Toneel

Bertolt Brecht (3)

Toneel: Mutter Courage

BERLIJN – Het Berliner Ensemble, een door Bertolt Brecht, samen met zijn vrouw actrice Helene Weigel in 1949 opgericht gezelschap, speelt op 15 augustus Mutter Courage und ihre Kinder. Het is dan op de dag af vijftig jaar geleden dat Brecht (1898-1956) stierf. De regie is van Claus Peymann (1937), sinds 2000 directeur. Een van de vaste huisregisseurs is George Tabori (1914), nog altijd actief – hij heeft Brecht en Weigel nog persoonlijk gekend.

Cynisme is Berlijn niet vreemd. Deze beroemde Brecht-schouwburg, met zicht op de nieuwe regeringswijk am Reichstag-Ufer, wordt ook wel het Altersheim (bejaardentehuis) van het Berlijnse toneel genoemd. Het zal wel. Ik kom er graag. Misschien wel omdat rond het gebouw en de directe omgeving de tijd lijkt stilgezet. Ik wandel met een dienblad vol spotgoedkope hapjes vanuit de artiestenkantine in de kelder naar de ruwhouten tafels en banken op de stille binnenplaats. Voel me domweg gelukkig am Schiffbauerdamm – voormalig Berlin-Ost. De toneelspelers die even niet óp zijn, prakken in een portie Sauerkraut mit Bratwurst. Een intercom praat ze regelmatig bij over wanneer ze weer paraat moeten zijn. In de voorstellingen hier vechten de makers met de stilgezette tijd. Intendant Claus Peymann doet sinds zijn aantreden pogingen om Brecht op het repertoire van dit theater zijn rechtmatige plaats terug te geven. Dat lukt mondjesmaat. Zijn brutale voorganger, de in 1995 gestorven Heiner Müller, wordt hier node gemist. Peymanns ensceneringen zijn vaak braaf, politiek correct. «Brecht inszenieren ohne ihm zu kritisieren, ist Verrat» (Müller) – het lijkt geen motto van Peymann.

Aan publieke belangstelling overigens geen gebrek, het zit hier vrijwel altijd vol. Afgelopen voorjaar ging ik kijken naar Peymanns nieuwste Brecht, Mutter Courage und ihre Kinder. Dat stuk is in de loop der jaren na de Berlijnse première (1949) een cliché van zichzelf geworden. Door die eeuwige huifkar van Moeder Courage, die met allerlei spullen, voedsel en drank, en met drie kinderen achter een oorlog aan sjokt. Oorlog is voor haar: handel, niks meer en niks minder. Ze verliest haar kinderen en haar vrienden aan de oorlog. En aan het eind sjokt ze eenzaam verder. Brecht, gevraagd naar de kortste samenvatting van het stuk: «Moeder Courage leert niks.» Ze is gewetenloos in haar zoektocht naar vriendelijkheid. Typisch Brecht.

In de eerste en in de laatste seconde van de voorstelling die Peymann recentelijk van dit stuk heeft gemaakt, valt uit de nok van het toneelhuis een bloem, die recht overeind blijft staan in de toneelvloer – een hoog, rond en hellend speelvlak (ontwerp: Frank Hänig). Het viel me opnieuw op hoe intiem het toneel van het Berliner Ensemble is. Het grootse licht (ontwerp van Peymanns decorontwerper Karl-Ernst Hermann) maakt de ruimte hier groter dan ze in feite is. Wat de speelstijl betreft is de voorstelling een wedstrijd tussen Stanislawski en Brecht (eindstand: 1-1): té gedistantieerd om van romantische inleving te spreken, té geïnvolveerd voor vertoon van epische vervreemding. Moeder Courage wordt gespeeld door Carmen-Maja Antoni. Ze speelt rustig, kalm, bedachtzaam zonder één moment in haar toneelspelen be-dacht te worden. Ze lijkt op zowel Thérèse Giehse als Brechts vrouw Helene Weigel, die deze rol op de twee wereldpremières in Zürich (1948) en Berlijn (1949) speelden. Als Courage’s middelste zoon op afstand (dat betekent op het toneel: in de coulissen) wordt doodgeschoten, creëert Carmen-Maja Antoni een hommage aan Helene Weigel: net als Weigel gooit Antoni haar markante kop in een flits in haar nek, terwijl haar gezicht blijft steken in een grimas, een geluidloze, stille schreeuw. Prachtig! Ik was tot tranen toe geroerd.

En dat mócht helemaal nooit van Brecht!

Mutter Courage und ihre Kinder, Berliner Ensemble. Seizoen. Brecht Fest (vijftigjarige «Todes-Tag») van 12 augustus tot en met 3 september. www.berliner-ensemble.de