berichten uit india van regisseur Eddy Terstall

Berichten uit India

Regisseur Eddy Terstall reisde, met zijn succesvolle film Simon onder zijn arm, naar India, om zijn werk te vertonen én Nederland te «ambassaderen».

MUMBAI / BOMBAY – Bombay heet tegenwoordig Mumbai, maar Bollywood heet nog steeds Bollywood. Voor de zesde keer ben ik in India om een van mijn films te vertonen. Deze keer niet op een van de officiële festivals. Georgie Bedier de la Prairie, de eigenaar van het Amsterdamse etablissement Vak-Zuid, heeft mij en actrice Nadja Hüpscher uitgenodigd om mijn film Simon te vertonen in zijn incrowd-club in Mumbai, met daarna een vraag-en-antwoord-uurtje voor hip publiek.

Tout Mumbai komt in zijn club Senzi en diegenen van tout Mumbai die een plekje hebben weten te bemachtigen op de bovenverdieping van de club zijn aanwezig. Er zijn nogal wat BI’ers en cultuurdragers op de vertoning afgekomen, theaterregisseurs, journalisten, schilders, kunstcritici et cetera. Het is een wereldje ge scheiden van het echte Bollywood. De cultureel correcten van Mumbai kijken lichtelijk neer op de Tinseltown-camp van de Bollywood-scene.

Meestal word ik er van staatswege op uitgestuurd om ons libertijnse landje te «ambassaderen», als dat woord bestaat. Ik reis naar de gekste landen. Naar India – zoals gezegd zes keer – maar ook naar bijvoorbeeld Siberië, Servië, Costa Rica of, zoals vorige maand voor de tweede keer, Libanon. Telkens bereid ik me er een beetje op voor om de mogelijke cultuurshock van de kijkers te absorberen. Meestal blijkt dat achteraf maar half nodig, want over het algemeen zijn de mensen die op mijn vrijzinnige brouwsels afkomen van tevoren al semi-gewaarschuwd en weten ze wat ze te wachten staat. In de regel zijn het leden van de culture-shockproof-elite, jonge lieden of gezellige ouwe snoepers die tieten verwachten. En die krijgen ze meestal ook. Samen met flauwe woordspelingen en voetbal vormen die de wat kinderlijke hand tekening van mijn films – in mijn allerbinnenste ben ik nog steeds een platte Jordanees. Soms kijken lokale politici of diplomaten een beetje moeilijk, maar meestal komt er van hen ook geen onvertogen woord. Daar zijn het immers diplomaten voor.

Ook nu is het klapperdeklap bij de aftiteling. Diegenen die het niet trekken sluipen meestal tijdens de film weg of houden zich achteraf gedeisd. Op een vervelende verbale botsing met een moslimjournalist in Haiderabad na heb ik eigenlijk nog nooit vervelende reacties gehad. Deze devote figuur met monobaard maakte de gehele vrouwelijke helft van het Nederlandse volk voor hoer uit omdat er een blote vrouw in mijn film voorkwam en omdat er twee vrouwen zoenden. Heel kinderachtig heb ik hem toen gewezen op het verschil in prestaties tussen een hoerenland als het mijne en landen waar men de helft van de intellectuele capaciteit, namelijk die van de vrouwen, niet gebruikt. Schiet me verder nog te binnen dat een man in de club in Mumbai, die zich als moslim voorstelde, de naam Hirsi Ali naar voren bracht. Ik ging meteen al in de defensieve houding. Linkervuist voor, rechtervuist als dekking bij mijn kin. Zou de feministe Hirsi Ali het weer gedaan hebben. Moslimmannen vallen haar aan uit angst om hun onlogische privileges te verliezen en moslimvrouwen uit angst of onwetendheid. Denkluie «linksen» uit een soort van carnavaleske politieke correctheid. Ik chargeer hier een beetje, maar goed, ik sta immers in de bokshouding. Maar de man in kwestie prees slechts haar moed. Mijn vooroordelen worden gelukkig vaak genoeg afgestraft. Ikzelf leverde er dan maar weer de nuancering bij dat veel moslims zich in een kwetsbare positie bevinden en zich verstoten voelen, vandaar de pavlovreactie op Ayaans vuurpijlen.

Verder heb ik eigenlijk nooit echt heftig in de verdediging hoeven gaan op mijn zwerftochten. Wel waren bijvoorbeeld de studenten in Archangelsk in het noorden van Rusland wat geschokt over de euthanasie en in Libanon waren moslims en christenen lichtelijk verbijsterd dat ik geen religie had. Maar over het algemeen heb ik een professionele riedel om ons vrije landje met zijn opmerkelijke seculiere basiscultuur te plaatsen als een reële optie; stiekem laat ik doorschemeren dat ik zo’n soort samenleving eigenlijk zelf een stap hoger inschat. Meestal hoef ik dat niet te doen en wordt die vaststelling al door de lokale intelligentsia voor mijn voeten weggekaapt. Zo was het drie weken terug in Beiroet en zo gaat het nu in Mumbai. Een bekende theaterregisseur met beatnik-uiterlijk prijst onze vrije samenleving dermate dat ik er zelf de relativering bij moet leveren – oneerlijke voorsprong door handelsbarrières, koloniale plundertochten et cetera. Hij vindt dat wij het bijzonder onderwijs moeten afschaffen omdat onderwijs neutraal dient te zijn en dat we het koningshuis eindelijk de deur uit zouden moeten bonjouren. Allemaal mee eens in principe, maar ik studeer voor Realpolitiker. Als politicus schijn je boven je principes te moeten kunnen uitstijgen.

Op weg naar het hotel banen we ons een weg door de avondchaos in het Mumbaise verkeer. Die gaat moeiteloos over in de nachtchaos en die weer in de ochtendchaos. Ik zie ongekende armoede. De aanblik die alles relatief maakt. In India, wonderlijke democratie van 1,2 miljard inwoners, is het onderwijs inderdaad neutraal. En ook is het een republiek. In deze twee opzichten lopen ze hier op ons voor. Het is ook indicatief dat in een land waar tachtig procent van het electoraat hindoe is de premier moslim is, de staatspresident sikh en de leidster van de grootste partij christen. In Nederland zal Ahmed Aboutaleb de eerstkomende tien of twintig jaar nog geen premier worden vanwege zijn achtergrond. Maar de armoede in India staat ook in schril contrast met de economische opleving in de regio. De kloof tussen arm en rijk is exemplarisch. Hoeveel raketten India ook het heelal in schiet of hoe ontwikkeld de hightechindustrie er inmiddels ook is, dertig procent van de 1,2 miljard Indiërs is nog analfabeet.

Op straat besef ik weer in welk land ik ben. Bedelaars steken hun handen bij de motor riksja naar binnen en een jong straatventertje, dat misschien nog geen vijftien euro per maand verdient, verkoopt onder meer het boek How To Make It On Wall Street. Ik geloof als sociaal-democraat met latent sociaal-liberale trekjes best in ondernemerschap, van krantenjongen tot miljonair. Maar dat gaat in India niet op. De linkse jongen in mij krijgt elke keer wanneer ik in een arm land ben een impulsje. Ik ben me toch met politiek gaan bezighouden omdat zeventig procent van de wereldbevolking nog slaaf was (van armoede, oorlog, religieuze knechting)? Dat was toch mijn hartsreden?

RAJASTAN – Na Mumbai gaan we naar Rajastan om in opdracht van een glossy blad foto’s van Nadja te maken in een hotel bij het meer waar de Bond-film Octopussy is ge draaid. Na een korte vlucht komen we aan in Udaipur. Daar worden we naar de fotografielocatie ge bracht die meteen ons onderkomen zal zijn.

Met een bootje worden we er naartoe gevaren. Elke drie meter op land worden we gevolgd door een type in smetteloos wit dat een paraplu boven ons hoofd houdt – ik weet ook wel dat het een parasól is, maar ik ben zoals gezegd een eenvoudige Jordanees. Het blijkt drie dagen «werken» op een eiland van luxe in een land waar het gemiddelde jaar inkomen nog niet de helft bedraagt van wat hier een suite kost per dag. Wanneer de «bedienden» (want zo ga je in dit land over werknemers denken) elke keer weer buigen en me goedemorgen of goedenavond wensen, slaat het weer toe. Dan komt een Herman van Veen-achtige, houten-hobbelpaardachtige Max Havelaar-koffie-achtige po li tieke correctheid in mij boven. Zelfs het door mij vaak aangevallen cultuurrelativisme kruipt dan door mijn rode haar mijn kop binnen. Allemaal leuk, die academische discussies over bijzonder onderwijs en over hoe het staatsrecht functioneert. Maar als je niks te eten hebt, dan is dat nogal gezwets in de ruimte. Dat is dan ook weer kort door de bocht, maar zo denk ik op zo’n moment. Er zijn per dag zes flitsen van ge middeld acht seconden waarop ik opeens SP wil stemmen. En drie flitsen van gemiddeld vier seconden waarop ik zelfs serieus overweeg een plaat van Herman van Veen te kopen. Ge lukkig zijn er geen muziekwinkels of stemhokjes in de buurt.

DELHI – We eindigen in Delhi omdat daarvandaan ons vliegtuig naar Nederland vertrekt. We verblijven, zoals het arme kunstenaars betaamt, in het Imperial Hotel. Een klassiek monument met een grote, erg blanke, geschiedenis. In het Imperial kun je ont snappen aan het gekrioel, het getoeter, de bedelaars. Ik moet bekennen dat ik dat vaak gedaan heb. Bij verscheidene festivals en culturele uitwisselingen ben ik in dit hotel neer gezet en mij hoor je er niet over klagen. Artiesten zijn nu eenmaal salonsocialisten. Dat kan en wil ik niet veranderen – sorry.

We vieren oud en nieuw in het Imperial. Beneden in de bar kunnen de rijken een goede sigaar kopen om op te roken tussen mede-geprivilegieerden. Dat zijn vaak Indiërs. De hogere hindoekasten en oud moslimgeld bijvoorbeeld. Ik heb ze aardig leren kennen de af gelopen jaren. De leden van de Indiaase upperclass zijn niet zelden flinke innemers. Ze geven nogal eens af op de onderklasse met haar geploeter en gekrioel. Zo herinner ik me een uitspraak van een nouveau riche-dame uit Calcutta: «Heet eten is slecht voor de hersenen, kijk maar hoe het volk is in dit land. Ik eet daarom vrijwel alleen continental food.» Ik herinner me nog wel ergere dingen die ik door de jaren heen van welgestelde Indiërs over hun minder bemazzelde landgenoten gehoord heb, maar de allerergste opmerking in die geest kwam van een westerling. Die vergeleek de bevolking buiten het Imperial Hotel zowaar met Hobbits, en bezag het hotel als een juweel in een gigantische vuilnisbak. Ik zou niet eens een personage in een van mijn films zoiets durven laten zeggen – al was het maar omdat de naam «Hobbit» beschermd is.

India is in geen enkel opzicht een lachertje. Het wordt structureel onderschat door de ongeïnformeerden en zelfs door hen die beter zouden kunnen weten. Binnen vijftien jaar behoort de democratie India tot de vier grootste economieën van de wereld en steeds meer wordt het land een grote speler in de wereldpolitiek. Alle grote landen en machtsblokken dingen naar India’s hand. Zo ook ons Nederland. Om India te paaien sturen ze mij er steeds weer heen met mijn films. In ieder geval zo’n 85 van de 1,2 miljard waren daar deze keer redelijk content mee.