Bestandjes wisselen privacy

IN HET RESTAURANT snijdt de zakenman ongemeen fel in zijn tournedos. Hij is nòg kwaad. Het gebeurde een paar jaar geleden, toen hij in conflict raakte met Dinners Club over rente die hij, wegens vakantie, niet op tijd had betaald.

‘Ik kreeg een boete van vijftig gulden. Die betaalde ik natuurlijk niet. Ik zette duizenden guldens per maand bij ze om. En dan een boete?’ Hij zei zijn lidmaatschap op. Dinners Club nam, zegt hij, wraak. Daar kwam hij later achter, toen hij zich ter financiering van een nieuw bedrijf bij een bank vervoegde. De bankdirecteur nam hem discreet terzijde: 'Weet u dat u een aantekening heeft bij het Bureau Kredietregistratie?’ Bij het bekende bureau in Tiel waar de kredietwaardigheid van vijf miljoen mensen staat geregistreerd. 'Ik heb mij woedend in Tiel vervoegd’, zegt de zakenman. Inderdaad, de gevreesde A van achterstand prijkte achter zijn naam. Zo'n A'tje blijft vijf jaar staan, ook al is er inmiddels afbetaald. Pas sinds 1 juli dit jaar kent het Bureau Kredietregistratie ook een H'tje - van Herstel. De zakenman moest een advocaat inschakelen om het A'tje verwijderd te krijgen.
DE ZAKENMAN behoort tot het selecte groepje burgers dat gebruik maakt van het recht op inzage in de eigen dossiers. En op het corrigeren van mogelijke fouten. Burgers maken slechts mondjesmaat gebruik van hun recht op 'informationele zelfbeschikking’, constateerde een onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Brabant. Slechts veertien procent van de organisaties in de particuliere en (semi-)publieke sector heeft te maken met burgers die inzage in hun gegevens willen; negen procent krijgt soms te maken met het correctierecht.
'Sorry meneer, wij kunnen u geen paspoort verstrekken’, kreeg de Amsterdammer S. Bos aan het loket van zijn stadsdeel te horen. Zijn aanvraag voor een paspoort werd afgewezen omdat hij in de computer van zijn stadsdeel per abuis op de 'signaleringslijst’ was blijven staan - van mensen die geen paspoort krijgen omdat Justitie hen zoekt. Bos protesteerde. De ambtenaren zeiden: 'Sorry meneer, onze computer maakt geen fouten.’ Bos: 'Niemand blijkt verantwoordelijk. Je tast in het duister als je probeert te achterhalen in welke bestanden je terechtgekomen bent.’
Ook zijn stadgenoot Eduard vroeg zich af wat er zoal over hem was vastgelegd. Zijn tocht langs de instanties begon zes jaar geleden. Na negen maanden wachten ontving Eduard zijn volledige GG&GD-dossier - althans wat de GG&GD in bezit beweerde te hebben. In een brief van de GG&GD gericht aan de Amsterdamse registratiecommissie, een plaatselijke pendant van de Registratiekamer, las hij later de mysterieuze boodschap dat 'de persoonlijke werkaantekeningen waren vernietigd’. 'Wat die aantekeningen precies inhielden, legden ze niet uit’, zegt Eduard. 'Misschien waren het de GG&GD-stukken die ik tegenkwam in een dossier van het Gak.’
Hij schrok van de vele onjuistheden en zelfs leugens die hij in de brieven en rapporten aantrof. En ook van de omvang van de dossiers. Eduard verzocht om vernietiging van zijn GG&GD-dossier: 'Want je voelt je er ongemakkelijk bij. Allerlei mensen kunnen erin kijken zonder je toestemming; officieel mag het niet, maar het gebeurt.’
Zijn verzoek om vernietiging van zijn dossier werd afgewezen: de GG&GD heeft een bewaartermijn van maar liefst 110 jaar. 'Dat zou in het belang zijn van de mensen die te maken krijgen met de GG&GD’, zegt Eduard. 'Bijvoorbeeld vanwege erfelijke ziekten. Ik zie mijn belang echter niet.’ De GG&GD beloofde wel dat zijn dossier gesloten zou worden.
Echt te dol werd het toen hij vorig jaar nietsvermoedend naar het Meldpunt Extreme Overlast in zijn Westerparkbuurt belde. In dat Meldpunt werken onder meer het stadsdeel, de politie, de GG&GD en woningbouwverenigingen samen. Eduard had een klein vraagje: kon het Meldpunt iets voor hem betekenen? Hij ging gebukt onder geluidsoverlast in zijn slecht geïsoleerde nieuwbouwwoning. Rustig slapen of een boek lezen was er niet bij. Patrimonium, zijn woningbouwvereniging, vond het aanleggen van geluidswering te duur. Het Meldpunt vertelde hem dat hij 'lijfelijk’ moest verschijnen met alle papieren, zodat hij een klacht kon indienen. Eduard besloot er verder van af te zien.
Dat korte gesprekje had echter verstrekkende gevolgen. Uit de rapportage die Eduard later in handen wist te krijgen, leest hij het verslag van zijn telefoontje terug: dat er iemand belde 'met een nogal vreemd verhaal. Hij klaagt over geluidsoverlast, en dat hij door Patrimonium niet serieus wordt genomen’. De medewerkers van het Meldpunt namen contact op met Patrimonium om naar hem te informeren. De maatschappelijk werkster aldaar liet weten, aldus de rapportage, dat 'cliënt al jaren bekend is’. En dat er al enige tijd problemen zijn. Vanwege de geluidsoverlast waar Eduard over klaagt. Hij belandt in het bestand 'overlastveroorzakers’. Dan komt de GG&GD in actie. Eduard vindt een kaartje in zijn woning dat deze dienst contact met hem zoekt.
'Ik ben gebrandmerkt’, zegt Eduard. 'Ik ben als een crimineel behandeld.’ Ook al is hij in zijn gelijk gesteld, door de stadsdeelsecretaris. Daarmee is voor Eduard de kous nog niet af. Hoe kan hij de garantie krijgen dat zijn gegevens vernietigd worden? Hij heeft aanwijzingen dat medewerkers van de GG&GD nog steeds in zijn formeel gesloten dossier neuzen. 'Instanties als de sociale dienst verplichten je de waarheid te vertellen, dus niet te liegen en al je gegevens op tafel te leggen’, zegt Eduard. 'Aan de andere kant moet je voorzichtig zijn. Want wat blijkt: je privacy is niet gewaarborgd.’ Hij is er nog niet gerust op: wat circuleert er over hem in Nederland? Hoe dit te controleren?
Eduard: 'Er wordt laster over je verspreid. Je kunt er geen klaarheid in brengen. Niemand stelt zich verantwoordelijk.’
HET KAN ELKE burger overkomen. Zeggen deskundigen. Iedereen loopt het risico dat je met een foutje in een bestand geraakt - en vervolgens in tientallen bestanden. Norbert Mergen, directeur van het automatiseringsbedrijf Human Inference dat gespecialiseerd is in computerapparatuur voor de registratie van personen, beweert: computerbestanden voor persoonsregistratie - al worden zij goed onderhouden - zijn voor tien tot vijftien procent vervuild. Ergens zit een (tik)foutje: in de naam, het adres, de woonplaats, geboortedatum, burgerlijke staat of wat dan ook. Zelfs het geslacht klopt in één procent van de gevallen niet, constateerden onderzoekers van de Universiteit van Twente.
Norbert Mergen maakte een rekensommetje op basis van een vervuiling van tien procent. Dan hebben de bedrijfsverenigingen minstens 400.000 fouten of doublures in de administratie, zijn er 1,6 miljoen fouten bij de fiscus in geslopen en 1,5 miljoen bij de bevolkingsregisters. Er ontstaat een brij aan fouten wanneer die bestanden worden gekoppeld. Fraudebestrijding door koppelen noemt Mergen dan ook onzin. Het is een geloof in de onfeilbaarheid van de techniek. Het is slechts mogelijk met een log en kostbaar controleapparaat, met alle risico’s voor de privacy van de burgers.
DEN HAAG DENKT daar anders over. Hèt tovermiddel om fraude te bestrijden heet koppeling van bestanden. Van die van het bevolkingsregister met die van de vreemdelingendienst bijvoorbeeld. Belastingdienst met sociale dienst moet ook een spannende combinatie zijn, vindt Den Haag. Ruim vier jaar geleden werden die aan elkaar gekoppeld. In de praktijk betekent dat: op gezette tijden met elkaar vergeleken.
Sindsdien heerst op de Centrale Dienst Belastingsignalen van de Sociale Dienst in Amsterdam een koortsachtige bedrijvigheid. Men werkt er aan de (vorig jaar) ruim 41-duizend 'belastingsignalen’. 'Tientallen mensen staan voor een gigantische klus’, zegt R. de Haan, woordvoerster van de Sociale Dienst in Amsterdam.
De belastingdienst geeft een signaal door wanneer een burger in een jaar tijd zowel heeft gewerkt als een uitkering heeft genoten - zoals op de steeds flexibeler arbeidsmarkt gebruik is geworden. Aan medewerkers van de Sociale Dienst de taak te ontdekken of hun klanten met een 'belastingsignaal’ fraudeurs zijn. Terwijl gekoppelde bestanden suggereren dat alles per supersnelle glasvezel gaat, is de praktijk anders. 'De grote hap wordt handmatig bekeken’, zegt De Haan van de Amsterdamse Sociale Dienst. Telefoontjes, brieven, bezoekjes, oproepen. Er dient bijvoorbeeld uitgezocht in welke periode de mensen gewerkt hebben, en wanneer zij een uitkering hadden. Resultaat? 'Bij twee-derde van de gevallen in Amsterdam is geen fraude geconstateerd’, zegt De Haan.
Over het hele land levert de vergelijking van bestanden tussen de belastingdiensten en sociale diensten nog minder op. Minder dan tien procent leidt tot daadwerkelijke fraudebestrijding. Dat is de keiharde conclusie van P. Lemmen, voorzitter van de verenigingen van directeuren van sociale diensten (Divosa). Hij wijst op het arbeidsintensieve controlewerk dat voornamelijk met de hand moet gebeuren, en op achterhaalde bestanden van de Belastingdienst.
'Het is houtjes-touwtjes’, zegt Lemmen. 'Zo'n ouderwetse houtjes-touwtjesjas, bedoel ik. Behelpen dus.’
Tweeëneenhalf jaar geleden startte een experiment bij drie sociale diensten die in de computers van de bedrijfsvereniging konden kijken of hun klanten niet al een uitkering of salaris ontvingen. Hoe is dat experiment afgelopen? 'Mislukt’, zegt Lemmen.
Hij vindt dat politiek Den Haag er een simpel beeld op nahoudt: 'Koppelen maar! Eén druk op de knop, meent men, en de gegevens vliegen eruit.’
Tegenwoordig is er niet eens meer een knop nodig om gegevens te verzenden. Computers sturen spontaan bericht naar elkaar. Dat gebeurt dank zij de geautomatiseerde Gemeentelijke Basisadministraties (GBA) waarover alle gemeenten beschikken. Als een jonge vader bijvoorbeeld zijn pasgeboren kind gaat inschrijven bij het bevolkingsregister, komt de computer 'spontaan’ in actie. Zijn de gegevens eenmaal ingetikt, dan zendt het systeem automatisch bericht naar de systemen van de 'Provinciale Entadministratie’ - voor de nodige inentingen, naar de Sociale Verzekeringsbank - voor de kinderbijslag en naar de Belastingdienst, alwaar de baby een sofinummer krijgt, dat hem op zijn twaalfde zal worden geopenbaard.
De GBA’s tellen intussen zo'n tweehonderd afnemers: (semi-)overheidsdiensten zoals de Gak’s, de politie, de Belastingdienst, bedrijfsverenigingen, GG&GD’s en pensioenfondsen. Honderdvijftig nieuwe instellingen, zoals academische ziekenhuizen, staan te popelen om afnemer te worden. Dan krijgen zij automatisch bericht als hun klanten een wijziging, zoals een verhuizing, aan de balie van het bevolkingsregister doorgeven. Elke afnemer laat voor die berichtenservice achter de naam van een klant in het GBA een eigen 'vlaggetje’ plaatsen. Gevolg is dat Pietje-met-bijstand het vlaggetje 'sociale dienst’ achter zijn naam heeft staan. Maar, verzekeren medewerkers op de afdelingen burgerzaken in het land, niemand ziet zo'n vlaggetje, alleen de medewerkers op burgerzaken zelf. In Amsterdam gaan dagelijks tienduizend berichten spontaan over. De computers zijn er ’s nachts full speed mee bezig.
HET GBA IS het 'leidende principe’ in persoonsgegevensland geworden. Wat in het GBA staat, is waar. Er wordt hard gewerkt aan volledige persoonslijsten van alle burgers. Sinds kort staat ook de verblijfstitel van vreemdelingen op die lijst. Want met de Koppelingswet moeten instanties bij het GBA vernemen of de vreemdeling aan het loket legaal in Nederland is.
De registratiedrift van de overheid kent bijna geen grenzen meer. Het moet goed, efficiënt en nòg sneller. De overheid, zeggen sommigen, zal zich ontwikkelen tot een 'infocratie’. Het verzamelen en bewerken van persoonsgegevens wordt een doel op zich. Daartoe wordt nu een informatie-infrastructuur ontwikkeld.
Aanvankelijk was er weerstand op het bevolkingsregister in Amsterdam. Men gruwde van 'planning & control’, laat staan van 'Iso-certificering van werkprocessen’. Maar nu gáán de ambtenaren ervoor. Want 'correcte bestanden’, daar draait het tegenwoordig om. Vandaar dat 'kijkoperaties’ populair zijn. Als de Registratiecommissie in de hoofdstad, die toezicht houdt op de Wet Persoonsregistraties, het groene licht geeft, mogen de daartoe geautoriseerde medewerkers van gemeentelijke diensten in elkaars bestanden kijken.
De Amsterdamse Registratiecommissie is bezorgd over de situatie in de stadsdelen die er elk een eigen beleid op nahouden. J.A. Geuzinge, directeur van het bevolkingsregister, heeft tweemaal richtlijnen naar de stadsdelen rondgestuurd. In de notulen schetst hij een weinig rooskleurig beeld van praktijken in de stadsdelen: 'Uitzendkrachten komen bijvoorbeeld in het systeem op het wachtwoord van een ambtenaar.’ Een woordvoerster van het Bevolkingsregister laat weten dat Geuzinge geen tijd heeft om deze uitspraak toe te lichten. In de stadsdelen weet men van niets. Er komen nauwelijks uitzendkrachten, zeggen medewerkers op de afdelingen burgerzaken. Ieder zegt zich keurig aan de Wet Persoonsregistraties te houden. Bestanden worden heus niet aan een ieder ter inzage gegeven.
Worden er wel eens zaken aan de Registratiecommissie voorgelegd? 'Wat is dat?’, vraagt een medewerkster Burgerzaken stadsdeel Oost. 'Nog nooit van gehoord’, zegt haar collega van stadsdeel De Baarsjes. Ook niet nodig, want in De Baarsjes houdt men zich aan de regels - op een kleine uitzondering na. 'Onze medewerkers horen soms dat een buurtbewoner honderd jaar wordt of 25 jaar getrouwd is’, zegt ze. 'Dan checken wij dat even.’ Ze lacht verontschuldigend. 'Wij kunnen heus wel zèlf bepalen wat privacy-gevoelig ligt. Als onze medewerkers ons vragen in de bestanden te kijken, dan doen wij dat gewoon.’
EEN BEETJE gemeentelijke dienst wil tegenwoordig zijn eigen 'terminal’ voor directe toegang tot de GBA, de Gemeentelijke Basisadministratie. Voor correcte bestanden en directe controle. De Stedelijke Woningdienst Amsterdam heeft de smaak te pakken. Samen met onder meer de Sociale Dienst en het Bevolkingsregister participeert de Woningdienst in de Actie Zoeklicht. Heeft u een huisvestingsvergunning? Ontvangt u misschien onterecht een bijstandsuitkering? Zoeklichtcontroleurs met zulke vragen stapten reeds rond door de Westerparkbuurt en de Transvaalbuurt in Amsterdam. Twee nieuwe wijken zijn binnenkort aan de beurt. Welke, dat houdt M. Maten, hoofd communicatie van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam, liever geheim.
De met een bezoekje verraste bewoners krijgen een keurige brief overhandigd waarin het doel omschreven staat: 'onregelmatigheden opsporen’ en 'de betrouwbaarheid van de (computer)bestanden verbeteren’. Het voornaamste doel staat echter niet in de brief. 'Wij willen profielen ontwikkelen’, zegt Maten openhartig. Profielen van wijken, licht hij toe, waar veel clandestiene bewoning plaatsvindt. Zodat zijn dienst de risicowijken en zelfs risicoburgers in kaart kan brengen. 'Zodat wij weten: in die en die omstandigheden, bijvoorbeeld geografisch gezien en qua inkomenskenmerken, is de kans het grootst dat we zaken tegenkomen die niet kloppen’, zegt Maten.
Dus iemand vestigt zich in risicowijk A, kortom ambtenaren, attentie: kans op clandestiene bewoners?
'Dat zou kunnen’, zegt Maten.