Bernhard geeft Ross vleugels

Vlak voor zijn dood in 2004 haalde prins Bernhard scherp uit naar thrillerschrijver Tomas Ross. De trilogie Voor Koningin & Vaderland die Ross onlangs voltooide, kan worden gelezen als zijn weerwoord.

Tomas Ross
Voor Koningin & Vaderland (trilogie)
De Bezige Bij: De dubbelganger, 415 blz., € 18,90; De Anjercode, 367 blz., € 18,50; King Kong, 465 blz., € 18,50 (in april verschijnen deze boeken in een goedkope heruitgave)

Het schijnt dat Tomas Ross zelf met gemengde gevoelens terugkijkt op zijn opus magnum Voor Koningin & Vaderland, zijn trilogie over de Tweede Wereldoorlog, die met de recente verschijning van King Kong is gecompleteerd. In interviews maakt Ross melding van ‘weinig positieve reacties’ vanuit het voormalige Nederlandse verzet en laat hij weten mede op verzoek van zijn eigen familie voortaan te willen afzien van behandeling van de nog altijd explosieve materie van de Tweede Wereldoorlog. In plaats daarvan zou hij zich willen richten op de belevenissen van Mata Hari, een wereldoorlogje verder en daarom wellicht met wat minder taboes omgeven. Ook geeft de auteur aan het te betreuren dat hij een mogelijk uiterst lucratief idee voor een Da Vinci Code-_achtig boek – nog voordat Dan Brown ermee aan de haal ging – had laten varen voor de belevenissen van Engelandvaarder en geheim agent Daan Kist, de held van de drie vuistdikke delen waaruit _Voor Koningin & Vaderland bestaat.
Het is kortom de hoogste tijd de auteur de verschuldigde lof toe te zwaaien. Want in De dubbelganger, De Anjercode en King Kong, de drie delen van de Voor Koningin & Vaderland-_serie, is Ross als nooit tevoren op dreef. Waar zijn proza voorheen soms wat aan de bordkartonnen kant was, haalt Ross in deze trilogie alles uit de kast. De actie is stomend, de spanning spettert van de pagina’s af, en geen centiliter schrijverszweet werd gespaard bij de breed gestoffeerde, filmische scènes. De lezer wordt meegenomen op een fascinerende rondleiding door de spookzolder van de moderne Nederlandse geschiedschrijving en krijgt een spoedcursus in het Englandspiel, het Verraad van Arnhem en tal van andere, nog altijd met grote taboes omgeven affaires. Een hele vracht historische personages trekt voorbij, van een zeer sardonische Winston Churchill (die Ross goed in de vingers heeft), Rudolf Hess, Martin Bormann, Allan Dulles tot – _last but not least – onze eigen prins Bernhard, die in feite de tweede hoofdrol heeft.

Zoals genoegzaam bekend schrijft Ross ‘faction’, een mengeling van fictie en historische werkelijkheid. Faction heeft als grootste gevaar dat het een nogal gratuite indruk kan maken. Omdat het geen feit en geen fictie betreft, maar een hybride mengvorm, kan faction al snel leiden tot een vlees-noch-vis-sensatie bij de lezer. Vooral wanneer de actie is gesitueerd in het zeer nabije verleden, zoals in De zesde mei, waarin Ross de moord op Pim Fortuyn ontleedde, blijft de lezer achter met hetzelfde ranzige gevoel als na een avondje rondkijken op de vele conspiracy-sites op het internet. Na lezing resteerde toch vooral de wens dat Ross zijn research had gebruikt voor een non-fictieboek in plaats van zich te verschuilen achter de windmolens van de paranoia. In Voor Koningin & Vaderland zit Ross’ faction-methode echter als gegoten. Feit en fictie zitten elkaar hier niet hinderlijk in de weg, maar versterken elkaar. Er zit een innerlijke noodzakelijkheid in verscholen.

Dat een en ander zo goed uitpakt, heeft ongetwijfeld te maken met de omstandigheid dat Ross in deze trilogie in eigen vlees snijdt. De auteur is hier meer dan de toeschouwer vanaf de zijlijn. Hij heeft een eigen belang in het toneel dat hij beschrijft. Niet voor niets is op de achterkant van King Kong een foto afgedrukt van prins Bernhard terwijl deze een onderscheiding uitreikt aan de Nederlandse verzetsman P.G. Hogendoorn, de vader van Tomas Ross, die in werkelijkheid W.J. Hogendoorn heet. Vader Hogendoorn was direct na de oorlog namens de Nederlandse Centrale Veiligheidsdienst de ondervrager van Christiaan Lindemans (1912-1946), beter bekend als King Kong, de dubbelagent die de geschiedenis inging als de hoofdverantwoordelijke voor het ‘Verraad van Arnhem’. Wat vader Hogendoorn precies aan zijn zoon heeft meegegeven aangaande King Kong (die in 1946 onder verdachte omstandigheden werd ‘gezelfmoord’) blijft in nevelen gehuld. Maar Ross wekt de suggestie dat hij meer weet dan de officiële geschiedenis vermeldt.

Een andere omstandigheid die hem extra moet hebben gemotiveerd, is dat prins Bernhard vlak voor zijn dood in 2004 scherp uithaalde naar Tomas Ross. Ross had in diverse interviews al een voorschot genomen op wat hij in Voor Koningin & Vaderland naar voren zou brengen inzake Bernhard, King Kong en het Verraad van Arnhem. Ross ging daarbij onder meer in op de mysterieuze ‘Stadhoudersbrief’, het aanbod dat Bernhard in februari 1942 zou hebben gedaan aan Adolf Hitler om Nederland namens het Duitse Rijk te besturen. Deze stadhoudersbrief is het monster van Loch Ness in de bernhardologie: diverse mensen – onder wie oud-Telegraaf-_redacteur Jan Heitink – bezweren het document met eigen ogen te hebben gezien, doch de brief is tot op heden nooit ergens in druk opgedoken. De intrige van de _Voor Koningin & Vaderland-_trilogie spitst zich mede toe op het ontstaan en de omzwervingen van dit explosieve document. Bernhard, die het bestaan van de stadhoudersbrief altijd heeft ontkend, koos vlak voor zijn overlijden voor een frontale aanval op Ross – onder meer via een open brief aan _de Volkskrant en een zelf ingelast onderzoek naar zijn eigen oorlogsverleden door zijn vertrouweling Hans van der Voet, oud-directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst. De dubbelganger, De Anjercode en King Kong kunnen worden gelezen als het antwoord op die kritiek.

Voor wie niet bekend is met de historische setting van Voor Koningin & Vaderland heeft Ross in de drie delen een verhelderend historisch nawoord opgenomen. Dat begint wanneer Rudolf Hess, vertrouweling van Reichsführer Adolf Hitler, op 10 mei 1941 in zijn Messerschmidt vanaf het vliegveld van Augsburg vertrekt voor wat hij zelf als een trainingsvlucht omschrijft. In werkelijkheid vliegt Hess naar Schotland, naar tegenwoordig in brede kring wordt aangenomen voor een geheim rendez-vous met de hertog van Hamilton en de hertog van Kent (de broer van koning George VI) aangaande vredesbesprekingen tussen Groot-Brittannië en het Derde Rijk. In dat stadium van de oorlog – Hitlers aanval op de Sovjet-Unie, operatie Barbarossa, staat voor de deur – geven met name de Britse ‘royals’ geen cent voor de overlevingskansen van Churchill tegen de Duitse annexatiedrift. Engeland kan twee vliegen in één klap slaan: een akkoord met Hitler geeft de laatste rugdekking voor zijn opmars tegen Stalin, voor wie de Britse hofhouding veel meer bevreesd is dan voor de nazi’s, en bombardementen van de Luftwaffe zullen Londen voortaan bespaard blijven. Ook speelt mee dat de Windsors een ‘soft spot’ hebben voor het nazi-regime: ex-koning Edward VIII, in 1937 ten gunste van zijn broer George VI afgetreden vanwege zijn scandaleuze huwelijk met de Amerikaanse Wallis Simpson, is net als zijn echtgenote een fan van het eerste uur van het Hitler-regime en keert kort na zijn troonsafstand zelfs opgetogen terug van een reis door Hitler-Duitsland, na onder meer een bezoek te hebben gebracht aan een SS-opleidingscentrum en een model-concentratiekamp.

Zoals bekend stortte het vliegtuig van Rudolf Hess neer en werd hijzelf op last van Churchill opgesloten. In de jaren die volgden bleef de geheime missie van Hess een van de grootste raadsels van de Tweede Wereldoorlog. Hess werd na de oorlog veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf in de Berlijnse Spandau-gevangenis (waar hij in 1987 stierf). Velen twijfelen er echter aan of degene die in Spandau verbleef wel de echte Hess was. Een Britse arts in Spandau kwam tot de slotsom dat het moest gaan om een dubbelganger, omdat de gevangene bij onderzoek niet bleek te beschikken over de littekens op de rug die de echte Hess had overgehouden aan de Eerste Wereldoorlog. Eerder had oppernazi Goering tijdens het proces van Neurenberg laten weten dat hij niet geloofde dat degene die in Spandau voor Rudolf Hess doorging de echte was.

In Voor Koningin & Vaderland is dit het vertrekpunt voor een adembenemende oorlogsthriller. De centrale these is dat prins Bernhard tot over zijn oren betrokken was in het spel, met als inzet een Brits-Nederlands pact met nazi-Duitsland. Geheel roekeloos is die stelling niet, want diverse Britse historische bronnen bevestigen dat Bernhard zeer goede relaties had met de Duke of Hamilton en de Duke of Kent, de twee Britse hoofdrolspelers in deze intrige. De hertog van Kent kwam in augustus 1942 onder mysterieuze omstandigheden om het leven bij een vliegtuigongeluk, dat in scène zou zijn gezet door Winston Churchill. Een van de andere passagiers die tijdens deze nog altijd ultrageheime vlucht om het leven kwam, zou de echte Rudolf Hess zijn geweest. Een dag voor zijn fatale vlucht had de hertog van Kent op het Schotse Balmoral-paleis nog een ontmoeting met Bernhard, zoals is aangetoond door de Britse historici Lynn Pichnett, Clive Prince en Stephen Prior in hun boek Hess: Het dubbelleven van de man achter Hitler (2001).

In Voor Koningin & Vaderland is het centrale idee dat de geheime onderhandelingen met Hitler-Duitsland een essentieel onderdeel waren van het oorlogsbedrijf. Toen die oorlog in het voordeel van de geallieerden keerde, moesten de sporen ervan echter worden weggewist, hetgeen geen sinecure bleek. Aan de hand van de belevenissen van zijn held Daan Kist, een onvervalste Nederlandse 007 (wiens zwangere vrouw is omgekomen bij het bombardement op Rotterdam) schildert Ross dit dubbelspel in zeer realistische tinten. Niets is wat het lijkt in deze noodlotssage van spionage en contraspionage. Ross stelt zich overigens vriendelijk op jegens Bernhard. Het is zijn ‘vaste overtuiging’ dat ‘prins Bernhard ook toen al uit idealistische, zij het ook opportunistische motieven heeft gehandeld om zijn nieuwe vaderland, Nederland, voor erger te behoeden’, schrijft Ross in zijn nawoord.