Wisselcolumn

Bescheidenheid in onze crises

Dertig jaar geleden was ik op de universiteit en was Nixon net Cambodja binnengevallen. We waren uiterst verontwaardigd, en allemaal — studenten, professoren, bestuurders — vroegen we ons af wat we gingen doen. Hoe zouden we antwoorden? Onze beroemde professor Amerikaanse geschiedenis stond op en riep dit moment uit tot de crisis van de Amerikaanse geschiedenis. Om niet voor hem onder te doen, stond onze eminente classicus op en riep het uit tot de crisis van de universele geschiedenis. En allemaal knikten we instemmend. Maar toen stond de godsdiensthistoricus op die over was uit Engeland en suggereerde relativerend dat «we echt enige bescheidenheid aan de dag dienden te leggen in onze crises. Ik vermoed,» vervolgde hij, «dat de mensen tijdens de Zwarte Dood zullen hebben gedacht dat ze in een lastig parket zaten.»

Nu hij onze vurigheid tijdelijk had getemperd, vervolgde hij met een allegorie, en lanceerde het verhaal van Jezus op de Wateren. «Jezus,» herinnerde hij ons, «diende het Meer van Galilea over te steken met zijn discipelen, dus gingen ze allemaal aan boord van een klein schip, waarop Jezus al gauw in slaap viel. Direct stak een storm op, en de discipelen, die steeds nerveuzer werden, maakten hem wakker. Hij zei dat ze zich geen zorgen moesten maken, alles zou goed komen, waarop hij weer in slaap viel. Ondertussen werd de storm heviger, en de discipelen, die steeds banger werden, maakten Jezus nogmaals wakker, die hen nogmaals zei dat ze zich geen zorgen moesten maken en weer verder ging met slapen. En de storm werd nog heviger, zodat de discipelen, buiten zichzelf van angst nu, Jezus nog een keer wakker maakten, die nu zei: ‹O gij kleingelovigen› — dat is waar die uitdrukking vandaan komt — en vervolgde door te verkondigen: ‹Stil!›. Daarop ging de storm onmiddellijk liggen en de wilde wateren kwamen tot rust.»

Onze historicus wachtte even terwijl wij ons inspanden om erachter te komen wat de afgeleide betekenis van dit verhaal was. «Volgens mij», besloot hij ten slotte, «probeert dat verhaal ons te vertellen dat wij in tijden van storm niet moeten toestaan dat de storm in onszelf binnendringt; in plaats daarvan moeten we stilte in onszelf vinden en vervolgens kalm blijven en het verdragen.»

Ik moest weer aan de opmerkingen van de Engelsman denken in deze verschrikkelijke weken na de terreuraanslagen op het World Trade Center en het Pentagon: je kunt je nauwelijks een ergere storm voorstellen. Het retorische antwoord was in elk geval buiten alle proporties, en de tragedie werd herhaaldelijk gekarakteriseerd als onvergelijkbaar in zijn omvang, zijn krankzinnige wreedheid, en zijn implicaties.

In zekere zin was dat overduidelijk zo. In het World Trade Center stierven meer dan twee keer zoveel mensen als bij de aanval op Pearl Harbor, vele malen meer dan in de Palestijnse intifada van afgelopen jaar, en meer dan in alle Troubles in Noord-Ierland in de afgelopen paar decennia. Aan de andere kant, als we ons beperken tot het afgelopen decennium, werden er nog meer mensen gedood (en één voor één gedood!) in slechts een paar dagen in Srebrenica. In Rwanda werd elke dag het equivalent van de totale werkende populatie van de beide Twin Towers, helemaal vol en zonder één enkele afwezige, afgeslacht, dag in, dag uit, weken achter elkaar (alweer: één voor één) — zonder dat iemand een vinger uitstak om te helpen.

Een gevaar bij een misser in het gevoel van proporties is dat onze capaciteit om terug te slaan wordt vervormd. Als dit inderdaad de grootste ramp uit de geschiedenis is, zonder precedent in zijn implicaties, dan kunnen alle eerdere beperkingen heel goed opzij gezet moeten worden, ook op het gebied van burger- en mensenrechten.

In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, bepleit de minister van Justitie nieuwe regelingen die autoriteiten (die al de macht hebben om elke vreemdeling vast te houden en uit te zetten die deelnam of steun verleende aan terroristische activiteiten in binnen- of buitenland) verdere macht zouden geven om elke vreemdeling uit te zetten die ooit op enige manier betrokken was bij een groep waarvan één van de talloze activiteiten uitgelegd zou kunnen worden als steun voor «terrorisme» — en dat zouden ze kunnen doen op basis van geheim bewijs, dat nooit openbaar wordt gemaakt aan de vreemdeling of het publiek.

Het probleem is dat schuld door betrokkenheid niet alleen verkeerd is, maar ook contraproductief. Het noodt tot geldverspillende onderzoeken en vervolgingen. Bovendien zullen, als vreemdelingen niet worden behandeld als schuldig door hun individuele gedrag maar door hun groepsidentiteit, uiteindelijk hele gemeenschappen van elkaar worden vervreemd, waardoor het nog moeilijker wordt de werkelijke bedreigingen te identificeren.

Buiten de Verenigde Staten was de eerste impuls van het Amerikaanse leger om de eigen wereldwijde respons op de nieuwe bedreiging «Operation Infinite Justice» te noemen. Je kunt je gemakkelijk voorstellen hoe die woorden — «Eindeloze Gerechtigheid!» — van de lippen van terroristen spatten terwijl ze hun met brandstof volgeladen vliegtuigen in de gedoemde doelen boren. «Eindeloze gerechtigheid» laat geen ruimte voor twijfels of vergissingen, geen prijs die niet betaald zal worden. Het is niet moeilijk om je alle schendingen van burger- en mensenrechten voor te stellen die door zulke absolute intolerantie gerechtvaardigd zouden worden, waaronder stilzwijgende steun voor de praktijken van corrupte, maar op dit moment geallieerde, regimes. Noch is het moeilijk je het tegen-antwoord van wanhoop, woede en geweld voor te stellen dat zulke praktijken kunnen ontlokken aan hun tegenstanders.

Waarom zou Finite Justice, Eindige Gerechtigheid niet afdoende zijn? Kan menselijke gerechtigheid ooit ambiëren méér dan dat te bereiken? Juist vanwege de werkelijke schaal van de gruwelijkheden die de gehele beschaafde wereld op 11 september troffen, en vanwege de werkelijke schaal van de dreiging die ze voorspellen, moet het antwoord beperkt worden, overwogen, kalm en nauwkeurig. De beschaving zélf moet hierbij niet worden opgeofferd.

Copyright: Project Syndicate

Vertaling: Rob van Erkelens