Beschaafd nationalisme

Birmingham, Groot-Brittannië, 2016 © Saskia Aukema / De Beeldunie

Wat zou een Britse auteur kunnen uitrichten in de chaos rond de Brexit, wetend dat de journalistiek jachtig is en de literatuur langzaam en reflexiever? Jonathan Coe (Birmingham, 1963) laat zijn alter ego en schrijverspersonage Benjamin Trotter daarover in Klein Engeland mijmeren in een pagina’s lange meanderende zin vol associaties. Wat te doen? Het politieke engagement omhelzen of een ‘innerlijke emigrant’ worden, dat wil zeggen een terugtrekkende beweging in jezelf en de realiteit links (of rechts) laten liggen? Misschien kan het een én het ander, suggereert Klein Engeland aan het slot.

Klein Engeland is het derde deel van een romantrilogie. Het eerste deel, De Rotters Club (2001), speelde zich af in de jaren zeventig in Birmingham, vlak voor het Thatcher-tijdperk. Benjamin Trotter hoort tot een vriendenclub op een Birminghamse eliteschool die een schoolkrant runt. Los van kalverliefde en verveling spelen autofabrieksstakingen en dodelijke ira-bomaanslagen een grote rol, met traumatische gevolgen. Het middendeel, De gesloten kring, speelt zich af in het Engeland van Tony Blair en het opportunistische ‘New’ Labour. Benjamin Trotter is dan al twintig jaar bezig met een megaschrijf- en muziekproject dat als werktitel Onrust heeft. Dat boek is nog steeds niet af in Middle England (Klein Engeland), een titel die knipoogt naar Tolkiens hobbits in In de ban van de ring maar die vooral verwijst naar de Midlands, laten we zeggen het gemiddelde Engeland rond Birmingham.

Onrust is een donderwolk boven Benjamins hoofd omdat die eindeloze roman fleuve maar geen kader en vorm krijgt en bezwijkt onder de ambities. Benjamins bedoeling is om de Europese geschiedenis sinds Engelands toetreding in 1973 tot de Europese markt te vermengen met een gedetailleerde vertelling over zijn eigen innerlijke leven sinds dat jaar, inclusief muziekfragmenten. Een leesclubje in Klein Engeland maakt korte metten met dit chaotische wangedrocht van een half miljoen woorden en reduceert zijn papierstapel tot een korte liefdesroman, die heel verrassend de longlist van de Booker Prize haalt.

Jonathan Coe voelde zich in zijn slotdeel blijkbaar gedwongen een auctoriale verteller in te zetten om zo de historische achtergrond van zijn hoofdpersonages enigszins te kunnen duiden. Buiten de op het platteland rentenierende Benjamin – gematigd, twijfelaar, niet-stemmer – zijn dat zijn nichtje Sophie, een academische kunsthistorica, en zijn schoolvriend Doug Anderton, een bekende linkse columnist. Door die veelwetende verteller krijgt de roman iets conventioneels en traags én onvolledigs, want de verteller informeert de lezer slechts mondjesmaat zodat de achtergrond van de personages en hun trauma’s zwak belicht blijven.

Klein Engeland is een pleidooi voor de open geest en de twijfel

Sophie krijgt een plek in de roman omdat zij een snelheidsovertreding begaat, waardoor ze kennismaakt met ‘verkeersopvoeder’ en keurige doorsnee-Brit Ian, wiens moeder Helena een sluimerende vreemdelingenhaat koestert. Doug werkte al mee aan Benjamins schoolkrantje en heeft nu als krantenman contacten met de ‘deep throat’ van de Conservatieve leider David Cameron, de man die het EU-referendum beloofde, met alle gevolgen van dien. Zijn dochter Coriander vertegenwoordigt de radicale Corbyn-tak en deinst niet terug voor verraad uit naam van politiek. In wezen zijn Sophie/Ian en Doug/Coriander literaire lanceerbases voor de twee thema’s die Klein Engeland beheersen: de terreur van politieke correctheid en alledaags en rauw racisme. Een van de romanmotto’s rept van ‘beschaafd nationalisme’ en ik geloof ook wel dat zoiets bestaat. Niet voor niets wijdt Coe maar liefst tien pagina’s aan de spectaculaire openingsshow van de Londense Olympische Spelen in 2012. Niet alleen de maatschappelijke en muzikale hoogtepunten uit de Britse geschiedenis passeerden daarin de revue, ook de Britse humor mocht meedoen in de gedaanten van Mr. Bean en koningin Elizabeth in gezelschap van James Bond.

Tegenover dat beschaafde nationalisme vol zelfironie zet Coe de moord op Labour-parlementariër Jo Cox, het bekrompen nationalisme: blinde vreemdelingenhaat, racisme en ‘splendid isolation’ als hét antwoord op de EU. Het knappe van Coe is dat hij dankzij de twijfelende Benjamin, dankzij de door een beroepsverbod bedreigde Sophie en dankzij Doug – wiens radicale dochter Coriander hem onbewust een spiegel voorhoudt – iets essentieels weet te vermijden: denken in wij en zij. Wie via die grove tweedeling de meningenmarkt betreedt valt in een valkuil. Klein Engeland is een pleidooi voor de open geest en de twijfel, voor de eindeloze genuanceerde zin en niet voor de korte pseudo-overzichtelijke politieke kreet die de werkelijkheid vervormt.

De verhaallijnen hangen van toeval aan elkaar, zoals in elk goed verhaal. Niet de plot bevat de kern maar wat daaruit te voorschijn komt: de botsing tussen karakters, die niet alleen door het kleine (de familie) maar ook door het grote (de politiek, de geschiedenis) gemanipuleerd worden. De vraag is of ze zelf nog een wil hebben om een wending in hun leven te forceren.

In het geestige slot van Klein Engeland duikt de ‘Rotters Club’ uit de eerste roman van de trilogie weer op. Het wordt de naam van de schrijversschool die Benjamin opzet in… Zuid-Frankrijk.

Coe schreef een politieke familieroman die veel weg heeft van Benjamins mislukte megaroman Onrust, die in Klein Engeland wordt gefileerd. Zijn alter ego emigreert in de herfst van 2018 tijdens de toenemende Brexit-chaos. Zijn eerste student is Frans maar diens manuscript kan Benjamin niet lezen. Britse humor?