KUNST

Bescheiden aanwezigheid

Sinds vorig jaar houdt de Frieze Art Fair uit Londen ook huis in New York en schiet daarmee onder de duiven van de gevestigde grootheden in die stad, zoals de Armoury Show. De oversteek was een riskante manoeuvre, maar heeft goed uitgepakt; de aandacht in de pers en in de stad was groot en de stemming ter plekke was dit jaar zelfs enthousiast te noemen. Frieze duurt vier dagen – met een gewilde vip-preview, daarvoor – en bevindt zich in een tijdelijke tent op Randall’s Island, een voor New Yorkers volkomen onbekend stukje van hun stad.

Medium kunst

Naar het gevoel van de New Yorkers brengt Frieze iets wezenlijk anders dan wat ze gewend zijn. De kracht van de beurs zit ’m in de consciëntieuze selectie van de deelnemende galeries – 180 in totaal, uit 32 landen, 55 uit New York, met speciale aandacht voor jonge (‘Focus’) en zeer jonge (‘Frame’) galeries. Die laatste categorie wordt in een afzonderlijk programma getoond onder toezicht van twee curatoren. Je komt daar niet zomaar tussen, de selectie gaat op inhoud, niet op de glamour of de sensationele prijzen waar de Amerikaan misschien iets gevoeliger voor is dan de Europeaan. Wat niet wil zeggen dat er niet allejezus veel geld uitgegeven wordt. The New York Times meldde hoe op de preview de Londense modebimbo Joanna Przetakiewicz voor een miljoen ‘een Piotr Uklanski en een Jeppe Hein’ had gekocht, en nu ook nog ‘een Anish Kapoor’ wilde. Er hing er één, een fraai gepolijste metalen holte, in zinderend geel, vraagprijs 650.000 Britse ponden, maar Ms. Przetakiewicz wilde er liever een in het roze. Dat glossy machtsvertoon hoort erbij, maar het viel op dat de grote New Yorkse galeriehouders – Gagosian, Zwirner – hun glitzy kanonnen juist thuis hadden gelaten. Gagosian toonde de glanzende ballonnenbeesten van Jeff Koons in zijn eigen ruimte in Chelsea, en Koons’ nieuwe serie witmarmeren Griekse beelden met blauwe bal stonden op Madison Avenue, niet op de Frieze.

In de prettige variatie is de Nederlandse inbreng op één hand te tellen. In het hoofdprogramma was alleen Annet Gelink Gallery uit Amsterdam opgenomen, en dan nog in samenwerking met een New Yorkse partner. In het Focus-programma deden GRIMM en Juliette Jongma mee, ook uit Amsterdam. Gelink bracht één kunstenaar, de Kroaat David Maljkovich, bepaald niet de meest toegankelijke jongen, maar zo’n presentatie is meer een langetermijnstrategie, vertelde Gelink. Maljkovich is in heel Europa al bekend, maar in Amerika nog niet zo erg. Voor zo’n strategie kan de Frieze een ideale springplank zijn. De kleine galerie Ambach Rice uit Los Angeles bracht de Nederlandse kunstenaar Pablo Pijnappel, in het Frame-gedeelte. John Knuth, onderdirecteur, beaamde dat een plaats op de Frieze zijn galerie kan maken en breken. Van Pijnappels werk, films op celluloid, vertoond in een loop, lastig te slijten, had Knuth er op vrijdagochtend al ‘een tiental’ verkocht.

Die bescheiden aanwezigheid is een tikje zorgelijk, want dat is wel eens beter geweest. Wie oplette kwam in de veelheid wel een dozijn goede Nederlandse kunstenaars tegen. Marcel van Eeden bijvoorbeeld, wiens kleine zwart-wittekeningen en aquarellen inmiddels 21.000 euro doen. En de prachtige nieuwe film van Hans op de Beeck, Staging Silence 2, waarvan ik de volle twintig minuten met veel plezier heb uitgezeten. Ach, dat is een Vlaming.


frieze.org


Beeld: John Berens/Frieze