Bereikbaar blank

Naema Tahir
Eenzaam heden
Prometheus, 251 blz., €17,95

Naema Tahir bedrijft liefde. In haar verhalen en in haar taal. Net als in de goed ontvangen verhalenbundel Kostbaar bezit klinkt in haar nieuwe roman Eenzaam heden een erotisch geladen ondertoon. Dat begint al in de eerste scène, wanneer de tienjarige Dina, een Pakistaans meisje dat is geboren in Engeland, de aarde bemint. Ze drukt haar blote huid tegen de grond, kust modder, glijdt heen en weer tot ze naar muskus geurt. Ze wil wortelen in de Londense aarde – het heimwee van haar ouders naar Pakistan moe. En dat niet alleen: blank wil ze zijn. Daartoe wast ze haar haren met shampoo voor blond haar, tekent ze veelvuldig Union Jacks en praat ze met een overdreven geaffecteerd Brits accent. Om haar worteling kracht bij te zetten nestelt ze zich zo vaak ze kan in de perenboom van buurman Daniyal. Met deze nieuwe roman borduurt Tahir voort op de thematiek uit haar eerste boek, Een moslima ontsluiert, waarin ze onder meer haar eigen migrantenbestaan beschrijft.

De roman vervolgt in een traditionele vorm: het verhaal van vader ontmoet dat van moeder en uit hun verhaal spruit dat van Dina. Dina’s vader is geboren op 14 augustus 1947: de onafhankelijkheidsdag van Pakistan. Zijn levensdoel is zijn vader, een simpele boer, onmiddellijk duidelijk: zijn zoon zou het Heilige Land beschermen. Dina’s moeder, een temperamentvolle, prinsesachtige schoonheid, groeit op in een familie die schatrijk is geworden met de meest doorzichtige zijde ter wereld. Londen stelt haar teleur, net als het huwelijk. Ook de geboorte van Dina kan haar niet bekoren: wat heb je aan een meisje? Hun tweede kind is een zoon, en moeders geluk.

Dina groeit snakkend naar aandacht op. Wanneer ze van een schommel valt en liefdevol wordt opgepakt door een gori, een blanke vrouw, smeekt ze de vrouw haar te ontvoeren. Ze wendt alles aan om haar ouders te behagen: kauwt glimlachend op ongaar vlees en knikt begrijpend naar haar vader wanneer ze een standje krijgt. Maar: ‘(…) hij miste mijn knik’. Ze heeft er een woord voor: aandachtsverdriet. En een verklaring. De reden dat haar vader haar geen liefde schenkt is dat hij niet wil dat Dina zich openstelt voor liefde, redeneert ze. Ze zou verliefd kunnen worden op een blanke, en dat is niet de bedoeling.

Deze waterdichte, cerebrale redeneertrant kenmerkt haar verlangen geliefd te zijn en te aarden. De kracht van Eenzaam heden zit ’m in de verbeelding van de gelijkenis van deze twee oerverlangens: naar liefde en naar een thuis. Vader behandelt Engeland als een minnares die hij op gepaste afstand houdt, omdat hij wellicht bang is dat het te goed zou gaan en hij zijn eerste en enige liefde, Pakistan, verraden zou. Ook wanneer Dina verliefd wordt op de buurman Daniyal, vloeien heimwee en liefde in elkaar over. ‘Migreren harten?’ vraagt Dina Daniyal. ‘Dat een hart migreert naar een ander hart. Op zoek naar een hart als rustplek, als paradijs.’ De paradox van deze verliefdheid is dat Daniyal Pakistaans is, al identificeert hij zich beduidend minder met zijn afkomst dan Dina’s ouders. Hij is ‘bereikbaar blank’, meent Dina.

Dina’s wortelingsproces loopt parallel aan het ontluiken van haar seksualiteit – rijkelijk verbeeld in een zinderende passage waarin Dina en Daniyal elkaar druiven voeren. Zij eet het vruchtvlees en laat de druivenpitjes voor hem op haar tong liggen. Als hij de pitjes met zijn lippen van haar tong steelt en opkauwt schrijft Tahir: ‘Het klonk alsof hij mijn zoen opat.’ In deze passages geeft de schrijver blijk van een grote gevoeligheid voor het lijfelijke. Daarin schuilt de erotiek van haar schrijven, fijnzinnigheid gevangen in taal die precies genoeg verhult – zoals de dunne zijde uit het verhaal, ‘gewoven lucht’, die mannen wild maakt als een vrouw het draagt. Dit exacte en eigene van haar taal – een indringende blik bezorgt Dina ‘rozenkaken’ – staat in contrast met de soms wat stroeve manier waarop Tahir formuleert. Een zin als ‘Toen krabbelde ze op, trok haar nagels terug uit vaders liefdevolle en tamelijk kittelorige wrijvingen en huilebalkend slofte ze naar de woonkamer’ dreigt de cadans uit de tekst te halen. Het obsessieve karakter van Dina’s verlangen duwt het verhaal echter met zodanige kracht voort dat je deze taalhindernissen neemt.

Na de inwijding in de liefde volgt, zoals het hoort, de eerste desillusie en de verwijdering uit het gedroomde paradijs. Dit loutert. Pas dan realiseert Dina zich dat ze al thuis is, bij de mensen met wie ze haar eenzame heden deelt.Op het eerste gezicht dreigen zulke inzichten te sluitend te zijn, te opgedrongen ook. Dit ondervangt Tahir doordat ze deze kentering in gemoed ook op een ander niveau verbeeldt. In dit geval doet ze dat als volgt: wanneer Dina het Punjabi van haar ouders aanhoort, verstaat ze hen opeens zo goed dat het even lijkt alsof ze geen Engels meer kent.