Haibo Yu en Kiki Tianqi Yu, China’s Van Goghs

Beroemde schilderijen

Op de Groene-dag tijdens het Idfa, 20 november, worden van 10 uur ‘s ochtends tot 10 uur ’s avonds door de redactie geselecteerde documentaires vertoond - begeleid door interviews en inleidingen. China’s Van Goghs is er één van. Een Chinese kopieerkunstenaar voelt een diepe band met Van Gogh en reist af naar Amsterdam om er op zoek te gaan naar de ziel van zijn eigen werk.

Medium china s 20van 20goghs

Zo halverwege de documentaire China’s Van Goghs stelt een taxichauffeur Xiaoyong Zhao de vraag wat hij eigenlijk maakt als kunstschilder. Xiaoyong antwoordt: ‘Ik schilder beroemde schilderijen.’ Daar is geen woord van gelogen. Xiaoyong woont in Dafen, een kleurrijke nederzetting die wordt begrensd door grijze snelwegen en metrosporen die leiden naar Shenzhen, een stad met ruim tien miljoen inwoners. Begin jaren negentig vestigde een Chinese schilder met een gevolg van zo’n twintig anderen zich op deze plek, waar de lonen een stuk lager liggen dan in verderop gelegen Hongkong. De man zou een bestelling van een Amerikaans warenhuis op zak hebben gehad, voor de productie van vijftigduizend olieverfschilderijen.

In de ateliers waar de schilders – het zijn er nu duizenden – werken, maar ook eten, drinken en slapen, klinkt onafgebroken het geluid van kwasten op doek. Soms produceren ze wel zevenhonderd schilderijen per maand, veelal Van Goghs, die aan waslijnen boven hun hoofd te drogen hangen. Er komen bestellingen binnen, vaak uit Nederland, voor tweehonderd stuks Caféterras bij nacht, honderd Zonnebloemen, tweehonderd keer De sterrennacht, kunstwerken die allemaal precies op elkaar moeten lijken maar die op ieder gewenst formaat geleverd kunnen worden. De voorbeelden staan de schilders helder voor ogen maar de verf ligt in dikke klodders op het palet voor hen. Namaken is ook maken, de kleuren moeten met dezelfde zorg worden gemengd, de verf door iemands hand op het doek worden aangebracht.

Het hoge tempo van het productieproces levert aardige denkoefeningen op. Neem Xiaoyong, een begaafde maar anonieme Chinese schilder die dag in, dag uit een van de beroemdste zelfportretten ter wereld naschildert. Hij concentreert zich op de verfstreken rond de neus, kijkt of het zo klopt, ziet of het zo lijkt, maar niet op hem zelf en ook niet op Van Gogh, maar op de beeltenis die van de grote kunstenaar is overgeleverd. Ook na duizenden schilderijen heeft Xiaoyong de oorsprong van de creaties nog niet kunnen doorgronden. Waar liet Van Gogh zich door inspireren? Op een nacht verscheen de kunstenaar zelf in zijn slaap. Hij vroeg hem: ‘Xiaoyong, wat voel je als je mijn werk schildert?’ Xiaoyong antwoordde: ‘Dat ik bijna je wereld kan binnentreden.’ Hij stak zijn hand naar hem uit, maar Van Gogh was al verdwenen.

De documentaire, van Chinese makelij, brengt de grote afstand tussen beide schilders in beeld – historisch, absoluut en cultureel. De nieuwsgierige taxichauffeur brengt Xiaoyong naar het vliegveld voor zijn eerste reis naar Nederland, filmmakers Haibo Yu en Kiki Tianqi Yu volgen hem op zijn tocht naar het Van Gogh Museum. Daar wordt de afstand tot de schilder uit zijn dromen beslecht maar lijken andere verschillen groter dan ooit. Zo is geld voor beide schilders niet gemakkelijk te verdienen, maar blijkt erkenning ook bij verkoopsucces een gevoelig punt. Een nieuwe generatie in Dafen bedacht een oplossing: naast de geijkte productielijn werken ze aan eigen interpretaties van de ‘beroemde schilderijen’. De eerste slimme schilders vinden de weg naar een nieuw publiek.


Beeld: China’s van Goghs (IDFA)