Bestaat de jazz nog wel?

Zo stram als zijn benen zijn, zoveel souplesse hebben zijn vingers. Als de zwaarlijvige Oscar Peterson eenmaal achter de vleugel is gekropen, lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan: moeiteloos buitelen zijn handen over het klavier en zijn spel klinkt levendig en subtiel als altijd. De bijna zeventigjarige Peterson is een van de nog zeldzame oudjes die op het North Sea Jazz Festival de klassieke jazz vertegenwoordigt - even afgezien van de gitarist die hij aan zijn trio heeft toegevoegd en die een geluid produceert alsof zijn instrument een week in het water heeft gelegen.

Nog zo'n veteraan is Toots Thielemans, die met zijn Brazil Project een poging lijkt te doen met de tijd mee te gaan. Het resultaat is niet overtuigend. Ook al is Thielemans een meester op zijn mondharmonica en levert hij degelijk werk af, de inbreng van de Braziliaanse zanger/pianist Ivan Lins maakt het geheel wel erg smooth. Ook Natalie Cole doet het verleden herleven. Als dochter van de legendarische Nat ‘King’ Cole is ze begiftigd met een dijk van een stem, maar het repertoire dat ze met haar Umo Jazz Orchestra over het voetlicht brengt, lijkt toch meer op zijn plaats in de jaren vijftig dan in de jaren negentig.
Bestaat de jazz nog wel? De vraag dringt zich hier op het North Sea voortdurend op. Worden aan de ene kant met groot vakmanschap oude lijken opgewarmd, aan de andere kant hebben de mega-optredens in de Statenhal (zesduizend toeschouwers) nog weinig met het originele genre te ma ken. De muziek die Candy Dulfer met haar Funky Stuff maakt, kan met de beste wil van de wereld geen jazz worden genoemd. Ook Herbie Hancock lijkt zich definitief tot de funk te hebben bekeerd. Probeert hij in zijn pianosolo’s een persoonlijke intimiteit tot stand te brengen, deze fragmenten houden geen enkel verband met de funky groove van de nummers zelf, opgeluisterd met een lichtshow, geolied draaiende rookmachines en onderbouwd door zwaar overstuurde bassen.
Daarnaast zijn er de talloze fusion- varianten. Het Rosenberg Trio met zijn even virtuoze als voorspelbare zigeunerriedels. De culturele mix die het Filippijnse gezelschap Tala ten gehore brengt: swingend en met tal van inheemse instrumenten kleurrijk geinstrumenteerd. Of de vrolijke Paramaribop van het Surinam Music Ensemble, dat met zijn vele ritmische lagen en tegenmotieven een opgewekte chaos neerzet.
De leukste optredens speelden zich af in het circuit van kleine zaaltjes. Terwijl de grote publiekstrekkers bestaan uit flink opgepoetste conventies, leken diezelfde conventies tijdens de kleinschaliger concerten eerder onderwerp van ontleding. Dat geldt zelfs voor de muziek van het op de klassieke bop geente Eric Vloeimans Quartet: ruigere soli, dwarse akkoorden en vooral het directe samenspel zorgden voor een spannend concert.
Voor de echte verrassingen moest je (zaterdagavond) in de Escherzaal zijn waar een delegatie uit de New yorkse Knitting Factory een reeks onderhoudende concerten verzorgde. Neem het Billy Tipton Memorial Saxophone Quartet, een all-female clubje (met drummer) dat uiterst cool de meest wezenloze muziek stond te spelen. Of Spanish Fly, een trio dat alleen al door de tuba als brommerige praatjesmaker verrast. Lullige smartlappen, liefst unisono gespeeld, dienden als uitgangspunt voor in drijfzand verzeild rakende improvisaties waarbij de tuba geducht tegenspel kreeg van gitaar en trombone.
Gitarist David Tronzo trad later die avond op met zijn trio (basgitaar en drums). In zijn muziek ontpoppen conventionele vormen zich tot het uitgangspunt voor een zoektocht. Bijvoorbeeld het bluesnummer dat ontaardt in een uitgesproken gefreak van de twee gitaristen rond kleine ritmische motiefjes, waardoor het perspectief van de muziek plotseling kantelt. Tronzo toonde zich een waar improvisator toen de versterking van zijn gitaar kuren begon te vertonen. Door eerst een microfoon op het instrument te duwen zodat een armzalig getingel hoorbaar werd en vervolgens als in een rap de technicus aanwijzingen te geven, slaagde hij erin zonder onderbreking het manco te verhelpen.
Een verademing naast de volkomen probleemloze muziek die de hoofdmoot van dit Haagse jazzspektakel uitmaakt.