Het imago van Nederland Alpenpopulisme

Bergstaatje aan de Noordzee

Met Geert Wilders in de regering zou ons land internationaal grote imagoschade oplopen. Onzin. Nederland gedraagt zich steeds meer als een onbetekenend en xenofoob klein land - normaal dus.

Medium koen h

Berlijn - Internationaal schofferen doe je zo: maak je machtigste buurland uit voor ‘schurkenstaat’, doe aangifte tegen zijn minister-president wegens heling en spreek en passant nog van een 'oorlogsverklaring’.
De rechts-populistische Zwitserse Volkspartij (svp) grossiert in anti-Duitse beledigingen. Eerder baarde de partij opzien met een haatcampagne tegen 'Duits schorem’ dat Zwitserse banen zou inpikken. De afgelopen maanden was het de aankoop door Duitsland van een cd-rom die voor ophef zorgde. Op het schijfje stond illegaal verkregen informatie over belastingontduikers met Zwitserse bankrekeningen. Verontwaardiging alom in het Alpenland, maar geen partij die het zo bont maakte als de svp. Hun weinig diplomatieke stijl heeft de rechts-populisten tot nog toe geen windeieren gelegd. De partij is vertegenwoordigd in de regering en kreeg bij de laatste landelijke verkiezingen de meeste stemmen.
Daar steekt Geert Wilders vooralsnog bleek bij af, maar hij doet zijn best. Het ministerie van Buitenlandse Zaken doet al aan damage control voor het geval dat de pvv de verkiezingen zou winnen. Demissionair bewindvoerder Maxime Verhagen zet in op 'sociale diplomatie’. Doel is de buitenlandse gemoederen te temperen, begrip te kweken - en de economische schade voor Nederland zo veel mogelijk te beperken.

De waarschuwingen voor internationale imagoschade hebben iets weg van de pogingen om Wilders juridisch de mond te snoeren. In plaats van zijn racisme politiek van repliek te dienen, wordt de hoop gevestigd op hogere machten: de rechter en de 'internationale gemeenschap’.
Het is een weinig overtuigend argument. Op de eerste plaats bestaan dé Nederlandse belangen niet. Alleen al over de vraag of het land gebaat is bij de missie in Uruzgan lopen de meningen ver uiteen. Daar komt bij dat zulke waarschuwingen zelden effect sorteren. Soortgelijke alarmerende verhalen over de Nederlandse positie in de wereld hadden rond het Europese grondwetreferendum eerder het omgekeerde resultaat.
Bovenal lijken de dreigende woorden van Balkenende en Verhagen, gezien de internationale reacties tot nu toe, overdreven. Natuurlijk, een verkiezingsoverwinning van Wilders zal in landen als Iran tot verontwaardigde reacties leiden. Radicale geestelijken kunnen oproepen tot een boycot, net als na de Deense Mohammed-cartoons. Dat is even vervelend als onvermijdelijk. Zou Nederland de oren laten hangen naar zulke dubieuze types en dictaturen, dan kan het net zo goed meteen de vrouwenemancipatie, het homohuwelijk of zelfs de parlementaire democratie terugdraaien.
Belangrijker zijn de reacties van de grote bondgenoten. Zo wordt in de Franse en Britse media, anders dan in Nederland, ronduit gesproken over de 'extreem-rechtse’ en 'xenofobe’ partij van Wilders. Nog altijd heerst verbazing over de gedaanteverandering die Nederland heeft ondergaan. 'Extreem-rechts rukt op in het tolerantste land van Europa’, kopte de Britse Independent direct na de gemeenteraadsverkiezingen.
Desondanks blijft de boosheid begrensd. Daar zijn verschillende redenen voor. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië lijkt het niet verlengen van de Nederlandse missie in Uruzgan voor grotere imagoschade te zorgen dan de capriolen van Wilders. The New York Times wijdde zelfs een hoofdcommentaar aan de beslissing en sprak van een 'embarrassment to the Netherlands’. Voor het overige is de Nederlandse politiek toch eerder een ver-van-mijn-bed-show.
Aan de gelaten reacties op het Europese continent ligt een andere oorzaak ten gronde. Toen in 2000 de fpö van Jörg Haider toetrad tot de Oostenrijkse regering kreeg het land sancties opgelegd door lidstaten van de Europese Unie. Maar er is één belangrijk verschil met tien jaar geleden. Had Oostenrijk toen nog zo'n beetje de primeur met extreem-rechts in de regering, inmiddels kent vrijwel elk Europees land grote xenofobe en anti-islamitische partijen. 'Het resultaat van de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen is onderdeel van een Europese trend’, schreef de Duitse krant Die Welt dan ook in een commentaar. De Zwitsers stemden tegen de bouw van minaretten, Frankrijk wil de boerka verbieden en discussieert over zijn nationale identiteit en Nederland heeft Wilders.
Zoveel bijzonders schuilt er dus niet in zijn opkomst - hooguit dat het botst met het hardnekkige Duitse vooroordeel dat Nederlanders tolerant en liberaal zijn. Tal van artikelen worden gewijd aan de vraag hoe Frau Antje bang werd. Waar is het land gebleven dat Duitsland de maat nam? Dat in 1993 na de extreem-rechtse aanslagen in Solingen meer dan een miljoen briefkaarten stuurde met de tekst 'ik ben woedend’?
Natuurlijk klinkt er ook verontwaardiging. Zo meent het weekblad Focus dat Wilders anti-Duits is. De Süddeutsche Zeitung vindt de triomferende Wilders klinken als Hitler. Zijn uitspraak 'vandaag Almere en Den Haag, morgen heel Nederland’ doet de grootste Duitse kwaliteitskrant denken aan een strijdlied van de sa. 'Goed mogelijk dat Geert Wilders deze parallel bewust heeft getrokken. Het zou slechts een verder taboe zijn dat de pvv-chef doorbreekt.’ Maar zelfs de Süddeutsche toont zich in zijn conclusies gematigd. De beste strategie is 'de man met de gebleekte haren te laten (mee)regeren en zichzelf te onttoveren’.
Wellicht zorgt in sommige politieke kringen de vraag of Nederland met een coalitie van vier partijen straks nog stabiel geregeerd kan worden wel voor meer onrust dan Wilders. Voor de rest gedraagt Nederland zich steeds minder afwijkend. 'Dat is niet Adolf & Benito’, stelde de gezaghebbende Duitse denker Josef Joffe over Wilders: 'Dat is een defensief nationalisme dat overal in Europa door de hoofden spookt - ook links.’

Het is een pijnlijke waarheid voor een land dat dolgraag een internationale gidsrol wil spelen, of het nu linksom of rechtsom is. In werkelijkheid zijn we niet zo bijzonder. In Hongarije, Slowakije en Roemenië kunnen ouderwets fascistische partijen op veel stemmen rekenen, terwijl in Noord- en West-Europa een nieuwe generatie van rechtse, islamofobe partijen het tij mee heeft. Neem opnieuw Duitsland: in nagenoeg al zijn buurlanden drukt populistisch rechts een belangrijk stempel op de politiek. De Deense regering is afhankelijk van gedoogsteun van de Volkspartij. In Zwitserland en Oostenrijk zitten of zaten soortgelijke partijen zelfs op het pluche. België heeft van oudsher het Vlaams Belang, en in Polen maakten jarenlang de nationalistische broers Kaczynski de dienst uit.
Niet vreemd dat Duitsland de Zwitserse beledigingen over schurkenstaten en heling relatief kalm ondergaat. Hetzelfde geldt voor het fenomeen Wilders. Met zijn opkomst wordt Nederland zo bezien een normaal, klein buurland. Dat is geen reden tot blijdschap. De Duitse reactie op het Zwitserse gekrakeel mag gematigd zijn en de economische betrekkingen lijden er amper onder, maar erg serieus wordt het land niet genomen.
Dat onbegrip is het gevolg van een groeiende tweedeling in het Europese politieke discours. In de jaren negentig heerste in de westerse staten nog optimistisch vooruitgangsgeloof. Conflicten over etniciteit en religie beperkten zich tot de randen: Afrika bijvoorbeeld, of de Balkan. Anno 2010 ligt die 'primitieve’ periferie in het hart van de Europese Unie. Enerzijds zijn er de invloedrijke landen als Duitsland, Frankrijk en Engeland. Ook zij kampen met rechts-populisme, ook zij discussiëren over de nationale identiteit. Maar voor de grote sociaal-economische, internationale kwesties blijft evenzeer aandacht. Welke politiek ons uit de crisis kan leiden bijvoorbeeld, en of er een Europees Monetair Fonds moet komen. Logisch: ze hebben ook werkelijk invloed op zulke ontwikkelingen.

Anders is het in de kleine landen. Zij kletsen hun onmacht in een grote, vijandige wereld weg met hypochondrisch geneuzel over hoofddoekjes en minaretten. Sinds Fortuyn is ook Nederland daarvan in de greep. Het verschil in onderwerpkeuze tussen een willekeurige aflevering van het Nederlandse achtuurjournaal en de Duitse Tagesschau is in dat opzicht veelzeggend.
Met Wilders in de regering zou Nederland zich niet op slag internationaal onmogelijk maken. De gevolgen van politieke klimaatverandering zijn trager, maar minstens zo ingrijpend. In een artikel naar aanleiding van Wilders’ verkiezingsoverwinning in de Franse krant Le Monde werd de term 'Alpenpopulisme’ gebruikt. Daar ligt de kiem van het in West-Europa populaire rechts-extremisme 2.0: Haiders fpö in Oostenrijk, de Volkspartij in Zwitserland, een plukje Front National in het westelijke gedeelte en aan de zuidkant van het gebergte de Italiaanse Lega Nord.
Geert Wilders heeft dit Alpenpopulisme naar de polder gekopieerd. Onder zijn invloed, en met gewillige medewerking van al die andere partijen die zich gedurende de afgelopen jaren afkeerden van het gedogen, pamperen en tolereren, heeft de Nederlandse politiek steeds meer weg van die van een bergstaatje: conservatief, xenofoob en met een hang naar kleinburgerlijkheid. Daar ligt het werkelijke gevaar. Net zoals het overgereguleerde Amsterdam (onder leiding van Job Cohen) begint te lijken op een uitvergrote versie van Genève - schoon, duur en saai - is er steeds minder wat Nederland onderscheidt van een in zichzelf gekeerde staat als Zwitserland. En je kunt er niet eens skiën.