Berlijn mag de stijging van woninghuren niet blokkeren

Berlijn – Woedend waren ze, de vijftienduizend Berlijnse huurders die zich vorige week donderdag voor een spontane demonstratie op straat verzamelden. Na het falen van het Berlijnse ‘huurplafond’ zagen ze ineens tóch weer hun huren stijgen. ‘Nu pas echt!’ klonk daarop de strijdbare tweet van de socialistische partij Die Linke als steunbetuiging. Maar is deze reactie van Die Linke wel zo passend?

Van Amsterdam tot aan New York, er was geen Berlijnse wet die de laatste jaren internationaal zo veel aandacht kreeg als het huurplafond. Zou dat de langverwachte oplossing voor stijgende huren kunnen worden, waardoor minder kapitaalkrachtige inwoners zich door investeerders uit de binnensteden verdreven voelen?

De Berlijnse huren zijn in vergelijking met steden als New York, Amsterdam of München weliswaar nog bescheiden te noemen, maar de snelle stijging ervan binnen tien jaar is dat niet – zeker gezien het lage inkomenspeil in de Duitse hoofdstad. De linkse Berlijnse stadsregering was dan ook trots op haar begin 2020 besloten wet, bedacht door Die Linke, waardoor de huur van ongeveer 340.000 huurders duidelijk kon dalen. Minder aandacht was er voor de kleine lettertjes. De wet lag nog bij het grondwettelijk hof in Karlsruhe, na een bezwaar van de stedelijke cdu en fdp, en vorige week verklaarde het hof de wet ongeldig. Het argument: een stad mag niet op eigen houtje regels maken die ingaan tegen federale wetgeving. Dat betekent dat verhuurders nu óók de achterstallige huur van een jaar mogen terugvragen, en dat kan oplopen van enkele honderden tot enkele duizenden euro’s.

De stoere strijdkreet van Die Linke doet daarom zelfs bij fervente critici van huurstijgingen de wenkbrauwen fronsen: want is de stadsregering niet medeverantwoordelijk voor de huurdersproblemen? ‘Als de politiek hoge verwachtingen wekt die ze niet kan inlossen, dan is dat slechte politiek’, schrijft Tagesspiegel-hoofdredacteur Lorenz Maroldt.

De haastige reactie van Die Linke laat dan ook iets anders zien: het is verkiezingsjaar in Berlijn én in Duitsland, en als er één thema is dat de Berlijners raakt, is het de stijging van de huren. De verandering in de stad is zichtbaar te volgen, van een overschot aan troosteloze shoppingmalls tot nieuwe luxeprojecten in arme wijken – en in brand gestoken auto’s door links-extremisten als reactie erop.

De stedelijke partijen hebben snel hun gewoonlijke posities weer ingenomen: Die Linke en de Groenen beschuldigen de conservatieve bondsregering van ontbrekende steun voor huurders, de cdu beschuldigt links de ‘complete stad in chaos te hebben gestort’. En een oplossing van het huurprobleem is niet in zicht.