Bessenappel en konijntjes

De biografie van Gerard Reve zou je in zes woorden kunnen samenvatten, aldus biograaf Nop Maas: ‘Hij heeft geschreven, gedronken en gemasturbeerd.’ Gelukkig is Maas langer van stof: dit najaar verschijnt bij Van Oorschot het eerste deel van het leven van Reve, De vroege jaren 1923-1962, in 2010 gevolgd door De ‘rampjaren’ 1963-1975 en De late jaren 1975-2006.

Een jaar of tien geleden kreeg Maas, die al ettelijke brievenboeken en het verzameld werk van Reve annoteerde, vier koffers vol paperassen toegestuurd. Hij beschouwde die als een impliciete opdracht van de schrijver en zijn Matroos Vos en ging aan het werk. Een voorpublicatie geeft meteen al een onthulling weg: Gerard had in de oorlog een vriendin, Tine Fraterman. Zij vertelt de biograaf dat Gerard op zijn jongenskamers ‘leuke kleine beestjes’ had staan, waaronder ‘een klein konijntje dat zo nu en dan geliefkoosd werd’. Ze herinnert zich ook de viering van zijn negentiende verjaardag, waarop een lichte smet rustte: de ‘z.g. wijn, die ze moeder hadden aangesmeerd. Het was wel lekker maar niets anders dan een zoet vruchtenstroopje en ze was erg verontwaardigd.’ Het konijntje en de ‘bessenappel’ komen de lezer van De avonden natuurlijk bekend voor; Tine kon Reve voor het ‘winterverhaal’ niet gebruiken.
Een biografie die ook nieuwsgierig stemt, al betreft die een minor writer, is die van Ge’ Vaartjes over Top Naeff, Rebel & dame. Naeff was veel meer dan de schrijfster van de tranentrekkende bakvissenroman School-Idyllen. Ze was een eigenzinnige vrouw, bevriend met Couperus, Bordewijk, Heijermans, en schreef invloedrijke toneelkritieken in De Groene Amsterdammer


Dit artikel maakt onderdeel uit van de Vooruitblik (De Groene Amsterdammer, 36)