Bestaat nederland?

Valt Nederland in taal te vatten? De organisatie van de boekenweek meent van wel. Ole Bouman vindt van niet. Kijk maar naar de Nieuwe Kaart van Nederland die vorig jaar verscheen. Je leest de onherroepelijke desintegratie ervan af. Die valt met geen pen te beschrijven. ..LE KENT U DAT verhaal van die Amerikaanse vrouw die zich jaren offers getroostte om van het leven van haar autistische kind iets te maken? Voor een gezelschap van lotgenoten sprak zij eens over haar ervaringen en ze kwam met een mooie vergelijking. Zij beschreef haar leven als een vakantie naar Europa. Terwijl ze had geboekt voor een droomreis naar Veneti‰, bleek haar toestel op Schiphol te vliegen. Haar moraal was duidelijk. Na van de eerste teleurstelling te zijn bekomen, bleek ook Amsterdam een bezoek meer dan waard.

Een beetje Amerikaan voelt zich hier ook snel thuis. Het autistische Nederland van nu bestaat uit center parcs, skiramiden, witte schimmel, destructiewagens, boerderettes, grootwinkelgebieden, distriparken, beautyfarms, multifunctionele bezoekerscentra, woonmalls, jachthavens, verkeerstafels, neonatuur, Marilyn Monroestraten, romantische architectuur, voorbeeldprojecten, Ikea en gekloonde kalveren. Daartussenin bevindt zich nog een enkel tulpenveldje, een sluisje, hofje, molentje, kerkje, dijkhuisje, en Brink, Ons Dorp. Al wie denkt dat dit het beeld oproept van een landschap vol tegenstellingen zit ernaast.
En toch is dat precies wat verreweg de meeste landschapsliteratuur van dit moment ons wil doen geloven. Veel schrijvers die nu ter gelegenheid van de boekenweek in de schijnwerpers staan, zien overal tegenstellingen. Geert Mak voorop. Hij schreef in het kader van ‘Panorama Nederland, stad en land in proza en po‰zie’ een boekenweekessay dat uitblinkt door observatievermogen. Mak ziet veel. Stad en land, toen en nu, een harde wereld met een zachte blik. Hoe sereen ook verteld, dit is het landschap van de spanningen die we nodig hebben om de werkelijkheid te begrijpen.
MAK REISDE met een motorbootje door het Hollandse laagland en beschreef zo nuchter mogelijk wat hij tegenkwam. Holland is mooi en ook wel lelijk, zo ongeveer. Daarbij doet hij dappere pogingen moralisme te onderdrukken. Hij beschrijft slechts, wil geen oordeel vellen. De lezer moet zelf maar uitmaken wat zij of hij ervan vindt. Daarmee bedient hij zich van een literaire vorm die langzamerhand het monopolie heeft: een lichte weemoed, een vage nostalgie, maar verder vooral dirty realism. Het is de pen van iemand die het intieme contact met de goede zaak heeft verloren en nu gedoemd is zijn retorische talent te spenderen aan de fijne waarneming. Als je niet meer weet te zeggen wat je vindt, kun je altijd nog vertellen hoe de wereld er uitziet.
Maar ondertussen slaat het moralisme onverbiddellijk toe. Het zit hem alleen niet in het oordeel, maar in de aard van de retoriek. Niet wat hij ziet geeft de doorslag, maar, precies, hoe hij het ziet en hoe hij het beschrijft. Het is de wijze waarop hij de taal greep laat krijgen op het supermodernisme in onze omgeving.
En dan moet worden gezegd dat die taal daar hopeloos bij in gebreke blijft. Zij lijkt te zijn uitgevonden voor een tijd waarin door middel van een taal een standpunt kon worden verkondigd. De retorische topoi, de literaire motieven, de voorzetsels met hun vermogen tot ruimtelijke plaatsbepaling. Maar wat eens machtige wapens van ons begrip waren, lijken nu roestige gereedschappen uit voorbij tijden. De omkering, de overdrijving, de klinische beschrijving, het werkelijke landschap laat zich echt niet vangen met deze achterhaalde technieken. Het kent namelijk helemaal de tegenstellingen niet meer waarop het goede gebruik berustte.
Dat is niet de fout van Geert Mak overigens; het is de alomtegenwoordige machteloosheid van de taal iets te beschrijven dat met alle normen van menselijk begrip spot. Alles is namelijk omkering. Alles is overdrijving. En alles is alleen maar letterlijk zo, en dat is al heel wat. Niets staat meer voor iets anders, want zegt van zichzelf al meer dan genoeg. Het landschap is voorbij de dialectiek, voorbij de metafoor, voorbij geschiedenis en ideologie. Het is. Elke bedenking of kanttekening krijgt iets gruwelijks futiels. Elke interpretatie is een brevet van onvermogen. Alles in Nederland is onverbiddellijk nu. Alles is zonder uitzondering stedelijk. Of stadachtig, om het preciezer te zeggen.
Nederland is precies datgene overkomen waar het hele begrip landschap vanaf het begin voor voorbestemd was: een stamppot van elkaar neutraliserende verschijnselen, van tekens, van realiteiten. Het landschap is het overkoepelende begrip dat vol mededogen alles, maar dan ook alles in zich opneemt. Eenmaal benoemd tot landschap krijgt alles daarin zijn plaats. Als er ÇÇn kenmerk van dit landschap telt, is dat het voor kennisgeving wordt aangenomen.
PANORAMA NEDERLAND. Laat me niet lachen. Tegen beter weten in wordt er in de boekenweek voor de zoveelste keer het beeld opgeroepen dat er zich aan onze voeten een landschap ontrolt. Dat wij overzicht zouden hebben. Dat Nederland iets is dat zich in een beeld laat vatten. Bijkans de hele literatuur bekent zich willoos tot een hedendaags naturalisme dat alleen zichzelf portretteert. Door wat er in Nederland gebeurt onder de noemer van landschap te plaatsen, vindt een proces van zelfbescherming plaats dat de naam literatuur nauwelijks nog verdient. Zelfnarcose lijkt me een beter woord. Het is een tegen beter weten in herleiden der verschijnselen tot een esthetisch gegeven.
Landschap veronderstelt een koele blik, controle, een toeristisch wereldbeeld. Net zoals panorama overigens. Door met totaliserende begrippen te strooien, kan de schijn worden opgehouden dat de wereld bijeengehouden kan worden. In een landschap is nu eenmaal alles onderdeel van een groter geheel. In een panorama krijgt alles zijn plaats in ÇÇn groot blikveld. Tegenstellingen worden alsnog onschadelijk gemaakt in het artistieke gebaar.
LANDSCHAP EN panorama, ze hebben zichzelf als retorische gebaren overleefd. Door alles in zich op te nemen en te pacificeren door de afstandelijkheid van het vogelvluchtperspectief, zijn er helemaal geen tegenstellingen meer. Wie nu nog de werkelijkheid beschrijft aan de hand van het enerzijds-anderzijds, krijgt steeds minder gehoor. Het is het product van een machteloosheid die slechts is weggelegd voor beroepsmatige buitenstaanders.
Maar voor alle anderen ziet het leven er heel anders uit. Degenen voor wie de euro, Azi‰, de beurscorrectie, de kapitaalvlucht, de mobiliteitsgroei, de hsl enzovoort niet iets is wat er aan zit te komen maar al lang en breed dagelijkse kost is, kunnen niet meer geloven dat er tegen het einde van Nederland met een alomvattend landschapbegrip nog iets te beginnen valt. Voor hen is Nederland hooguit een administratieve zone of een subregio op het Internet. Nederland is geen soevereine natie-staat; het is geen territorium en geen morele eenheid. Al deze categorie‰n van identiteit stellen niets voor behalve psychisch houvast.
De Nieuwe Kaart van Nederland liet deze dubbelzinnigheid vorig jaar al goed zien. Terwijl de kaart in ÇÇn oogopslag Nederland als Nederland toont, met zijn dierbare contouren waaruit zich elk moment de Nederlandse Leeuw kan losmaken, laat een tweede blik slecht de conclusie van onherroepelijke desintegratie toe. Een land dat cartografisch al zo'n ruimtelijke hectiek laat zien, hoe zou zich dat ooit administratief, bestuurlijk, technologisch en psychisch als land kunnen herkennen?
Nederland vertoont statistische dichtheden die het als land volkomen relativeren. Het aantal verkeersbewegingen. De overslagtonnages. De verlichte logo’s van McDonald’s die vanuit de ruimte te zien zijn. Zondagopenstellingen. Varkensruimingen. Het kleinste aantal bewoners per woning ter wereld… Voorheen Nederland kan binnenkort helemaal zonder naam toe.