Wanneer begon hiphop? Feit is dat het tot het begin van de jaren tachtig duurde voor er hiphop-álbums verschenen, en niet alleen singles. Maar wat waren de eerste cruciale albums, die een hele generatie hebben beïnvloed? It Takes a Nation of Millions To Hold Us Back van Public Enemy (1988)? Straight Outta Compton van N.W.A, uit datzelfde jaar? Zes jaar daarna verscheen het debuut van Nas, Illmatic, een van de beste hiphop-albums aller tijden. Rijk in taal, rijk in ideeën, rijk in muziekhistorisch besef. Spetterende jazzinvloeden, een jonge man die poëzie maakt van het beschrijven van zijn leven, en in steen gebeitelde oneliners: ‘Life’s a bitch and then you die.’

Generatiegenoten die in de jaren negentig al overleden (The Notorious B.I.G. uit 1972, 2Pac uit 1971) werden mythes, iconische poster- en shirtafbeeldingen. Nas werd nooit zo groot als zijn generatiegenoten Jay-Z (1969) en Eminem (1972), die tot stadionartiesten uitgroeiden, en dat nog steeds zijn. Maar net als die twee bleef hij productief, relevant, op zoek naar nieuwe invloeden en thema’s. En al wisselde het resultaat, nooit verwerd hij tot een schim van zichzelf, of een legende die zijn eigen status niet meer kon dragen. Sowieso bleef hij live altijd op dezelfde eenzame hoogte staan: charisma valt nauwelijks aan te leren, talent evenmin. En zo bleef Nas in een muziekwereld waarin de omloopsnelheid omhoog ging – waarin hiphop weliswaar van de underground de mainstream werd maar wel met een ander geluid, andere productie en andere vocalen (kom erin, autotune) – een vaste waarde in de jaren negentig, nul én tien. En verdomd, nu ook in de jaren twintig.

Want was King’s Disease vorig jaar al een opvallend sterk album, dat hem dit jaar een Grammy Award voor Best Rap Album opleverde, de opvolger King’s Disease II is niets minder dan een revelatie. Er is weinig zo opwindend als horen hoe een artiest die eigenhandig een cruciale rol in een genre heeft gespeeld 27 jaar later met zoveel energie en vitaliteit weer klinkt naar zijn heilige vuur. The King’s Disease II is Nas’ Time Out of Mind, zijn The Rising. Neem alleen al Death Row East, waarin verhalenverteller Nas de dood van 2Pac memoreert tegen de achtergrond van alle strijd in de hiphop-scene van die tijd, en de poging daar een eind aan te maken. Of EMPD2, met pioniers EMPD, waarin de referenties over elkaar buitelen, van de beroemde vlieg op Mike Pence’s hoofd tot de spaghetti uit Eminems Lose Yourself. Diezelfde Eminem doet ook mee, met een bevlogen, razendsnelle ‘shout to the golden age of hip-hop’, die tegelijk een grafschrift is: hij bladert ook door de recente necrologieën van hiphoppers, en dat is een bedroevend dik pak.

Nas is zich bewust van zijn eigen erfenis en speelt daarmee: alleen al een zelfreferentie als ‘the world is yours’ is voldoende om deuren van oude tijden weer op een kier te zetten. Niet voor niets noemt hij Bono en Mick Jagger: ook Nas wil al bij leven een standbeeld zijn, geëerd en opgepoetst. Terecht. Hij richt er ook een op: in Nobody krijgt Lauryn Hill een glorieuze comeback.

Nas, King’s Disease II