Economie

Berlusconesk

Welke technocraat heeft Nederland achter de hand? Als een goed antwoord ontbreekt, kan men proberen vol te houden dat de vraag niet deugt. Maar is dat wel zo? Het is misschien overdreven om te zeggen dat het kabinet-Rutte de financiële markten schrik aanjaagt en het verschil tussen de Nederlandse en Duitse rente doet oplopen.

Maar het is bepaald niet overdreven om te zeggen dat de financiële markten geen vertrouwen aan het kabinet ontlenen. Daarvoor heeft het kabinetsbeleid te veel berlusconeske trekken. Door de ogen van een belegger lijken de Nederlandse overheid en economie een veilige haven voor beleggingen die niet de risico’s van wankelende banken of failliete overheden willen lopen. Het tekort is beoogd te dalen tot beneden de drie procent en de schuld is niet ver boven de iets minder heilige zestig procent doorgeschoten. Bovendien heeft Nederland de klap van 2009 goed opgevangen. Ondanks de sterke ontslagbescherming is de Nederlandse arbeidsmarkt flexibel gebleken en is de werkloosheid niet sterk opgelopen.
Maar ook in de veilige haven van Nederland kan het gaan stormen. Dat lijkt tenminste de vrees van de Nederlandse consumenten. Hun vertrouwen is even laag als tijdens de depressie van 2008 en 2009. Bovendien zien zij hun besteedbaar inkomen achteruitgaan doordat het kabinet-Rutte de lasten laat oplopen. Gevolg: elk kwartaal krimpen de consumptieve bestedingen verder, en daalt de economische groei.
De mogelijkheid van extra bezuinigingen doemt op. Dit zou een extra tegenslag voor de economische groei zijn. Elke miljard bezuiniging aan (materiële) overheidsbestedingen is bijna een extra miljard verlies aan nationale productie, zo becijfert het Centraal Planbureau. Deze extra tegenslag is al geaccepteerd bij de ondertekening van het regeerakkoord dat tot de mogelijkheid van extra bezuinigingen verplicht.
De extra bezuinigingen leiden tot een nationaal verlies, maar boeken niet vanzelfsprekend de winst van extra kredietwaardigheid voor de Nederlandse overheid. Die is aan drie voorwaarden verbonden, zeker in een crisis als deze: geen hogere belastingtarieven, haalbare bezuinigingen en structurele hervormingen. Die drie voorwaarden zijn tot dusver door het kabinet-Rutte met de voeten getreden. Ten eerste verhoogt het kabinet de lasten. Die tellen op tot drie van de achttien miljard, en verdubbelen als de hogere premies voor de zorg meegenomen worden. De lasten beschadigen de productie op korte termijn door een tegenvallende private vraag en op lange termijn door een rem op werken en investeren: ze zijn nu dubbel slecht.
Ten tweede kiest het kabinet voor een buitengewone reductie van ambtenaren bij Haagse en andere overheden. Dit is onder alle politieke partijen zo'n populaire bezuiniging dat het CPB bij elke doorrekening slechts een maximum aan bezuinigingen toestaat. Dat maximum is al overschreden, en zelfs niet haalbaar als het kabinet niet duidelijk aangeeft welke taken worden geschrapt. Vroeg of laat zal daarom blijken dat er toch meer ambtenaren dan verwacht nog in dienst zijn. Dat is op zich niet zo erg, te meer omdat Nederland naar internationale maatstaven al niet zo veel ambtenaren heeft. Maar het is wel erg voor de Nederlandse geloof- en kredietwaardigheid.
Ten derde weet het kabinet niet een begin aan bezuinigingen een vervolg van hervormingen te geven. Het is juist deze combinatie die een belegger in tijden van een crisis vertrouwen geeft: een begin voorkomt een te grote terugslag op een al aangeslagen economie en een vervolg biedt het vooruitzicht van een sterkere economie. Maar deze combinatie wordt niet geboden. De gedoogpartij twittert over miljarden aan extra bezuinigingen op ontwikkelingsgelden. De coalitiepartijen denken bij extra bezuinigingen ongetwijfeld aan de duur en hoogte van de WW-uitkering, ondanks de nog relatief lage werkloosheid. Maar er zijn geen beleggers te vinden die denken dat dit de grote problemen van Nederland zijn.
Beleggers zullen zich vooral zorgen maken over de ontkenning van problemen. Hier doet Rutte niet onder voor mediterrane voorbeelden. Allereerst ontkent het kabinet dat de kosten van de zorg onbeheersbaar zijn gebleken. Jaar in, jaar uit zijn er tegenvallers in de zorg die - zo meldt de Rekenkamer - pas na vele jaren opduiken. Het kabinet neemt een gok door juist op dit moment veel meer prijzen aan marktwerking over te laten. Marktwerking draagt niet bij aan beheersbare kosten.
Daarnaast ontkent het kabinet dat de hypotheekschulden een probleem voor de economische en financiële stabiliteit zijn, ondanks duidelijke waarschuwingen van de toezichthouders AFM en DNB. Sterker nog, het kabinet lijkt het standpunt te huldigen dat praten tot problemen leidt. Het wordt tijd dat het kabinet-Rutte de berlusconeske houding laat varen. Het moet de problemen van onbeheersbare zorgkosten en overmatige hypotheekschulden niet langer ontkennen. Als beleggers en markten daartoe dwingen, is het te laat: dan moet ook Nederland zoeken naar een technocraat die we niet willen en die we misschien niet eens hebben.