Berlijnse paradoxen

Traagheid. Verstilling. Melancholie. Drie dodelijke begrippen voor een film tijdens een festival. Filmfestivals leven van een onverzoenlijke paradox. Ook nu Berlijn weer. De vertegenwoordigers van de massa (nooit de massa zelf maar wat men de media noemt) zijn gefixeerd op glitz & glamour.

Daarom werd in Berlijn Kim Novak onder de lampen gezet. Mevrouw Novak is al decennia lang geschiedenis en speelt alleen nog een rol als schaduw uit een ver verleden, maar voor de gelegenheid werd het lijk opgewarmd. De films waarin Novak nog fris en schitterend was, worden door de aasgieren van de media niet bekeken.
Dat is zo'n kant van de paradox. Alleen fanatieke en wereldvreemde cinefielen gaan tijdens een festival naar de retrospectieffilms kijken. De films waar wel naar gekeken en over geschreven wordt, missen ieder klassiek patina. Ze zijn nieuw en nog onbekeken en het merendeel ervan zal nog voordat er volgend jaar weer een festival in Berlijn is al in de vergetelheid zijn verdwenen. Kakelvers moet een film zijn, en het echt verse kan er al af zijn voordat het lopende festival voorbij is. Films die een paar dagen geleden nog amechtig werden gehyped, zijn nu al uit het zicht verdwenen.
Nog een kant van de paradox. Festivals zijn er om films zichtbaar te maken, maar voor vele films fungeren ze als een genadeloze verdwijntruc. Als overmoedige Icarussen zijn die films te dicht bij de mediazon gevlogen. Hun val is nagenoeg zeker definitief.
Die paradox heeft ook een prettige kant. Een festival heeft ook altijd een marge. Het geweld waarmee de grote machine zich een weg door de jungle baant, maakt ook altijd een paadje vrij voor kwetsbare fellow-travellers. Films die van nature helemaal niet passen bij de snelle, schelle & schreeuwerige festivalwereld, maar als luizen in de pels parasiteren op de overtollige energie van het grote moederdier. Zo'n mooie, slome, melancholische en atypische festivalfilm is He Liu (The River) van de talentrijke Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang. Tsai’s vorige film Vive l'amour deed het bij ons niet slecht in de filmhuizen. Vive l'amour bevat aan het slot een gewaagde en veelbesproken scène. De hoofdrolspeelster zit op een bankje in een park en begint eenzaam en hartverscheurend te huilen. Minutenlang, en Tsai houdt haar verkrampte gezicht ook minutenlang vast. Ik herinner me dat tijdens een ander festival (dat van Venetië) de zaal met professionele (!) toeschouwers het met deze scène erg moeilijk had. Er werd gegiecheld, gelachen, gefloten en boe geroepen. Ja, dat is een voorbeeld van de festivalparadox en zeker ook dat Vive l'amour toch maar Venetië won. In He Liu gaat Tsai nog een stap verder dan in Vive l'amour. De gevoelige radicaliteit van de huilscène heeft hij als uitgangspunt voor de hele film genomen. Een film waarvoor hij ook nog een taboe ontdekte dat nog niet doorbroken was. Op het moment dat ik dit schrijf zijn twee (gesubsidieerde) Nederlandse distributeurs aan het bakkeleien over de rechten. The River zal zeker binnen een jaar in Nederland aanspoelen en dan is er genoeg gelegenheid om zelf te ervaren dat Tsai de Antonioni van onze tijd is.
En er waren nog tragere festivalrivieren in Berlijn. Frost van Fred Kelemen (de leerling van Bela Tarr en maker van Verhängnis) en Mutter und Sohn van Aleksandr Sokoerov (de film werd met Duits geld gemaakt en heeft daarom officieel geen Russische titel). Ook deze bijna stilstaande films komen naar Nederland. Dank zij Argus (niet gesubsidieerd, zoals het hoofd van Argus keer op keer benadrukt). Over paradoxen gesproken.
En dan blijft er natuurlijk genoeg over dat helemaal nooit in Nederland zal aankomen. Anders zou het ook geen zin hebben om zo nu en dan eens wat verder stroomopwaarts te gaan kijken. In sommige gevallen is het wrakhout dat achter rotsen blijft haken en daar rustig mag blijven zitten. Maar er zijn ook kostbare kleinoden die echt te stil en te radicaal zijn. Bijvoorbeeld For Daniel van Ernie Gehr. Gehr filmde zijn pasgeboren kind zoals iedere vader dat zou doen. Maar Gehr is een avantgarde-filmmaker met een grote staat van dienst, die hij bevestigt met deze liefdevolle zwijgende film over niks dan de kleine Daniel.