Bescheiden hoogmoed

Het getuigt van lef om niet mee te waaien met elke wind in de publieke opinie, zeker voor een politicus. Het is lovenswaardig om de tijdsgeest niet gemakzuchtig te volgen. Tineke Netelenbos is zo'n politicus. Van modieus gezever over het gebrek aan maakbaarheid van de samenleving trekt zij zich niks aan. Ze blijft fanatiek sleutelen aan de maatschappij. Als minister van Onderwijs leidde dat al tot een record aan wetsvoorstellen, ministe riële missives uit Zoetermeer en een on verzettelijk tempo bij het invoeren van het studiehuis.

Als minister van Verkeer en Water staat is ze opnieuw driftig in de weer. Tegen het verzet van de ANWB/Telegraaf- lobby in, volhardt ze in haar streven om rekeningrijden in te voeren in heel Ne derland en om te beginnen in een van de regio’s van de Randstad. Ze is er absoluut van overtuigd dat een tol in de ochtend spits van 5 tot 7 gulden een stevige vermindering zal opleveren van de files. Ze weet dat het maatschappelijk verzet groot is. Ze weet dat in enquêtes 72 procent van de bevolking zich uitspreekt tegen rekeningrijden, toch zet ze onverschrokken door. Dat heeft iets vertederends. Zoals ook veertigers vertederend zijn die bij een eenmalige voetbalwedstrijd met hun collega’s fanatiek van start gaan en ver volgens beide hamstrings scheuren. Zelf herkent Netelenbos zich helemaal niet in haar imago als de laatste adept van het blauwdrukdenken. In interviews blijft zij benadrukken dat zij ook op het gebied van rekeningrijden verre van dogmatisch is. Dat ze nu bereid is om eerst met een proef te starten in een van de vier Randstadregio’s (waarschijnlijk Amsterdam) bewijst dat zij wel degelijk oor heeft voor kritiek. Ze heeft zelfs aangekondigd dat het project na twee jaar zal worden geevalueerd. Het succes waarmee in die tijd de files zijn teruggedrongen zal bij de beoordeling een grote rol spelen. De ANWB en De Telegraaf verwachten daar weinig van. Niemand staat im mers voor zijn lol in de file. Wie wel bereid is om zowel ’s ochtends als ’s middags een half uur extra in de file te staan, maar, nu hij vijf gulden moet betalen, plotseling de trein neemt of later vertrekt, hanteert een wel erg laag uurtarief. Mensen staan in de file omdat ze geen goed alternatief zien. Dan kan het prijsmechanisme ook niet werken. En als het werkt zijn de uitkomsten niet per se voordelig. Als het effect van rekeningrijden zou zijn dat meer bedrijven zich vestigen langs de snelweg en voor de tolpoorten, zijn we letterlijk nog verder van huis. Pas als de opbrengst van het rekeningrijden, in de regio Amsterdam tussen de 78 en 258 miljoen per jaar, wordt geïnvesteerd in het openbaar vervoer, in het stimuleren van telewerken en eventueel in een twee de Coentunnel, kan het aantal files afne men. Maar zo'n samenhangende verandering van de mobiliteit kan onmogelijk worden gerealiseerd binnen de proefperiode van twee jaar. Zo is het juist haar bescheidenheid, haar coöperatieve instelling die Netelenbos de das om zal doen. Ze is zo overtuigd van haar eigen gelijk dat ze het volste vertrouwen heeft in de goede afloop van haar experiment. Ze paart sociaal-democratische hoogmoed aan een blind liberaal vertrouwen in het prijsmechanisme. Dat is op zijn zachts gezegd geen gelukkige combinatie. Modieuze maatschappijopvattingen zijn lastig, maar ze komen en gaan. Domheid daarentegen blijkt van alle tijden.