IN INTIEME KRING

Beroepsklootzakken

ANNEMIEKE HENDRIKS
IN INTIEME KRING: DE 85 ROEMRUCHTE JAREN VAN KUNSTENAARSSOCIËTEIT DE KRING ONTHULD
Nieuw Amsterdam, 208 blz., € 17,50

Wat hebben Wim Sonneveld, Freddy Heineken, Jan Cremer, Louis van Gasteren en Bram Moszkowicz gemeen? Allen werden zij ooit geweigerd in de vermaarde Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring. Waarom zij geweigerd werden bleef meestal duister, maar wie het boek van Annemieke Hendriks heeft gelezen vraagt zich vooral af waarom zo veel mensen zo graag lid wilden worden van De Kring.

Het beeld dat Hendriks schetst is vermakelijk en ontluisterend. Ze prikt de mythe door van De Kring als epicentrum van culturele en politieke omwentelingen. Tegenwoordig melden zich weliswaar veel amateurs aan die graag ‘iets aan kunst willen doen’, maar in het verleden hielden de leden zich juist op De Kring niet met kunst bezig. Ze kwamen er ter ontspanning en wilden er ongecompliceerd zuipen en zeiken. Er kwamen vooral veel kunstenaars op hun retour of zij die eeuwig ‘veelbelovend’ bleven. Zo schetst Hendriks de dichter Halbo C. Kool als ‘een onhandige, logge, zwaarmoedige man met een paar mislukte huwelijken, die te veel dronk en zijn ongemak overschreeuwde. Dit is onmiskenbaar een mannensoort dat nogal naar De Kring trekt.’

In plaats van met het smeden van plannen of het schrijven van vlammende manifesten sloegen de Kringleden hun tijd stuk met sjoelen, scrabbelen en verkleedfeestjes. Ook van de mythe van onverschrokken verzetshaard tijdens de Duitse bezetting laat Hendriks geen spaan heel. Kringleden mochten graag afgeven op concurrent Arti, die was toegetreden tot de Kultuurkamer. Maar ook De Kring bleef gedurende de bezetting open en bovendien mocht de sociëteit niet eens lid worden van de Kultuurkamer omdat de Duitsers haar zagen als een amateurclub. Van de reputatie als bruggenhoofd van de seksuele revolutie blijft evenmin veel over en van Mimi Koks onthulling dat Marcel van Dam tijdens een one night stand zijn sokken aan hield word je tamelijk somber.

Het is loeren door het sleutelgat. Dat is eigenlijk een onbetamelijk maar tevens verleidelijk tijdverdrijf, dat je in dit geval echter doet beseffen dat het weinig zin heeft hoog op te kijken naar de zelfbenoemde fine fleur van het hoofdstedelijke cultuurleven. Tegenwoordig worden de kunstenaars en intellectuelen overigens steeds meer verdrongen door snelle types uit het zakenleven of de tv-wereld. Het is de vraag of dat erg is. Zouden er onder de huidige leden veel lieden zijn die zich even onbeschoft gedragen als beroepsklootzak Jan Hein Donner of Rijk de Gooyer, die een joods vrouwelijk lid ooit vroeg of ze niet zo te koop wilde lopen met ‘dat telefoonnummer’ op haar arm?