Bert Nienhuis

‘Het zijn bijna altijd interessante mensen die ik fotografeer. Ontzettend aangenaam om in hun buurt te zijn, met ze te praten, iets van hun gedachten te vernemen, over van alles en nog wat met ze te praten. Zo aangenaam dat ik vaak genoeg denk, Bert, jongen denk eraan, je moet ook nog een foto maken.’

Bert Nienhuis over zijn portretfoto’s, opgetekend door Gerard van Westerloo in het boek Foto Bert Nienhuis.

Hoe dit in zijn werk gaat, is mooi te zien op een aantal foto’s in de tentoonstelling: Over ouder worden en liefde. Bij voorbeeld in de foto’s van Frans Weisz met Regina van Gelderen. Ze zitten aan een mooi gedekte tafel. Een schaaltje asperges, een kom aardappels, een pepermolen, een karaf water en drie glazen wijn. Op de voorgrond staat een derde bord. Dat moet wel van Nienhuis zijn. Hij is kennelijk opgestaan om er een serie foto’s van te maken. Op de eerste foto eten de geportretteerden, op de tweede foto zeggen ze iets tegen elkaar, op de derde foto heeft zij zich half van tafel gedraaid en zit iets op haar laptop te tikken, hij bedient met zijn rechter wijsvinger zijn smartphone. Inmiddels zijn de borden met de asperges vervangen door borden met een stuk taart, en hebben de wijnglazen plaats gemaakt voor koffiekoppen.

Bert Nienhuis maakt tijdelijk, al pratend, deel uit van de omgeving waar hij fotografeert. Hij hecht groot belang aan die omgeving. Zijn portretkunst zet de traditie voort van het renaissanceportret: het individu in een houding die hem typeert, met op de achtergrond het landschap dat iets over hem vertelt.

In 1978 werd Nienhuis door Max Pam in De Revisor geïnterviewd over een aantal foto’s. Bij een van de foto’s zegt hij: ‘Deze man, die niet onaardig was, ging precies zitten waar ik hem wilde hebben. Er is een grote overeenkomst tussen hoe hij eruit ziet en hoe hij is.’ Bij een andere foto: ‘De omgeving vertelt zeer vaak het verhaal.’

Het is de tautologie van een goed portret: de geportretteerde ziet eruit zoals hij is. En dat wordt ondersteund door de achtergrond. In deze bijzondere tentoonstelling zie je de geportretteerden meestal alleen, twintig, dertig jaar geleden in zwart-wit gefotografeerd voor een publicatie, en daarnaast zie je ze nu of vorig jaar gefotografeerd, in kleur, met hun geliefde. Een serie van Remco Campert met Deborah Wolf aan het scrabbelen, Gerard en Erica Stigter met een kroket bij de Febo, Adelheid Roosen met Titus Muizelaar thuis op de bank.

Door de grote hoeveelheid waarin deze foto’s zijn opgehangen, krijg je iets anders te zien dan wanneer je alleen een los portret bekijkt. Anders dan fotografen die drie portretfoto’s maken waarvan er een precies goed is, maakt Nienhuis per sessie heel veel foto’s. In een gesprek met Jan Joris Lamers noemt Nienhuis zichzelf een veel-fotograaf. De foto’s die hij voor deze tentoonstelling heeft uitgekozen tonen varianten: per personage niet een volmaakt portret maar een hele reeks, bijna als stills uit een film. Lamers zag in Nienhuis’ fotografie een overeenkomst met zijn toneelwerk: ‘Eigenlijk denk ik dat wat jij doet ook een beetje lijkt op wat wij doen, namelijk dat je een voorstel doet in plaats van dat je iets definitiefs laat zien.’ En die series portretten laten samen iets zien waarin de geportreteerden overeenkomen: het ouder worden en de liefde.

Het frappeerde me hoe moeilijk ik kon uitmaken wat het verschil was tussen de gezichten van tientallen jaren geleden en die van nu. Ja, de mensen zijn ouder geworden, duidelijk, maar ze zijn ook zichzelf gebleven. Het grootste verschil lijkt me dat ze losser en ongedwongener zijn. Reinbert de Leeuw bijvoorbeeld: in 1984 heel streng, in 2013 schaterlachend tijdens een feestrede door Louis Andriessen. Foto’s waar je uren naar kunt kijken, en geleidelijk word je overweldigd door de treffende details. De vaart waarmee het pingpongballetje op de klaar staande Bettine Vriesekoop afkomt, het portret van Van Gogh dat Aat Veldhoen op de revers van zijn jasje heeft, de onvoorstelbare hoeveelheid stralende verf die terecht is gekomen op de muren en de grond in het atelier van Jan Cremer.

De collectie van Bert Nienhuis is net als die van een aantal andere fotografen ondergebracht bij het Maria Austria Instituut, dat in samenwerking met het Stadsarchief een groot deel van de collecties aan het digitaliseren is. Daarmee komen talloze prachtige en belangrijke foto’s ter beschikking op de website. Deze tentoonstelling is ingericht als start van dit belangrijke project.


Over ouder worden en liefde is tot en met 25 mei te zien in het Stadsarchief Amsterdam in de Vijzelstraat.