Best geniaal

Hoe mooie gebouwen ons gelukkig maken, daarover gaat De architectuur van het geluk van Alain de Botton. Behalve door dit prettige, originele onderwerp hield dit boek mij de afgelopen zomervakantie bezig omdat het me telkens het gevoel gaf briljante ontdekkingen te doen. In zijn caleidoscopische zoektocht naar het wezen van smaak merkt De Botton bijvoorbeeld op dat in alle denkbare vormen menselijke karaktereigenschappen schuilgaan. Hij concludeert dat onze waardering voor het vormgegeven ding afhankelijk is van de (on)aantrekkelijkheid van de menselijke karaktereigenschappen die we erin herkennen. Dankzij De Botton voelde ik me een tijdje best geniaal, want ik dacht: zo waarderen mensen ook literatuur. Had ik hier de kern van een geheel nieuwe literatuurtheorie te pakken?
Nee, want ik wist dit allemaal al. Mijn gedachtegang voegde niets nieuws toe aan wat iederéén weet: dat smaak een hoogst persoonlijke kwestie is. Overtuigend weet De Botton telkens de meest algemene waarheden als revolutionaire nieuwe inzichten te presenteren. Niet het beste boek van het jaar dus, maar wel een boeiende leeservaring zolang je je overgeeft aan De Bottons verleidelijke theorieën.

Het beste boek was Dertien (Black Swan Green) van David Mitchell. Als ik schrijver was had ik deze roman over mijn jeugd willen schrijven. In dertien hoofdstukken die als samenhangende, maar ook als op zichzelf staande verhalen gelezen kunnen worden, schetst Mitchell in deze gelaagde, geestige en soms ook beklemmende roman de dromen, angsten en obsessies van een opgroeiende jongen in het begin van de jaren tachtig in een kleine stad in het zuidwesten van Engeland. Wie zoals Mitchell een David Lynch-achtige sfeer in een roman weet op te roepen, mag van mij alle denkbare prijzen winnen.

Alain de Botton

De architectuur van het geluk

Atlas, 306 blz., € 19,90

David Mitchell

Dertien

Querido, 360 blz., € 19,95