd zou willen zien. Zij willen liever taalonderwijs in hun echte eigen taal, het Amazigh. Het spreken van deze taal staat in Marokko en Algerije gelijk aan maatschappelijke suïcide.

In België leidde de opkomst van de AEL ironisch genoeg tot een stimulans voor Berbers patriottisme. De website van de AEL werd twee jaar geleden bedolven onder verhandelingen over de eeuwenlange strijd van de Imazighen voor hun rechten. De AEL maakte daar een eind aan door de eigen site plat te leggen. «De stekker werd er uitgetrokken om dat de AEL vreesde dat de bezoe kers zouden merken dat de keizer geen kleren draagt», zo stelde Moha med Talhaoui van het Berbers Platform Vlaanderen. «De volgelingen van Abu Jahjah zijn voor tachtig procent Berbers. Hun steun voor de AEL is totaal ongeloofwaardig. Deze jongeren kennen hun eigen identiteit niet. Anders zouden ze weten dat hun ouders naar hier zijn gekomen uit arme Berber-streken waarin de Arabische overheid weigerde te investeren.»

Abu Jahjah wil de Noord-Afrikanen in de Lage Landen mobiliseren onder de Arabische noemer, met als grote katalysator de breed gezaaide weerzin tegen de staat Israël. De Berbers zien zichzelf echter als lotgenoten van de Palestijnen, eveneens beroofd van hun grondgebied en eveneens levend als tweederangs burgers. Vooral in Algerije wordt het Imazi ghen-nationalisme fanatiek bestreden vanuit de overwegend Arabisch georiënteerde regering. De onafzienbare reeks moordpartijen waar Algerije de afgelopen jaren door is getroffen, is vrijwel zonder uitzondering tegen het Imazigh-volk gericht. Ook in Marokko wordt het Berber-nationalisme ondanks alle vrome beloftes van de nieuwe koning Mohamed VI nog altijd onderdrukt. Helene Hagan, een Amerikaanse antropologe die veel onderzoek doet naar de Imazighen en hun geschiedenis, werd bedreigd met gevangenisstraf en deportatie door de Marokkaanse overheid en verricht haar onderzoek nu voornamelijk in Egypte en Libië.

Ook in Nederland is het onder Marokkanen vaak nog taboe al te prominent uit te komen voor hun Berberse identiteit. Recente betogingen in Amsterdam tegen de genocidegolf in Algerije trokken maar een handjevol Marokkanen, terwijl diezelfde groep in groten getale kwam opdagen om te demonstreren ten behoeve van de Palestijnse zaak. Hetgeen meteen aangeeft dat het Berber-nationalisme nog een lange weg heeft te gaan. Aan deze emancipatiegolf heeft Abu Jahjah onbedoeld een belangrijke bijdrage geleverd.