Appeltjes van Oranje

Bernhard en de CIA

Langzaam maar zeker komt Nederland nogmaals in de ban van Greet Hofmans. En deze keer heeft ze het tij mee. Waar de helderhorende mystica uit Amsterdam in de jaren vijftig samen met haar lotgenote konigin Juliana het slachtoffer werd van een heksenproces achter gesloten deuren (te weten het nog steeds ultra-geheime onderzoek van de commissie van drie wijze mannen onder leiding van oud-premier Beel), is zij nu postuum hard op weg naar totale rehabilitatie. Een belangrijke stap vond vorige week donderdag plaats in Felix Meritis in Amsterdam, waar het symposium «Greet Hofmans: adviseur achter de troon?» al snel transformeerde in een opvallende demonstratie tegen de politieke macht van prins Bernhard.

De enige spreker op het Greet Hofmans-symposium die nog ouderwets fel van leer trok tegen het fenomeen Greet Hofmans, was H.J.A. Hofland, die in de jaren zeventig in zijn bundel Tegels lichten een eerste poging deed de zogeheten Greet Hofmans-affaire te doorgronden. Hofland ziet Greet Hofmans nog altijd als een Nederlandse Raspoetin, zo bleek uit zijn voordracht. De mysterieuze «doorgevingen» waarmee Hofmans in de jaren vijftig uitgroeide tot een door talloze hoogwaardigheidsbekleders geconsulteerd staatsorakel, zijn volgens Hofland op zijn minst te beschouwen als potentieel gevaarlijke uitingen van het irrationele, ja, zelfs van «kwakzalverij».

Hofland op zijn beurt werd fel geattaqueerd door prof. dr. G. Quispel, de eminente kenner van de Gnosis van de Universiteit van Utrecht. Quispel kwam in de jaren vijftig als vriend van Juliana in contact met Greet Hofmans en was direct diep onder de indruk van het «hoogstaande» karakter van deze «bijzondere vrouw», wier mediamieke talenten volgens hem zijn te vergelijken met de zogeheten channeling-technieken die tegenwoordig in zwang zijn in het New Age-circuit. Quispel vergeleek de campagne tegen de Hofmans-groep met de kruistochten tegen de katharen in Zuid-Frankrijk. Hij bestreed de opvatting dat Juliana in die periode in de ban was van Greet Hofmans. Volgens hem was het eerder andersom: Greet Hofmans raakte via Juliana op de hoogte van de Derde Weg-opvattingen op grond waarvan Juliana in die tijd als een poten tieel fellow traveller van het communisme werd gezien door Bernhard en zijn vrienden van de CIA. Quispel was dan ook bijzonder ongelukkig met het grote docudrama dat Hofland enige jaren geleden voor de VPRO-televisie maakte over de Greet Hofmans-affaire. Volgens Quispel bestond dat programma feitelijk uit «Bernhard-propaganda».

Ook journalist Friso Endt, indertijd een van de gangmakers van de affaire, bleek het in zijn voordracht vooral op Bernhard te hebben gemunt. Endt gaat ervan uit dat de prins zijn campagne tegen zijn eigen echtgenote en haar adviseuse vooral voerde op instigatie van de CIA, met wiens directeur Allen Dulles hij innig was bevriend. Endt gaat er zelfs van uit dat Bernhard op de pay roll van de Amerikaanse inlichtingendienst heeft gestaan. Het doel van de publicitaire oorlog tegen Juliana en Hofmans was de voortijdige abdicatie van Juliana als koningin der Nederlanden, aldus Endt, die ervan overtuigd is dat het inderdaad de bedoeling van Bernhard moet zijn geweest Juliana als psychiatrisch patiënt te laten opnemen in de Sint Ursula-kliniek, omdat zij door Greet Hofmans zou zijn «gebrainwashed». In dat geval zou Beatrix, toen zeventien jaar oud, op de troon zijn gekomen, met Bernhard als regent. Juliana’s toenmalige privé-secretaris baron Walraven van Heeckeren vertelde Endt indertijd dat Beatrix inderdaad met haar vader in de kongsi zat die Juliana in de Ursula-kliniek wilde opbergen. Volgens Walraven had ze op school tegen schoolvriendinnen gezegd: «Mijn moeder is krankzinnig en nu word ik koningin.»

Een en ander verklaart waarom Beatrix het nog steeds verbiedt dat het Greet Hofmans-onderzoek van Beel wordt vrijgegeven voor historische studie. Een poging van Beel-biograaf Lambert Giebels om het rapport te achterhalen, kreeg opvallend genoeg steun van prins Bernhard, maar uiteindelijk hield «een hogere autoriteit» het tegen.