Beschavingsgrens

In Dave Eggers’ ‘documentaire’ Zeitoun (2009) probeert een islamitische ondernemer in het New Orleans van vlak na de desastreuze orkaan Katrina zijn hoofd boven water te houden, terwijl zijn vijandige, bevooroordeelde omgeving hem wil onderduwen.

Medium hh 47515404

In zijn roman Een hologram voor de koning (2012) zit een Amerikaanse ex-fietsenverkoper financieel en geestelijk aan de grond in de woestijn van Saoedi-Arabië, een roman waarin Eggers filosofeert over het democratisch gehalte van het Amerika dat zijn hoofdpersoon heeft achtergelaten. In De cirkel (2013) is zijn onderwerp het effect van social media: onder het mom van ‘democratie is transparantie’ groeit het internetconcern De Cirkel uit tot een wereldwijde Big Brotherhood die iedereen in de gaten houdt. Hoe aan de Totale Controle te ontkomen? Kan vluchten vruchtbaar zijn?

Eggers zet zijn kritische tocht door de Amerikaanse democratie voort in zijn nieuwe ‘on the road’-_roman _Helden van de grens, een verhaal dat een uitwerking lijkt van de vraag of vluchten vruchtbaar kan zijn. En hoewel de hoofdpersoon, de ex-tandarts Josie, even denkt dat een echte Amerikaan een tabula rasa is, is zij belast en beladen door haar verleden, een geschiedenis die ze niet beheerst en die ze ontvlucht met haar twee kinderen, de achtjarige Paul en de vijfjarige Ana. De ‘grens’ in de titel is niet zozeer een traditionele ‘border’ als wel een ‘frontier’, een beschavingsgrens. In de negentiende eeuw vormde de frontier de grens tussen het kolonistengebied en het ‘Wilde Westen’. Maar de frontier schoof steeds verder op richting Stille Oceaan, tot het Wilde Westen was getemd en ontgonnen.

Wie vlucht is een lafaard, wie blijft en de hindernissen niet uit de weg gaat, verzamelt moed

Helden van de grens speelt zich af in Alaska, de Amerikaanse staat waar de natuur nog een beetje wild is maar wel al bezoedeld door de mens. Josie vlucht weg uit Ohio en vliegt met haar kinderen naar Anchorage, huurt een gammele camper (genaamd Chateau) en rijdt vervolgens naar het stadje Homer, waar haar zogenaamde stiefzus Sam(antha) woont. Ze vlucht om verschillende redenen: de klaagcultuur; haar man Carl, die alleen consequent is in zijn laffe houding, is elders; een patiënte heeft haar aangeklaagd omdat ze haar mondkanker over het hoofd zou hebben gezien; een andere patiënt is als oorlogsvrijwilliger in Afghanistan omgekomen en zij voelt zich schuldig. ‘Het drama van suburbia was zo vermoeiend’, staat in een geëngageerd Eggers-zinnetje dat willens en wetens nogal wat Amerikaanse literatuur terzijde schuift. Als Josie met haar kinderen bij stiefzus Sam arriveert, valt die ontmoeting tegen, hoewel ze een verleden delen: beiden hebben zich in hun puberteit van hun ouders afgewend. In wezen is Josie een wees: ze heeft haar ouders, vroeger verplegers in een inrichting voor Vietnam-veteranen, ontvoogd omdat zij – verslaafd aan verdovende middelen – hun ouderlijke verantwoordelijkheid niet meer namen.

Maar er is meer dan de dreiging van het verleden. De planloze Josie voelt zich in het hier en nu van de Alaskaanse natuur vol naderende bosbranden niet op haar gemak. Haar ongemak, dat ze ook wil ‘wegdrinken’, groeit uit tot paranoia, en af en toe passeert ze de grens van wat echt is en wat ze zich verbeeldt. Als moeder laat ze het vaak afweten. Gelukkig is daar de verantwoordelijke achtjarige Paul, die waakt over zijn zusje Ana, een stoute spring-in-het-veld. De getraumatiseerde Josie filosofeert af en toe en meent dat de bron van moderne neurosen bestaat uit ‘het feit dat we geen rotsvaste identiteit hebben, geen harde feiten. Dat alles wat we als fundamentele waarheid kennen aan verandering onderhevig is.’ Josie is ook zo’n verbrokkelde identiteit zonder (reis)doel, in tegenstelling tot haar kinderen, die háár lijken op te voeden tot een wat moedigere moeder. Maar hoe word je moedig? Dat is de hoofdvraag in Helden van de grens. Moedig zijn en blijven, en niet met je vinger wijzen naar al die laffe en opdringerige anderen en hun de schuld geven van… alles wat fout gaat. De running gag van de roman luidt: ‘ALS HET NIET VAN JOU KOMT, VAN WIE DAN WEL?’ Dat staat op bermborden, een reactie op de vele bosbranden. Wie vlucht is een lafaard, wie blijft en de hindernissen niet uit de weg gaat, verzamelt moed. ‘Was je gek als je ergens wilde blijven? De blijvers waren ofwel het zout der aarde, de voedingsbodem van gezinnen, gemeenschappen en continuïteit van cultuur en natie, ofwel stomweg idioten. We veranderen! We veranderen!’

Helden van de grens gaat over de voortdurende keuze: blijven of weggaan, je wortelen of ronddolen, verbrokkelen of je moedige ego samenrapen, sociaal zijn of geïsoleerd leven, natuurmens of cultuurmens. Als het kleine gezin weer eens een verlaten huisje betrekt zonder dat iemand daar toestemming voor heeft gegeven, wordt het leven knus, maar er knaagt ook iets. Kan de bewoner niet elk ogenblik komen opduiken uit de rimboe van Alaska, als een dodelijke bosbrand of als een lawine? Aan het slot, nadat de natuur het drietal weer op de proef heeft gesteld, is er opeens weer een huisje, en een gespreid bedje, beschikbaar. Maar of ze daar zullen blijven? Eggers blijft literair ‘on the road’. Deze roman heeft een wat minder expliciete maatschappelijke lading dan Zeitoun en De cirkel. Wel zo prettig voor de lezer, die zelf ook denkruimte wil hebben voordat hij blijft zitten of weggaat.


Beeld: Een waarschuwingsbord voor brandgevaar in Alaska (Jim Schwarber / AP / HH)