Economie

Beste kookfreak

Dit is de brief van een moordenaar met wroeging. Decennialang heb ik met mijn consumptiegedrag namelijk net als jij een industrie gesubsidieerd die niet alleen een van de grootste vervuilers ter wereld is, maar ook nog eens onbeschrijflijk dierenleed veroorzaakt. Ik heb het over de bio-industrie.

De bucolische tafereeltjes die ons in supermarkt en slager toelachen, dekken een genocidale productieketen toe die alleen al in Nederland jaarlijks 650 miljoen productiedieren het leven kost. Vooral kippen en kuikens zijn het slachtoffer. Maar ook varkens, koeien, schapen en paarden worden in de immense vleesmachine die Nederland heet vermalen tot biefstukken, koteletten, gehakt, kuikendijen en kippenborsten. En laten we elkaar geen mietje noemen: dood en verderf zijn nooit lollig, schoon en hygiënisch. Hoe hoog de eisen ook zijn die we boeren, slachters en slagers opleggen.

De schade die deze productieketen veroorzaakt, reikt van het verarmde Nederlandse landschap dat zucht onder de pijn van gif, genetische manipulatie en schaalvergroting, tot aan de oerwouden van Brazilië, waar de longen van de planeet door niets ontziende sojatelers worden geofferd op het altaar van de Mammon. Denkend aan Latijns-Amerika zien we eindeloze hectaren soja linea recta in het spijsverteringskanaal van onze koeien en varkens verdwijnen om daar, vermengd met zwembaden aan schaars drinkwater, te worden omgezet in vleeseiwitten die een fractie zijn van wat er aan plantaardige eiwitten is ingegaan.

Het is het grootste en tegelijk minst bekende marktfalen van het hedendaagse kapitalisme. En het wordt door de lobbyisten van de bio-industrie die in het Nederlandse parlement zitten weggesmeerd onder het krankzinnige narratief dat verdere intensivering van de veeteelt naar Nederlands voorbeeld de enige manier is om de wereldbevolking te voeden. Ook de Chinees heeft recht op een biefstukje, aldus de neonationalistische christen-democraat die kinderen via het Wilhelmus patriottische liefde voor het koningshuis wil bijbrengen.

Als ik het kan, kun jij het ook

Een duidelijker voorbeeld van kortzichtig eigenbelang vermomd als zogenaamde redelijkheid is nauwelijks denkbaar. Met de huidige sojaproductie kun je de wereldbevolking namelijk twee keer voeden. Maar dan moet je wel de schakel van de vleesindustrie ertussenuit halen. En daar gaat het mis. Van de totale sojaproductie wordt nu slechts vijf procent direct door ons genuttigd. De rest gaat naar de bio-industrie. Tot zo ver het rentmeesterschap van Buma en de zijnen. Het is eerder na ons de zondvloed.

Waarom dringt het maar mondjesmaat tot ons door dat vlees niet alleen schadelijk voor dier en milieu is, maar ook verantwoordelijk is voor obesitas, hart- en vaatziektes, darmkanker en diergerelateerde epidemieën? En dat er uitstekende plantaardige alternatieven zijn. Volgens mij komt dat door een mengsel van perfide marketing en misbegrepen tradities, waar wij net zo bevattelijk voor zijn als de plofkip-eter.

De marketing heb ik al genoemd. De bio-industrie is er alles aan gelegen om de doodsmachine die het is geworden buiten ons zicht te houden. Net zoals de joodse vernietigingskampen zich in Polen en Wit-Rusland bevonden, zo zijn de immense varkens- en kippenschuren aan de rafelranden van Nederland te vinden. En net zoals de Duitse doodsmachine was verkleed als werkkamp (‘Arbeit macht frei’), zo hult de bio-industrie zich in het nostalgische imago van de keuterboer die zijn vijftien koeien liefdevol verzorgt en hen aan het einde van een lang en gelukkig bestaan eigenhandig naar de slachter brengt.

Minstens zo schuldig zijn wij zelf. In onze zoektocht naar eilanden van authenticiteit in de oceaan van vervreemding die postmoderniteit heet, hebben wij ons op de culiporno van kookboek, topkok, Japanse snijmessen, wild en streekgerechten gestort. Onze weekenden en vakanties staan steeds vaker in het teken van de culinaire smaakbeleving. En de kookcursussen zijn niet aan te slepen.

Hoe ouder, hoe zeldzamer, hoe beter, zo lijkt het. Het is een cultureel-ecologische ramp omdat het ons, de culinaire avant-garde, veroordeelt tot een onzalig conservatisme dat de bio-industrie alleen maar nieuwe legitimiteit verschaft. Niet alleen trappen wij met open ogen in de val van de ‘uitgevonden tradities’: kooktradities zijn meestal veel minder oud en veel minder statisch dan koks en kookschrijvers ons voorspiegelen. Ook sluiten wij ons zo af van de mogelijkheid om nieuwe esthetische ervaringen op te doen en nieuwe tradities te maken. Bijvoorbeeld door te experimenteren met volledig plantaardige diëten. Bovendien is de extensieve veeteelt van jacht en organisch boeren geen spat diervriendelijker dan de intensieve. Volg daarom mijn voorbeeld, en ga vegan!

Als ik het kan, kun jij het ook.