PvdA: In discotheek Escape geen beginselen

Bescheidenheid en eenheid

AMSTERDAM — Jonge mensen joelen rond verloren kijkende oud-bewindslieden. Het is niet alleen een verlokkelijk beeld, het is precies wat er tijdens de verkiezingsavond gebeurt bij de Partij van de Arbeid in discotheek Escape in Amsterdam. Voormalig minister Ed van Thijn zoekt naarstig naar geestverwanten of bekenden die hij kan groeten of aanspreken. Maar temidden van twintigers en jonge dertigers kan hij ze niet ontwaren. Hij wurmt zich langs twee uitdagend geklede jonge dames naar voren. Hij kijkt beteuterd. Is dit zijn PvdA nog wel? Wim Kok heeft het geluk van de pers en de camera’s, maar iemand als Max van den Berg loopt even hulpeloos als Van Thijn van bar naar podium naar bar naar podium. Toch zijn ze er bijna allemaal: Dick Benschop, Rob Oudkerk, Saskia Noorman-Den Uyl, maar ook ex-campagnemanager Jacques Monasch en zelfs Joost Zwagerman, die ’s morgens in de Volkskrant lezers nog afraadde te stemmen op de PvdA, omdat die partij de weelde van de winst nog niet kan dragen.
Wouter Bos komt maar eventjes, als een bliksemschicht, geflankeerd door jonggedienden als Alex Klusman en Arjen Berkvens. De zaal scandeert zijn naam. «Ik wilde hem alleen maar aanraken», gilt een jonge vrouw verontwaardigd tegen haar vriendin, die ook niet ouder oogt dan 22. «Hij maakt die ereronde toch voor ons, niet voor de camera’s?» antwoordt haar vriendin met evenveel gramschap. Als een ware circusdirecteur leidt oud-Niet-Nix’er Erik van Bruggen de nieuwe leider door de menigte, op de klanken van Van Bruggens favoriete band U2.
Wanneer Wim Kok zijn entree maakt, kolkt luid applaus door alle vertrekken van de disco. Maar als hij eenmaal aan het woord is, luistert niemand meer. Er worden zelfs afkeurende geluiden gemaakt wanneer Kok Wouter Bos prijst voor zijn «harde werk». Naar Koole luistert al helemaal niemand. Behalve wanneer hij Sharon Dijksma de tweede plek toedicht voor de «rood-op-straat-bokaal», de prijs voor kandidaat-kamerleden die de afgelopen weken het hardst hun best deden «in het land». Pijnlijke inschattingsfout: de zaal joelt haar weg, terwijl ze nog maar twee jaar geleden de kandidaat van de partijtop was in de strijd om het voorzitterschap. Klaas de Vries wordt nummer één. Voor deze oude rot gaan zelfs de jongelingen op de banken. «De mooiste campagne van mijn leven!» galmt hij. Een campagne waarmee de PvdA uiteindelijk negentien zetels wint en met 42 leden terugkeert in de Tweede Kamer. Wouter Bos heeft zijn miljoen verloren leden terug. Hij blijft, zoals hij in de campagne bij voortduring zei, in de Tweede Kamer om «te voorkomen dat de PvdA in oude fouten vervalt». Partijleiders horen in de Tweede Kamer, zo is zijn mening. Dat schreven niet alleen de PvdA-commissies-De Boer en -Andersson, die na het verlies van 15 mei de partij onder het vergrootglas legden, maar dat vond ook de commissie-Gardeniers, die in 1994 bij het toen zieltogende CDA soortgelijk therapeutisch werk verrichtte. Bos blijft in de Kamer om het «vernieuwingsproces» van zijn partij vorm te geven.
Hij meent dat er een «scherpere menings- en debatvorming» in de partij van de grond moet komen, in of buiten de regering. Hij wil de aanbevelingen hieromtrent van de commissie-De Boer opvolgen. «Met een grote fractie heb je niet permanent iedereen nodig, de helft van de Kamer kan de controlerende taak vervullen, de andere helft kan nieuwe ideeën genereren.» Slechts op een zeer beperkt aantal thema’s zou hij afspraken willen maken met het CDA, als het tot een regering komt. Wouter Bos: «Voor de stabiliteit moet je afspraken maken op financieel-economisch terrein en voor wat betreft Irak. De rest kan dan een beetje open blijven.»
Maar de angel zit hem bij de lokale PvdA-bonzen, zo zegt Bos woensdagmiddag: «Wat er soms op lokaal niveau gebeurt, is niet om over naar huis te schrijven. En dat zijn wel de zaken waar je ook landelijk op wordt afgerekend. Vanuit Den Haag moeten we dat via regionale woordvoerders in de gaten gaan houden. Met een grote fractie kun je veel het land in.»
De campagne van de PvdA was, vooral op initiatief van Bos zelf, een oefening in bescheidenheid. Natuurlijk waren er ook inhoudelijke punten waarop de lijsttrekker zich wilde profileren — de hoger uitgevallen zorgpremies en de onzekere toekomst voor de gesubsidieerde arbeid bijvoorbeeld — maar voor het overgrote deel ging de campagne van Bos om het terugwinnen van vertrouwen en het demonstreren van een openheid die tijdens Melkert en Kok ver te zoeken was. Al tijdens de officieel campagneloze dagen na de moord op Pim Fortuyn was Bos een van de weinige kamerkandidaten van de PvdA die door het slijk ging. Hij erkende dat de partij het contact met de werkelijkheid had verloren. «Misschien hebben we te veel over de kleine stappen gesproken en te weinig over de grote verhalen», zei Bos vlak voor de vorige verkiezingen. Deze verkiezingen herhaalt hij dat verhaal, in de lijsttrekkersdebatten, waar de meeste stemmen te halen zijn, maar ook bij optredens in het land.
In muziektempel Tivoli in Utrecht bijvoorbeeld, of in de Rotterdamse danszaal Off Corso. Onder de noemer In gesprek met Wouter verliepen deze bijeenkomsten vergelijkbaar. Bos vertelt, losjes pratend met opgeprikt draadloos microfoontje, in begrijpelijke korte zinnen een inhoudelijk verhaal dat hij drie weken lang volhoudt. Na afloop krijgt het publiek de gelegenheid vragen te stellen. De ontspannen entourage is geheel in de lijn van Niet-Nix, de groep vernieuwers die onder Melkert op een zijspoor was gezet: laagdrempelig, veel aandacht voor de vorm en ogenschijnlijk vooral gericht op jongeren. Met de urenlange Paradiso-rede van Ad Melkert in het geheugen had het verschil niet groter kunnen zijn. «In de greep van Niet-Nix», beweerde de Volkskrant al. Met één groot verschil, zegt Erik van Bruggen: «Indertijd wilden we geen macht maar invloed, nu hebben we gezien dat ook macht wel handig is.» Van Bruggen was tijdens de campagne een van de belangrijkste adviseurs van Bos. Samen met Lennart Booij richtte hij Niet-Nix op en na een mislukte gooi naar het voorzitterschap van de PvdA startte hij met Booij en Alex Klusman een commercieel campagnebureau. Maar ondanks grote betrokkenheid bij de campagne van Bos — én diens voorbereiding op debatten — was er geen sprake van een zakelijke opdracht aan het kantoor. «Wij doen dit allemaal uit betrokkenheid bij de partij», aldus een tevreden Van Bruggen.
De stijgende peilingen maakten de campagne van Bos minder vrijblijvend. De aandacht verschoof van het inhoudelijke verhaal over de «zich vernieuwende» Partij van de Arbeid en de leider zelf, naar potentiële premierskandidaten, die bijna allen per definitie een lange «regenteske» partijgeschiedenis hebben. Vanaf dit moment waren het niet meer alleen Wouter Bos, zijn legertje adviseurs en vernieuwende kandidaten als de «rode ingenieurs» Samsom, Depla en Dijsselbloem die de dienst uitmaakten, maar kwamen alle machinaties in de oude Partij van de Arbeid weer op gang. De euforie was nauwelijks nog te temperen en achter de schermen werd zelfs alweer over ministersposten gesproken. «Maar bescheidenheid en eenheid is er nog steeds», bezwoer Erik van Bruggen in de Rotterdamse discotheek waar het laatste grote optreden van Bos op het programma stond. «Niemand heeft waar dan ook over gelekt. Dat is toch uniek in de Partij van de Arbeid.»
Hoe gaat Bos de vernieuwingen verder vormgeven? Tot tevredenheid van een flink deel van de achterban is hij voorstander van een nieuw beginselprogramma: «De leden willen dat graag en ik heb er geen problemen mee zolang het maar een buitengewoon kort beginselprogramma is. Net iets meer dan die ene alinea bij Labour, maar veel hoeft het wat mij betreft niet te zijn.» In discotheek Escape lijkt niemand te malen om beginselen.