Nederland: broedplaats voor belastingontwijking

Bermuda aan de Noordzee

Nederland vormt een schakel in het netwerk van fiscale vrijplaatsen, net als de Kaaimaneilanden. Het schaduwbankieren vormt een serieus risico voor de stabiliteit van het financiële systeem.

ALLEEN de Kaaimaneilanden en Luxemburg scoren nog hoger. Maar na die twee is Nederland wereldwijd verreweg de grootste ontvanger van zogeheten portfolio-investeringen: geld waar het management van een bedrijf geen controle over heeft. En dus, met nog een paar andere indicatoren erbij, is Nederland volgens de definitie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een vooraanstaand offshore financial centre. Hoe zit dat?
Met een aandeel van 1,2 procent in de wereldeconomie ontvangt Nederland achttien procent van alle directe investeringen. Die investeringen stromen voor meer dan 75 procent direct weer het land uit. Bovendien scoort Nederland extreem hoog in de lijstjes voor interbancaire leningen en stromen er continu enorme bedragen kapitaal Nederland in en uit. De Nederlandsche Bank schat het totaal op jaarlijks 18.000 miljard euro, bijna dertig keer het nationaal inkomen. Die omvang staat totaal niet in verhouding met de economie. Oftewel: Nederland fungeert als financiële draaischijf voor buitenlandse multinationals en financiële instellingen. Nederland is een schakel in het netwerk van fiscale vrijplaatsen.
Fiscale vrijplaatsen zijn knooppunten in een wereldwijd netwerk van financiële centra. Ze stellen multinationale bedrijven in staat om belasting te ontwijken en maken het zogenaamde schaduwbankieren mogelijk. Bedrijven verspreiden dochters over verschillende landsgrenzen en verplaatsen het hoofdkantoor op papier naar een andere plek, met behulp van een brievenbusonderneming. Zo kunnen omzetcijfers, kosten, winst en schulden worden gemanipuleerd. In het huidige debat over de chaos op de financiële markten wordt onvoldoende gekeken naar die vrijplaatsen en het schaduwbankieren. Ten onrechte, omdat grote bedrijven door slim gebruik te maken van de mogelijkheden in Liechtenstein of Luxemburg geen belasting betalen en dus niet of nauwelijks bijdragen aan de oplossing van de schuldencrisis.
Volgens het stelsel van Amerikaanse centrale banken (de Fed) en het IMF zijn die fiscale vrijplaatsen een serieus risico voor de stabiliteit van het financiële systeem. De Amerikaanse fiscus loopt jaarlijks vele tientallen miljarden dollars mis en het Amerikaanse Congres heeft in toenemende mate aandacht voor de belastingontwijking door Amerikaanse multinationals. En laat nu juist Nederland momenteel de grootste bestemming van directe investeringen voor de Verenigde Staten zijn. Van de 521 miljard dollar aan directe investeringen vanuit de VS naar Nederland gaat ruim 73 procent naar holdings - een indicatie dat Nederlandse brievenbusondernemingen een centrale rol spelen in fiscale sluiproutes van Amerikaanse multinationale bedrijven. Duitsland, een land met een economie die ruim vier keer groter is dan de Nederlandse, heeft directe investeringen uit de VS ter grootte van 106 miljard dollar waarvan 32 procent in holdings. Eigenlijk is de situatie in Nederland alleen vergelijkbaar met Bermuda en Luxemburg.
Deze surrealistische kapitaalstromen die zonder verdere binding met de rest van de economie door Nederland gaan, hebben wel een prijs. Onder druk van de schuldencrisis is het vizier nu gericht op het afbetalen van de staatsschuld. Maar terwijl historische bezuinigingsrondes in het ene na het andere land volgen, en de pleinen vol lopen met demonstranten, ontlopen de grootste bedrijven hun fiscale verplichtingen. Dit gedrag ondermijnt niet alleen de legitimiteit van de fiscus en democratische instituties, maar leidt ook tot perverse prikkels die de economische ontwikkeling in het hart raken. Het zijn de free riders die winst halen en de rest laten opdraaien voor de kosten. Het midden- en kleinbedrijf, dat zeventig procent van de private werkgelegenheid vertegenwoordigt in Nederland en grotere bedrijven die geen internationale vertakkingen hebben en niet mobiel zijn, kunnen niet in dezelfde mate aan de fiscus ontkomen. Deze bedrijven, maar natuurlijk vooral de werknemers, moeten zo de rekening betalen. Het is dus oneerlijke concurrentie omdat niet iedereen een even grote hufter kan zijn, ook al zouden ze misschien wel willen.
Maar niet alleen voor ontwikkelde economieën is het een probleem, ook voor ontwikkelingslanden zijn de fiscale vrijplaatsen ronduit desastreus. Hun verlies aan belastingopbrengsten wordt geraamd op 160 miljard per jaar, terwijl er jaarlijks naar schatting honderd miljard aan ontwikkelingsgeld wordt uitgegeven. Hoe zou het Nederland zijn vergaan als de gasvoorraad in Slochteren niet door een publiek-private samenwerking was geëxploiteerd, zoals nu, waarbij de staat een gegarandeerd inkomen had, maar door een buitenlandse multinational die hier vrijwel geen belasting betaalde omdat het de investeringen via een brievenbusonderneming in een derde land liet lopen waar Nederland toevallig verdragen mee heeft?

FEIT IS dat multinationale ondernemingen wereldwijd de laatste twintig jaar op een steeds grotere schaal aan hun belastingverplichtingen zijn ontkomen. Dit komt aan de ene kant omdat meer bedrijven het doen, maar ook omdat bestaande multinationale bedrijven sterk zijn gegroeid en meer internationaal vertakt zijn, als gevolg van fusies en overnames. De fiscale vrijplaatsen bestaan formeel al sinds de jaren vijftig, maar het gebruik van de mogelijkheden heeft rond de millenniumwisseling een enorme vlucht genomen. Dat blijkt onder andere uit de geldstromen door Nederland. De Nederlandsche Bank becijferde dat de ingaande en uitgaande directe investeringen door Nederlandse brievenbusondernemingen, ook wel eufemistisch ‘bijzondere financiële instellingen’ genoemd, van 800 miljard euro in 1996 stegen naar 1500 miljard in 1999 en vervolgens naar 4500 miljard in 2001.
Het netwerk van fiscale vrijplaatsen en trustkantoren groeit mee, en er ontstaat een broedplaats voor het schaduwbankieren - een breed begrip voor een bonte verzameling van financiële spelers die buiten de regelstellende kaders van nationale instanties financiële diensten verleent. Dit neemt een enorme vlucht. Volgens cijfers van de Fed blijkt dat de omvang van het krediet dat is verleend door schaduwbankieren in de VS in 1995 met 4000 miljard dollar gelijk was aan het reguliere bankieren. Daarna nam de schulduitgifte in het circuit van schaduwbankieren toe tot bijna 20.000 miljard dollar in 2008, tegenover 12.000 miljard door reguliere banken.
De grensoverschrijdend opererende dienstverleners maken gebruik van aparte juridische entiteiten die los van de moederbedrijven, meestal grote investeringsbanken, opereren. Deze special purpose entities (SPE’s) zijn ideaal om in andere landen te vestigen, ver van de daadwerkelijke financiële transacties. En elke fiscale vrijplaats heeft zo zijn voor- en nadelen. Zo zijn de Kaaimaneilanden de favoriete vrijplaats van hedgefondsen, die natuurlijk fysiek in New York en Londen zijn gevestigd. En het trustbedrijf van ABN Amro, dat gevestigd was in de Amsterdamse Bijlmer, liet in zijn jaarverslag van 2003 weten de tweede grootste trustee in de wereld te zijn voor verpakte leningen (CDO’s). SEO Economisch Onderzoek (Universiteit van Amsterdam) becijferde dat twaalf procent van de totale omzet van trustkantoren in Nederland gerelateerd was aan deze activiteiten.
Hiermee is Nederland een belangrijke speler in het bredere wereldwijde netwerk van fiscale vrijplaatsen. Dit netwerk bestaat uit verschillende locaties met ieder een eigen functie en specialisatie. Aan het ene uiteinde staan de traditionele belastingparadijzen, zoals de Kaaimaneilanden, de Nederlandse Antillen en Bermuda. Deze plekken hebben de functie van eindstation voor de kapitaalstromen, omdat ze worden gekenmerkt door geheimhouding en zeer lage belastingen. Nederland behoort tot een groep van tussenliggende landen waar het kapitaal doorheen stroomt, en waar schulden worden uitgegeven. Deze groep van landen, waaronder ook Ierland, Luxemburg en Zwitserland vallen, is eigenlijk de toegangspoort die door zijn respectabele overkomen bijzonder geschikt is om formeel in gevestigd te zijn.
Aan het andere uiteinde van de keten staan de grote financiële centra, New York en Londen. Deze locaties zijn niet van belang voor de multinationale bedrijven die hun belastingverplichtingen via bijvoorbeeld Nederland ontwijken, maar zijn cruciaal voor het schaduwbankieren. Deze locaties zijn de laboratoria voor financiële innovatie en vormen de uiteindelijke marktplaats waar vraag en aanbod bij elkaar komen. Tussenhandelaars als hedgefondsen en andere vermogensbeheerders zijn hier geconcentreerd, net als de adviesbureaus voor de uiteindelijke kopers, de institutionele beleggers.
Het probleem van dit parallelle financiële universum is dat het vrijwel onmogelijk wordt de reguliere markt te beheersen. Het biedt financiële instellingen de mogelijkheid om buiten de bestaande kaders om te opereren. En nieuwe regels, zoals grotere liquiditeitseisen aan banken bijvoorbeeld, kunnen leiden tot een nog grotere vlucht van banken uit het reguliere circuit.
De huidige discussie over het herreguleren van markten gaat voorbij aan het bestaan van een dergelijk rioolsysteem dat verschillende nationale financiële systemen met elkaar verbindt. Dit netwerk - dat buiten de aandacht van de pers, de politiek en het brede publiek - het juridische en fiscale werkpaard van financiële instellingen is, is een uitwijkroute geworden. Door de focus te leggen op nationale kaders, bestaat het gevaar dat nog meer financiële instellingen het ongereguleerde systeem verkiezen.
De politieke discussie over hervorming van de financiële sector wordt zo steeds symbolischer. Eerst moet de uitwijkroute gesloten worden alvorens nieuwe regelgeving effectief ingevoerd kan worden. Anders groeit het schaduwbankieren alleen maar verder en wordt een vorm van schijnzekerheid gecreëerd. Dat moet vermeden worden. Zeker nu te midden van een politiek complexe financiële crisis en een wachtkamer vol mogelijke systeemcrises - variërend van de schaarste van grondstoffen, klimaatverandering en de geopolitieke consequenties van de opkomst van China - de financiële markten onder controle gebracht moeten worden.


Rodrigo Fernandez is associate researcher bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen en als financieel geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam