Berlusconi wás Italië

ER IS NOG net geen polonaise gedanst in de Europese hoofdsteden, maar de vreugde onder Europese regeringsleiders om het aftreden van hun Italiaanse collega Silvio Berlusconi is ongekend groot. Deze zelfbenoemde ‘Jezus Christus van de politiek’ stond eerder bekend als de Vieze Man van Europa, een clown van de onzedelijke en smakeloze soort. Dat label had Berlusconi natuurlijk dubbel en dwars verdiend. Maar Italië, het land dat hij zeventien jaar heeft gedomineerd, was de ochtend na zijn aftreden hetzelfde land als daarvoor.
Italië wordt afgerekend op problemen die Berlusconi in de meeste gevallen heeft genegeerd, die hij soms heeft verergerd, maar waarvan hij alleen een fractie zelf heeft veroorzaakt. Generaties politici en bestuurders hebben Italië opgezadeld met een publiek systeem dat een van de rijkste landen van Europa synoniem heeft gemaakt met incompetentie, zelfverrijking, opgewekt cynisme en stagnatie. Er zijn maar twee landen ter wereld die een hogere schuld hebben dan Italië - niet het resultaat van zeventien jaar Berlusconi, maar van ruim een halve eeuw nationale politiek die in het teken stond van cliëntelisme, deelbelangen en een onvoorstelbaar onvermogen tot samenwerking over partijgrenzen heen. Er zijn in Rome weinig tekenen van dat die vorm van politiek bedrijven met het vertrek van Berlusconi voorbij is.
Het moet Berlusconi nagegeven worden: hij zal ook worden gemist. Voor wie politiek ziet als vorm van theater, is Berlusconi de onbetwiste sterspeler; menige macho binnen en buiten Italië smulde van hoe dit alfa-mannetje schmierend wegkwam met een van de grootste en openlijkste kapingen ooit - van een heel land! Helaas is politiek geen theater en geen wedstrijd wie met de grootste kaping wegkomt. Het is al erg genoeg dat zo veel mensen - Italianen vooral - kennelijk menen dat het cynisme en eigenbelang dat Berlusconi belichaamde er nu eenmaal bij hoort in de politiek, of eigenlijk politiek ís. Welke vorm het ook gekregen heeft, politiek draait om landsbestuur en in het geval van de Zuid-Europese landen hangt het lot van tientallen of misschien honderden miljoenen mensen af van hoe de nationale problemen worden aangepakt. Daar hoort integriteit van bestuur bij. En bij de vernietiging daarvan in Italië draagt Berlusconi wél een hoofdverantwoordelijkheid, met de overheid die hij plooide naar de belangen van zijn bedrijf Mediaset en het voorbeeld dat hij gaf van belastingontduiking en zelfbediening uit de nationale ruif. En er hoort waardigheid bij - niet een premier die berucht wordt om zijn maffiastijl-seksfeestjes, het vervoeren van minderjarige meisjes en drugs in zijn dienstvliegtuig en al die andere schandalen. 'Ik ben nooit veroordeeld’, was altijd Berlusconi’s verweer, maar als je de rechtsstaat daarvoor om zeep helpt is dat niet echt een excuus. Met Berlusconi aan het roer kon Italië simpelweg niet meer verder. Maar zijn eigen adagium - dat hij Italië wás - dat biedt genoeg zorgen voor de toekomst.