Johannesburg

Beroep: hondenstrontschepper

Johannesburg – Bij de ingang van Emmarentiapark in Johannesburg staat een zwarte man in een oranje overall naast een schep en een plastic zak. Op zijn rug staat een boodschap in rijmvorm, die er vrij vertaald op neerkomt dat hij Richard heet en ‘ik schep de stront van uw hond, voor eten in mijn mond’. Richard heeft, kortom, een informele baan voor zichzelf gecreëerd als hondenstrontschepper in het park. Dagelijks, vertelt hij, verdient hij daar tussen de drie en zes euro mee. In het park staan metalen bakken met plastic zakjes, waarin je zelf de stront van je hond kunt deponeren, maar daar zijn de meeste Emmarentia-bezoekers te beroerd voor. Richard is een stuk makkelijker.
Het land is vol Richards, en zijn vrouwelijke tegenhanger Mable. Richard de garden boy, Mable de meid, Richard die op de auto past, Mable die het ontbijt maakt, Richard die klust, Mable die de was doet, Richard de benzinejongen, Mable die strijkt, Richard die de auto wast, Mable die de kinderen van school haalt.
Geld maakt lui. Als je als gegoede student in een studentenflat verblijft krijg je drie keer per dag een maaltijd geserveerd, en komt Mable je kamer schoonmaken. Bij de benzinepomp hoef je niet zelf de slang ter hand te nemen. Richard doet dat voor je, en maakt ook je voor- en achterruit schoon en controleert water- en oliepeil. Bij de supermarkt staat bij iedere kassa een Mable die je spullen voor je in een plastic zakje doet. En nog steeds zie je dat oude clichéplaatje uit de apartheidstijd met een dozijn Richards die hard graven en scheppen, gadegeslagen door een omvangrijke blanke voorman in korte broek, die schreeuwend aanwijzingen geeft.
Dit land met een werkeloosheidspercentage dat tussen de 25 en veertig ligt (afhankelijk van wat je onder ‘werk’ verstaat) heeft een eindeloos reservoir Richards en Mables, niet alleen Zuid-Afrikanen, maar ook Zimbabwanen, Malawi’s, Mozambikanen. Vroeger was het vooral blank dat een paar Richards en Mables in dienst had, maar tegenwoordig maakt iedereen, blank, zwart, gekleurd en Indiër, er gretig gebruik van.
Er is maar één plek in het land waar het bewust anders is. In het idealistische, puur blanke dorp Orania vindt men dat al die Richards en Mables luiheid in de hand werken. Daar meent men dat die afhankelijkheid van goedkope zwarte arbeid de Afrikaner fataal is geworden, dat ze de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid die Het Volk zijn weerbaarheid gaven heeft ondermijnd. In Orania is het verboden om goedkope zwarte arbeid te gebruiken. En dat heeft zo zijn consequenties: de bevolking is nog steeds de duizend niet gepasseerd, en het verloop is groot. Ja, die lewe is maar swaar zonder een Richard die de tuin doet en een Mable die schoonmaakt.