Michel Faber, Lelieblank, scharlakenrood

Besmuikt en schaamtevol voyeurisme

Michel Fabers historische roman ‹Lelieblank, scharlakenrood› is een epos over waakzaamheid en de hypocriete ontkenning van het wellustige vlees. Uit wantrouwen en verlangen bespioneert de een de ander in het Victoriaanse Londen.

Tussen voor- en hoofdgerecht in een Amsterdams restaurant haalt de Hollands-Australisch-Schotse schrijver Michel Faber (in 1960 in Den Haag geboren) voor de zoveelste keer zijn foto- en materiaalmap te voorschijn. Deze keer spreidt hij een plattegrond uit van het Londense centrum anno 1869. Ik vraag hem Church Lane en Husband Street («een straat van bedenkelijk allooi, een ongezonde omgeving») aan te wijzen, Londense hoerenbuurtstraten waar Fabers speels-Victoriaanse roman en magnum opus Lelieblank, scharlakenrood zich grotendeels afspeelt. Hij aarzelt geen seconde. Voor zijn historische roman, spelend in het dynamische maar keiharde Londen van november 1874 tot begin 1876, heeft hij grondig onderzoek verricht. De lezer hoort het geratel van de rijtuigen der rijken, ruikt de paardenpoep in Drury Lane, snuift de walm van armoede, zweet en wanhoop op.

Faber vouwt de kaart van het negentiende-eeuwse Londen weer zorgvuldig op, stopt die in zijn zwarte map (een soort multatuliaans pak van Sjaalman) en zegt dat hijzelf al jaren nauwelijks iets kan ruiken. Af en toe laat hij een met de pen volgeschreven velletje papier zien, vol doorhalingen en omcirkelde toevoegingen: oerschema’s van Lelieblank, scharlakenrood die zijn vrouw uit de prullenbak heeft gered. Hij doet er niet moeilijk over: zonder zijn vrouw zou zijn roman er misschien helemaal niet zijn geweest.

Nu zijn de filmrechten aan Columbia verkocht en zal de regisseur van L.A. Confidential zijn roman in beelden vangen. Op een veilige afstand, dat wil zeggen vanuit zijn aan een treinstationnetje grenzende huis in de leegheid van het Schotse Noorden, volgt hij het Hollywood-tumult wel. De «rotzooi die de buitenwereld is» kun je als schrijver natuurlijk niet negeren, maar als je je er blijvend in onder dompelt, komt er geen letter meer op papier. Op tijd terugtrekken is het credo. Hij is moe, hij verlangt naar de thuisreis, naar zijn eigen bed. Zijn vrouw Eva vergezelt hem, ook dit keer. Ze is invaldocente wiskunde maar ook scherp critica van Fabers literaire werk en kan de secundaire kant van zijn bedrijf veel beter regelen.

Meer dan twintig jaar werk heeft Faber in zijn roman gestopt. Hij begon eraan op negentienjarige leeftijd in Australië, toen hij meende feminist te zijn. Maar het schrijfwerk schoot niet echt op omdat zijn eerste echtgenote meer een vechtgenote bleek. Het boeiende van Lelieblank, scharlakenrood is niet alleen dat die moderne feministische houding doorwerkt in zijn Londense hoerenverhalen rond 1875. Tegelijkertijd krijgen de verschillende schrijfstadia, dat wil zeggen de vele herschrijvingen, ook een plek in de roman, die breed uitwaaiert.

De eind twintigste-eeuwse verteller is niet alleen lezersgids in het Victoriaanse Londen; op cruciale momenten breekt hij het verhaal open en mijmert hij over man-vrouwverhoudingen of over de technologische revolutie die op stapel staat en die de mensheid in de twintigste eeuw niet alleen vooruithelpt maar ook miljoenen doden zal kosten. De verteller van Lelieblank, scharlakenrood is even gevoelig voor de maatschappelijke golfbewegingen anno 1875 als Michel Faber ontvankelijk blijkt voor de politieke schokgolven na 11 september 2001. In Schotse kranten geeft hij al schrijvend en tekenend vorm aan zijn engagement — hij laat zelfs een cartoon zien waarop het wereldwijde paternalisme van Bush en Blair via ironisch gewapper van twee vlaggen zichtbaar is.

Bijna ieder personage dat ertoe doet in Lelieblank, scharlakenrood heeft een aandrift tot schrijven om de eigen wereld te kunnen ordenen of de baas te worden. De protagoniste Sugar (Castaway), door haar eigen morbide moeder seksueel geëxploiteerd en als jonge negentienjarige vrouw uitgroeiend tot een van de begeerlijkste prostituees van Londen, is al jaren bezig aan een roman waarin zij wraak neemt op al die mannen die zij seksueel «bedient». In wezen wil zij — hoer én heilige — zin aan haar eigen zinloze en uitzichtloze bestaan geven.

Maar haar van wraak en moorddadigheid doordesemde roman in aanbouw is niet meer dan een simpel, eendimensionaal beeld van de negentiende-eeuwse mannenwereld, de dominante masculiene cultuur die de vrouw reduceert tot lustobject, huissloof en broedmachine. Haar schrijverij blijkt een dood lopende weg. Het moet anders. Sugar ziet kans om, met moeite, de zeep- en parfumfabrikant William Rackham aan de haak te slaan. Althans, ze ontsnapt aan de hoerenkast van haar moeder en weet zich op te werken tot gouvernante van het dochtertje Sophie van William Rackham en zijn in eenzaamheid stikkende vrouw en dagboekschrijfster Agnes, die haar eigen lijf ontkent, een lichaam waarin een tumor woekert die haar geest laat ontsporen. (De welhaast alwetende verteller fluistert de lezer in dat de kanker achter haar linkeroog zetelt: «Röntgenfotografie komt pas over twintig jaar en dokter Curlew zal nooit (…) met een scalpel in haar oogkas gaan spitten.»)

Beide ouders hebben het te druk met de eigen lusten en lasten om hun dochter zelf op te voeden. Rackham, die uiteindelijk zijn vaders zeep- en parfumfabriek overneemt, heeft aanvankelijk nog vage literaire aspiraties. Maar het is een pose, net als zijn «socialistisch instinct», en hij zal het literair-politiek nooit zover schoppen als het openhartige en schaamteloze schrijfduo Bodley en Askwell, professionele hoerenlopers die in pamfletten en boeken de dubbele moraal van hun tijd aan de kaak stellen. Zij hebben, in tegenstelling tot Rackham, niets te verbergen. Zij zijn met Sugar de enigen die weigeren slachtoffer van de gewelddadige tijdgeest te zijn; zij willen geen verknipte mensen zijn die worden geplet tussen strenge moraal en grenzeloze lust.

In die zin is Fabers roman modern, omdat die strijd van alle tijden blijft. Het is een gevecht tussen lijf en hoofd, tussen lichaam en ziel, geil beest en verheven geest. De door fundamentalistische religieuze gevoelens gedomineerde geest (William Rackhams broer Henry) ontkent het lichaam dan wel, uiteindelijk is er geen ontkomen aan en zet hij zichzelf klem tussen zijn verheven religieuze strevingen en zijn aardse lusten. Wat zegt zijn even verknipte en naar seks verlangende vriendin Emmeline Fox? «De Antichrist wordt gevormd door onze eigen verlangens.» Deze zogenaamde redders van gevallen vrouwen, die nooit echt paar worden, zijn de echte timide erotici in Fabers Victoriaanse romanwereld.

«Zijn die twee personages wel geloofwaardig», vraagt Fabers vrouw Eva. «Neigen ze niet naar een godsdienstige karikatuur?» Wat valt er te zeggen? Met z’n tweetjes zijn deze door naastenliefde en egoïstische lust verteerde christenen juist het vleesgeworden voorbeeld van de mens die al vanaf Adam en Eva worstelt met lust en zonde. Wie — uit welke frustratie dan ook — het eigen lichaam ontkent en meent alleen maar hoofd en hersens en rede te zijn, loopt dood in de wereld.

Michel Fabers Lelieblank, scharlakenrood is een roman vol besmuikt en schaamtevol voyeurisme. Uit wantrouwen en verlangen bespioneert de een de ander. Paranoia is een besmettelijke vorm van waanzin in Fabers literaire werk. Lelieblank staat voor zuiverheid en eerlijkheid, voor «sincerity», een woord dat meer dan eens door Faber in de mond wordt genomen tijdens ons gesprek. Scharlakenrood heeft met schaamte te maken, de blos die op de wangen van een in preutsheid gevangen Victoriaan verschijnt.

En opeens weet ik het. De twee foto’s uit de materiaalmap die Faber heeft laten zien schieten me weer te binnen: op de ene foto een ruraal Schots tafereel met op een van de paaltjes langs het landweggetje een foto van een mensenhoofd; op de andere een besneeuwd landschap waarin nog net een mensenhoofd boven de ijskoude grond uitsteekt. Wie het lichaam ontkent, komt in een benarde situatie terecht.

Lelieblank, scharlakenrood is geen briljante nabootsing van de aloude Victoriaanse roman. Nee, Fabers meesterwerk is een epos over waakzaamheid («Watch your step!») en de moderne moraal, over de hypocriete ontkenning van het wellustige vlees, over het eeuwige gevecht tussen man en vrouw, een strijd die nooit kan eindigen in victorie voor de een ten koste van de ander. «God damn God and all his horrible filthy creation!» roept het jonge hoertje Sugar een paar keer uit. Is het werkelijk onmogelijk iemand te redden in deze naar de Apocalyps neigende wereld, op jezelf na?

Misschien is het Sugar gelukt. Want zij weet, mét het kind Sophie, aan de klauwen van de masculiene macht, aan de paternalistische poten van Rackham te ontkomen. Waar is ze, die reddende beschermengel? Het heeft geen zin haar te zoeken. Ik weet alleen dat ze «heel» is gebleven en een evenwicht tussen haar strevende geest en haar verlangende lijf heeft gevonden.

Het heeft geen zin een vervolg te schrijven voor de gemakzuchtige lezer die aan soaps is verslingerd. Lelieblank, scharlakenrood is een glasheldere vertelling waarin de post-Victoriaanse verteller geen blad voor de mond neemt en waarin niets ongezegd blijft.

Michel Faber

Lelieblank, scharlakenrood

Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema

Uitg. Podium, 958 blz., € 25