Bergingsduiker paul deijl

‘WE ZIJN ER wel, maar je ziet ons niet. Onder water doen we van alles. Lassen, snijbranden, lekken dichten, schroeven klaren, lading lossen. Vaak moeten we wrakken omhoog halen. Soms in één stuk, soms in meerdere delen. Geen VOC-schepen, die zijn voor de archeologen. Onze wrakken zijn meestal niet ouder dan een jaar of vijftig. Vaak zijn het schepen die naar de kelder zijn gegaan met gevaarlijke lading aan boord.’

‘IK WERK bij Smit Tak, da’s een prachtbedrijf. Hollands glorie, hè. Ik had nooit gedacht dat ik bergingsduiker zou worden. Ik heb de havo afgemaakt en moest daarna het leger in. Tijdens een vreselijk saai dienstvak werd opeens gevraagd of er mensen waren die wilden duiken. Dat leek me wel geinig, dus ik stak mijn vinger op. Ik dacht dat het een uitje was. Maar met die vinger in de lucht bleek ik me te hebben aangemeld als duiker bij de genie. Een schot in de roos, want ik vond het fantastisch. We werden zwaar getest, psychologisch en fysiek. Van de vierhonderd man die zich aanmeldden kwamen er zeven door de selectie. Een paar jongens uit onze groep wilden na hun diensttijd bij Smit Tak solliciteren als bergingsduiker. Goh, dacht ik, bestaat dat? Ik bleek van die onverwachte liefhebberij m'n beroep te kunnen maken. Nu werk ik hier vijftien jaar. Naar volle tevredenheid.’
'IK VIND DE klussen waarbij veel gedoken moet worden het leukst. Zoals bij de berging van de Moby Prince, een veerboot. Die was tegen een olietanker gevaren, in brand gevlogen en gezonken. De honderdveertig doden waren al geborgen. Wij moesten zorgen dat-ie weer boven water kwam. Het schip lag in de Italiaanse wateren, het weer was heerlijk. We doken wel vijf uur per dag, wekenlang. Technisch gezien was het een enorme uitdaging. Daar hou ik van. Het schip moest leeggepompt, maar eerst moest natuurlijk het gat gedicht. De hele boegdeur was weggeslagen, inclusief waterafsluitende schotten. We moesten dus erg slim zijn in het aanbrengen van onze patsen. Een pats is een plaat waarmee je een gat afsluit. Is Smit Tak-taal. Het komt van patch, da’s Engels. Maar wij zeggen “pats”. Onze collega’s van Wijsmuller zeggen “petsj”, die spreken het dus uit zoals het hoort. Echt een mooi karwei. Alleen jammer dat we de hele tijd in die vieze olie moesten duiken.
Werken in de olie, daar word je niet goed van. Olie drijft. Je kunt een gaatje maken waar je doorheen kunt duiken. Maar als je onder water moet zoeken waar het lek is, kom je meestal onder de olie te zitten. Dan ben je helemaal zwart. Als je in een nat pak duikt, komt de olie op je lijf terecht. Sommige van mijn collega’s kunnen daar niet goed tegen. Die krijgen rooie uitslag. Daar heb ik gelukkig geen last van.
Een nat pak is een soort surfpak waar water in komt. Bij olie of chemicaliën gebruiken we altijd droge duikpakken. Komt er geen druppie water op je huid. Ik heb het liefst een nat pak, maar dat laat de situatie niet altijd toe. Soms is het te gevaarlijk, soms is het water te koud.’
'ALS ER OP een vastgelopen of gezonken schip chemicaliën zitten die maar een beetje gevaarlijk zijn, komen wij eraan te pas. Je hebt een hele hoop soorten chemicaliën. Het gevaarlijkste zijn gassen die worden gevormd als bepaalde stoffen in aanraking komen met water. Vaak zijn ze reukloos. Sommige zijn dodelijk als je een flinke teug binnenkrijgt.
Voordat we aan het werk gaan, zoekt een chemicaliënspecialist uit wat er precies in het schip zit. Als hij dat eenmaal weet, wordt een risico-analyse gemaakt. Dan wordt ons verteld wat je moet doen als er bijvoorbeeld een duikpak lek gaat. Die risico-analyses werken uitstekend. Het laatste dodelijke duikongeval was lang voordat ik in dienst kwam. We zijn gewend geraakt aan de risico’s van het duiken, maar je bent je toch altijd bewust van gevaar. Dat moet ook wel, want als het onder water fout gaat, gaat het ook goed fout.’
'IN DE Perzische Golf hebben we gekke dingen meegemaakt. Dan werd er weer een tanker in de fik geschoten en moesten wij er als de wiedeweerga naartoe. Eerst blussen en de olie overpompen, vervolgens reparaties uitvoeren. Maar als zo'n ding wordt beschoten, vallen er meestal doden. Die moesten we van boord halen. De geur van dode lichamen blijft als het ware hangen in je neus.
We moesten een keer een tanker blussen, maar we mochten van de opdrachtgever niet de olie overpompen voordat de lichamen waren geborgen. We kwamen op dat schip, man, ik dacht dat ik gek werd. We waren wel wat gewend, maar deze geur was te erg. Er zijn speciale bedrijven om doden te bergen. Dus wij bellen. Er kwam een uitrukploeg van een Engels bedrijf. Die zijn een paar dagen bezig geweest en haalden er één lichaam uit. Tussen het werk door kwamen ze af en toe bij ons wat water halen. Alles wat ze aanraakten werd vies, overal die geur. Na twee dagen zijn ze weggegaan. Het was zelfs voor hen te smerig. Kun je nagaan, zij zijn specialisten! Uiteindelijk heeft een duikbedrijf uit Singapore de rest van de lichamen geborgen.’
'JE KOMT natuurlijk niet elke dag in aanraking met dode mensen, maar bij sommige scheepvaartongelukken vallen helaas slachtoffers. Ik heb geholpen bij de berging van de Herald of Free Enterprise. Een aantal collega’s van Smit Tak zijn zo snel mogelijk uitgerukt. Die hebben geprobeerd mensen te redden. Dat lukte soms.
Het schip lag op de bodem, gekanteld. Die lichamen lagen allemaal aan één kant, onder de modder. De mensen die de doden moesten bergen, hadden geen zicht. Dus moesten er lampen worden opgehangen en gaten in de romp worden gemaakt. Dat is wat ik heb gedaan. Gaten gebrand, modder weggespoten, lampen opgehangen. Dan dool je zo'n beetje als eerste over dat schip. Op een gegeven moment kwamen we in een kombuis. Daar hing de kok over zijn kookspulletjes. Dat was wel even moeilijk, ja.
Toch heb ik geen naar gevoel als ik aan het werk terugdenk. Het technische aspect van de klus was namelijk ontzettend interessant. Dat enorme schip moest gekanteld en omhooggehaald worden. Kennelijk kan ik het vreselijke scheiden van het technische. Dat wist ik niet van mezelf. Ik heb nooit akelige dromen gehad. Je denkt dat je de klap later wel krijgt, maar ik heb hem nog steeds niet gehad, dus hij zal ook wel niet meer komen. Het is al meer dan tien jaar geleden. Er is maar één dode die ik nog wel eens voor me zie: de kapitein van een gezonken vissersboot. Hij was als enige bij het ongeluk omgekomen. Ik zou hem uit het schip halen en overgeven aan de kustwacht. Maar de kustwachters kwamen niet opdagen. Als je een lichaam boven water haalt, dan gaat het stinken. Dus heb ik hem aan zijn been in zijn schip vastgebonden. Toen de kustwacht er eenmaal was, ging hij netjes in een zak en werd hij naar de wal vervoerd.’
'HET MOOISTE vind ik klussen die je kunt afronden in de tijd dat je eraan werkt. Soms denk je dat je veel eerder klaar zult zijn, maar dan loopt het net even anders. We moesten eens een schip vlottrekken in de Franse wateren. Zo gebeurd. Daarna moest het naar een haven gesleept worden voor reparatie. Maar geen haven wilde ons hebben, omdat ze bang waren dat het ding alsnog zou zinken. Dus hebben we drie weken in de Golf van Biskaje rondgedobberd. Vier man van Smit Tak, 21 Pakistaanse bemanningsleden en de Griekse kapitein. Op een gegeven moment was alles op, inclusief water en brandstof. De kapitein was het toen zo zat dat hij een S.O.S. heeft uitgestuurd en met zijn bemanning van boord is gegaan. Wij zijn gebleven om het schip drijvende te houden. Uiteindelijk zijn we vijf weken aan boord geweest. Dat schip was ongelooflijk smerig. We moesten slapen in kooien waarvan je dacht: kom ik naar jou of kom jij naar mij? Vol beestjes en vlekken, muf, vettig.’
'HET IS HARD werken. Daar is niets mis mee. Als je tien weken van huis weg bent en je doet niets, dan krijg je heimwee. En dat moeten we niet hebben. Na zo'n periode krijg je vier tot vijf weken verlof. Da’s lekker. Het gebeurt wel vaak dat je binnen die tijd wordt gebeld met de vraag of je weer een klus wilt doen. Je kunt best nee zeggen. Soms doe ik dat. Maar meestal ga ik weer aan de slag voordat mijn verlof over is. Waarom? Stomme vraag: omdat dit werk zo móói is.’